Leerstof meer dan zes keer herhalen? Met deze werkvorm wel!

 

De werkvorm Herhaling Op Tournee.
De leerlingen bespreken in hun groepje wat ze weten/vinden over/van diverse onderwerpen. Ze schrijven dit op en gaan met hun groepje langs de andere onderwerpen. Ze lezen en bespreken wat het vorige groepje heeft geschreven en vullen aan.

De stappen.
1. De onderwerpen staan op vellen papier.
2. Per twee- drie of viertal staan de kinderen bij een vel.
3. Per vel krijgen de kinderen 1 minuut om te bespreken.
4. Per vel krijgen de kinderen 1 minuut om te noteren.
5. Op deze manier gaan alle groepjes langs alle vellen.
6. Elk groepje schrijft er weer iets nieuws bij. Het antwoord mag er niet al staan.
7. Als iedereen langs alle vellen is geweest, bespreekt de leerkracht klassikaal alle vellen.

Tips:
* Maak van te voren de vellen (A4 of A3)
* Leg pennen / stiften klaar

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
Spelling: 6 tot 8 categorieën uit de afgelopen periode. Kinderen schrijven per blad weer nieuwe woorden op.
Regels en afspraken anti-pest-protocol (begin schooljaar): onderwerpen die ik gebruik: wat doen we wel?, wat doen we niet?, afspraken voor pesters, afspraken voor gepeste kinderen, afspraken voor meelopers, afspraken voor de leerkracht, wat als het toch misgaat? Vanuit deze antwoorden ga ik als leerkracht met de groep verder praten over  onze afspraken. Uiteindelijk stellen we het anti-pest-protocol van de klas vast.
Regels en afspraken schoolkamp: Zie hierboven 🙂 Onderwerpen die ik gebruik: activiteiten en spelen, eten/maaltijden, slapen, spullen, met elkaar omgaan, kampouders en leerkrachten.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

De moeilijkste vraag die een leerling mij ooit stelde.

Twee jaar geleden kreeg ik de moeilijkste vraag ooit van een leerling: “Juffrouw, zou jij ooit een hoofddoek dragen?”

De vraag kwam van Najila*. Najila is een islamitisch meisje dat op haar twaalfde besloot om voortaan een hoofddoek te dragen. Net zoals haar twee grote zussen en net zoals haar moeder.

Haar ouders zeiden tegen haar, dat ze het nog te vroeg vonden. Wat hen betreft, hoefde dat pas vanaf haar 14de of 15de. Met name haar moeder was bang dat ze negatieve reacties zou krijgen van kinderen op school.

De negatieve reacties bleven uit. Najila en ik begonnen de maandag dat ze voor het eerst een hoofddoek droeg de kring. Ik vertelde de kinderen: “Najila wil vanaf vandaag een hoofddoek dragen. Daar heeft zij zelf verschillende redenen voor. Het kan zijn dat kinderen op het schoolplein vervelende opmerkingen maken. Dan is het onze taak om het voor Najila op te nemen. Als je dat zelf niet kunt, meld je het bij mij. Als jullie vragen hebben aan Najila, moeten jullie die aan haar stellen.”

De klas knikte, hadden op dat moment geen vragen en niet een van hen heeft ooit iets negatiefs gezegd. Sterker nog: veel meisjes waren aan het begin van elke volgende dag heel benieuwd hoe Najila eruit zou zien. Najila en haar zussen en haar moeder bleken namelijk over prachtige doeken te beschikken. Elke dag zag Najila er anders uit en elke dag werd ze opgewacht door een aantal meiden, die haar overlaadden met complimenten.

Terug naar de vraag van Najila aan mij: “Juffrouw, zou jij ooit een hoofddoek dragen?”

Ik was eerst een tijdje stil. Toen zei ik: “Wat een moeilijke vraag! Daar heb ik echt nog nooit over nagedacht. Mijn godsdienst vraagt dat niet van mij. En mijn familie en vrienden ook niet. Ik weet het eigenlijk niet..

Najila dacht even na over mijn antwoord en zei toen: “Maar ik ben zo benieuwd hoe jij er uitziet met een hoofddoek.”

“O,” zei ik, “maar dat kunnen we natuurlijk wel regelen. Als jij vrijdag een hoofddoek meeneemt, mag jij die aan het eind van de dag bij mij omdoen.”

En zo geschiedde. Een kwartier voor het einde van de lesdag ging ik voor de klas op mijn bureaustoel zitten en ging Najila aan de slag. Eerst deed ze een doek strak om mijn hoofd. “Juffrouw, je bent net kaal!” riep een leerling.

Vervolgens kwam er een prachtige roze doek overheen.

“Juffrouw je lijkt wel Maria!” riep een andere leerling. En weer een ander zei: “Nou, bij Najila staat een hoofddoek veel beter.”

Goed, tot zover de complimenten aan de juf 🙂

Najila straalde!

Inmiddels was het 15.15 uur. Voor de kinderen tijd om naar huis te gaan.

Sommige kinderen haalden hun ouders gauw om te laten zien hoe hun juf er uitzag.

Het bleek een moment dat niet gauw zou worden vergeten door de leerlingen, hun ouders en deze juf 🙂

* In verband met de privacy van mijn leerlingen zijn hun namen in mijn blogs veranderd.

Kinderen in de hoek zetten? Met deze werkvorm wel!

De werkvorm Hoeken.
De leerlingen komen uit voor hun keuze, door naar een hoek in het lokaal te gaan.

De stappen.
1. De leerkracht kondigt de hoeken aan en geeft de leerlingen de keus uit vier mogelijkheden.
2. De leerlingen denken na over hun keuze en noteren die.
3. Op het teken van de leerkracht gaan de leerlingen naar de hoek van hun keuze.
4. Vanuit de hoeken tweetallen vormen en/of de keuze toelichten.

Tips:
* Hang in het begin van het schooljaar in elke hoek van het lokaal een gekleurd kaartje (bijvoorbeeld rood-geel-blauw-groen). Zo kun je het hele jaar op een eenvoudige manier gebruik maken van de werkvorm Hoeken.
* Je kunt ook kiezen voor meer of minder dan 4 mogelijkheden.
* Stap 2 kun je ook overslaan.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
Na een instructie: leerlingen gaan in de Hoek staan die voor hen van toepassing is. Vervolgens maak ik tweetallen (groen/blauw werkt samen met rood/geel) of weet ik wie verlengde instructie van mij krijgt (groen/blauw).

Na het samenwerkend leren: leerlingen gaan in de Hoek staan, waarover zij iets willen zeggen.

Filosofie / debat: leerlingen gaan in de Hoek staan die het best bij hun mening past.

Spelling: leerlingen kiezen één van de woorden die fout gespeld zijn en kunnen vertellen wat de correcte spelling is.

Het verwerken van een les: leerlingen kiezen hoe ze de les willen verwerken en gaan in die Hoek staan. Vanuit de Hoeken kunnen ze twee- of drietallen vormen, om samen te werken.

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Met een balletje gooien tijdens de les? Wel met deze werkvorm!

De werkvorm BeurtGooi.
De leerlingen gooien na hun beurt (in hun tafelgroepje) de bal door.

De stappen.
1. Ieder tafelgroepje heeft een balletje.
2. De leerkracht vertelt de regels:
Je gooit voorzichtig.
Je zorgt dat de ander klaar is om te vangen. Je maakt oogcontact en noemt de naam.
Je gooit niet terug naar de leerling van wie jij het balletje krijgt.
Probeer allemaal even vaak de beurt te krijgen.
3. De leerkracht geeft de opdracht. De opdracht is een gespreksonderwerp of vraag, waarop een kort antwoord gegeven kan worden.
4. Leerling A noemt een antwoord / idee en gooit het balletje naar een groepsgenoot.
5. De groepsgenoot vangt en noemt ook een antwoord / idee.
6. Zo gaan alle tafelgroepjes door tot de leerkracht een stopteken geeft.

Tips:
* Als de groep niet te groot is kan BeurtGooi ook in een grote, staande kring.
* Leg voor elke groep een balletje klaar.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
Zie TweePraat, maar dan in een groepje en met een balletje 🙂 .

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂 .

Hoe gebruik je de didactische werkvorm RondPraat?

De werkvorm.
De leerlingen praten (in hun tafelgroepje) om de beurt.

De stappen.
1. De leerkracht geeft een onderwerp of vraag, waarop meerdere korte antwoorden of ideeën mogelijk zijn.
2. De leerkracht geeft DenkTijd.
3. De leerlingen noemen om de beurt hun antwoord / idee.
4. Wie begint?

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
Zie TweePraat, maar dan in een groepje 🙂 .

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂 .

De M&M Game

Een paar jaar geleden vond ik op internet een site met talloze groepsspelletjes, zoals de M&M-game.
Ik heb dit spel wat veranderd en ik speel het nu elk schooljaar.
Het doel is om elkaar (nog) beter te leren kennen.

Het spel:
1. Iedereen (leerlingen en leerkracht) krijgen een zakje M&M’s.
2. Iedereen wandelt rustig door de klas en zoekt een maatje.
3. In tweetallen pakt iedereen ongezien een M&M-snoepje en kijkt op het bord welke vragen hierbij horen.
4. Iedereen kiest een vraag, stelt deze en reageert positief op het antwoord van de ander. Vraag eventueel door op deze vraag.
5. Iedereen zoekt weer een nieuw maatje en herhaalt deze stappen.

Tips:
• Vraag na afloop wie nieuwe dingen geleerd heeft over klasgenoten.
• Ik heb ook een Smartie variant op het spel gemaakt.

Heb je nog meer tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Tekenen tijdens de les? Wel met deze werkvorm!

De werkvorm VensterRuiten.
De leerkracht vertelt een verhaal in delen en de leerlingen tekenen mee.

De stappen.
1. De leerkracht vertelt een verhaal en stopt na een stukje.
2. Als de leerkracht stopt, tekenen de leerlingen de hoofdpunten uit het net vertelde verhaal in het eerste vak op het werkblad.
3. De leerkracht vertelt weer een stukje.
4. De leerlingen tekenen de hoofdpunten in het volgende venster.
5. Deze stappen worden herhaald tot het verhaal uit is en alle vensters zijn gevuld.
6. Met behulp van TweePraat of TweeGesprek Op Tijd vertellen tweetallen elkaar het verhaal terug aan de hand van hun tekeningen.

Tips:
* Laat de leerlingen kórt tekenen.
* Leg uit: het hoeft geen mooie tekening te worden. Het doel is dat je straks het verhaal kunt navertellen.
* Leg het materiaal alvast klaar: potloden en papier.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
Deze werkvorm gebruik ik bij aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en begrijpend lezen. Bij deze vakken moeten de leerlingen vaak veel teksten lezen en deze ook kunnen onthouden.
Bij onze methode voor wereldoriëntatie Argus Clou bestaan alle lessen 2 en 4 uit acht stukjes tekst. Bij deze lessen is de werkvorm VensterRuiten vaak heel goed toe te passen.

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂 .