Maak meer gebruik van ICT in je lessen met deze tips.

Wil je ICT meer inzetten in je lessen? Gebruik dan deze tips.
Heb je weinig ICT-hulpmiddelen in je klas, scroll dan helemaal naar beneden voor tips 🙂

Vooronderzoek les wereldoriëntatie.
Vóórdat de boeken opengaan, laat ik mijn leerlingen regelmatig een vooronderzoek doen over de belangrijkste begrippen van de les. Mijn leerlingen gaan op het Internet op zoek naar informatie en noteren die in eigen woorden. Sommige kinderen zoeken naar tekst, anderen naar een filmpje of afbeelding.
Tips voor goede sites:
* www.wikikids.nl
* www.willemwever.nl
* www.digischool.nl
* www.netwijs.nl
* www.jeugdbieb.nl
* www.schooltv.nl
Als klaaropdracht van de les(sen) kunnen ze het vooronderzoek aanvullen.

Yurls.
Yurls staat voor Your Urls. Het is een gratis tool waarmee je links naar websites, filmpjes en documenten kunt verzamelen. Binnen Yurls kun je alle gevonden links ordenen door middel van tabbladen en boxen binnen een tabblad.
Ik heb een Yurls-pagina voor mijn groep gemaakt, die ik steeds uitbreid met nieuwe links. Op deze site orden ik per vakgebied filmpjes, achtergrondinformatie en onlineoefeningen.
Meer lezen over Yurls? Lees dan hier verder.

Tekenles.
Tijdens de tekenles liggen de tablets bijna standaard op tafel. Mijn leerlingen gebruiken ze om voorbeelden, of stap-voor-stap tekenfilmpjes op YouTube te vinden.
Ook gebruiken mijn leerlingen regelmatig Quiver. Dat is een app waarmee je speciale kleurplaten kunt laten bewegen.

Squla.
Squla is een online programma (of een app op je tablet) waarmee alle vakken van groep 1 t/m 8 geoefend kunnen worden. Squla sluit goed aan op de lesstof in de klas.
Als leerkracht maak je een gratis account aan. Vervolgens kun je voor al je leerlingen een account aanmaken. Zij kunnen gratis oefenen tussen 9.00 en 15.00 uur. De thuisversie van Squla is niet gratis.

Kahoot.
Kahoot! is een programma waarmee je een digitale quiz kunt maken.
Ik gebruik (als maker) Kahoot! voor veel verschillende dingen:
• om voorkennis op te halen
• als inleiding op een thema / hoofdstuk
• ter controle na een instructie
• als voorbereiding op een toets
• als (educatief) tussendoortje
Meer lezen over Kahoot? Lees dan hier verder.

Padlet.
Padlet is een digitaal prikbord.
Meer lezen over Padlet? Lees dan hier verder.

Wat als je niet veel ICT-hulpmiddelen hebt?
1. Laat kinderen in twee-, drie- of viertallen samendoen met één device.
2. Plan een moment waarbij je veel devices nodig hebt en vraag (al) je collega’s of je hun devices die middag mag lenen.
3. Plan één keer in de twee weken (of vaker) een “bring-your-own-device-dag”. Laat je leerlingen een tablet of laptop meenemen.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Meer betrokkenheid tijdens de spellingles met deze tips.

Didactische werkvormen zijn werkvormen waarbij alle leerlingen worden gestimuleerd om actief deel te nemen.

In dit weblog vind je een aantal tips hoe je didactische werkvormen kunt inzetten tijdens een spellingles. Ik doe dat aan de hand van de categorieën ‘woorden met x’, ‘woorden met y’, ‘woorden met é’ en ‘woorden met ch die klinkt als sj’.

Tip 1:
Laat kinderen zoveel mogelijk woorden bij de gegeven categorieën bedenken. Ondersteun deze “zoektocht” met plaatjes en foto’s van woorden uit het woordpakket. Je zult zien dat kinderen door de foto’s geholpen worden en zelfs verder gaan associëren.

Tip 2:
Gebruik de didactische werkvorm Zoek De Valse.

De stappen.
1. Alle leerlingen schrijven drie woordpakketwoorden op: 2 zijn waar en 1 is niet waar.
2. De leerkracht geeft een startteken.
3. Alle leerlingen lopen door de klas en zoeken een maatje.
Leerlingen die geen maatje hebben, steken hun hand op.
4. Leerling A laat zijn/haar woorden aan leerling B zien.
5. Leerling B probeert te ontdekken welk woord fout geschreven is.
6. Leerling A en B wisselen van rol.
7. Hierna zoeken de leerlingen een nieuw maatje.


Tips:
* Laat leerlingen een “score” bijhouden op een scoreblad of in hun taalschrift. Hoeveel klasgenoten hadden het goed? Hoe meer klasgenoten het fout geraden hebben, hoe moeilijker de stellingen waren.

Tip 3:
Gebruik de didactische werkvorm Tafelrondje.

De stappen.
1. De leerkracht dicteert een woord.
2. Leerling A schrijft het woord op en geeft het papier/ schrift door.
3. De leerkracht dicteert een tweede woord.
4. Leerling B schrijft het woord op en geeft het papier/ schrift door.
5. Deze stappen herhaal je, totdat het oefendictee klaar is.
6. Nu pas mag er gepraat/ overlegd worden.
7. De leerlingen kijken met het hele tafelgroepje of ze het eens zijn met de schrijfwijzen van álle woorden.

Tip 4:
Gebruik de didactische werkvorm TeamHints.

Voorbereiding.
De leerkracht maakt kaartjes met woordpakketwoorden die uitgebeeld gaan worden.
Kinderen pakken pen en papier.

De stappen.
1. Leerling 1 pakt een kaartje van de stapel en leest wat er op staat.
2. Leerling 1 beeldt uit wat er op het kaartje staat.
3. De rest kijkt en krijgt DenkTijd.
4. De leerlingen schrijven het woord op.
5. Het tafelgroepje kijkt samen of het woord klopt én of het correct geschreven is.
6. Herhaal deze stappen totdat alle kaartjes op zijn, of de tijd om is. Alle leerlingen komen even vaak aan de beurt.

Extra tip:

Op de site van Juf Linda vind je nog 14 manieren om spelling te oefenen.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

Laat je leerlingen de les wereldoriëntatie eens anders verwerken met deze tips.

Tijdens de lessen van Argus Clou (geschiedenis, aardrijkskunde en natuur) mogen de kinderen af en toe zelf een verwerkingsvorm kiezen.

De kinderen gaan aan de slag met het tekstboek, het werkboek en een blad waarop ik de doelen en de themawoorden heb gezet.

Ze kunnen kiezen uit de volgende verwerkingsvormen.

Werkboekje.
Maak de opdrachten uit het werkboekje.

Stripverhaal.
Maak een stripverhaal van de belangrijkste informatie uit de les.

Mindmap.
Maak een mindmap van de belangrijkste informatie uit de les.

Samenvatting.
Vat de informatie samen in je eigen samenvatting.

Quiz op papier.
Maak een quiz over de belangrijkste informatie uit de les.
Tips: Denk aan open vragen, meerkeuzevragen, waar of niet waar vragen, Zoek De Valse, enz. Maak ook een antwoordenblad 🙂

Kahoot!
Maak een Kahoot!quiz over de belangrijkste informatie uit de les.
De handleiding van Kahoot! vind je hier.

Padlet.
Verwerk de belangrijkste informatie uit de les in een Padlet (digitaal prikbord).  Op de Padlet kun je ook afbeeldingen en links naar filmpjes toevoegen.  De handleiding van Padlet vind je hier.

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

 

 

 

 

Doe mee met de Tekenvierdaagse.

De oprichters van de Betekenaar (@deBetekenaar op Twitter) hebben een missie: Tekenen als tweede moedertaal maken voor iedereen.
Een van de dingen die ze hebben ontwikkeld is de Tekenvierdaagse.
De Tekenvierdaagse is een korte krachtige introductie van het tekenen, waarbij je de volgende dingen leert:

Dag 1: De tekenbasis.
Dag 2: Symbolen tekenen.
Dag 3: Hoe je kleuren gebruikt.
Dag 4: Hoe je effecten inzet.

De Tekenvierdaagse richt zich op volwassenen, maar ik gebruik de filmpjes met veel plezier in groep 8.

Ik kies een week in het schooljaar uit en elke dag van die week beginnen we met Bas Bakker, die ons nieuwe dingen leert op het gebied van tekenen en visueel communiceren.

Op vrijdag maakt iedereen een verhaal, waarin de tekenvaardigheden gebruikt worden die we hebben geleerd.
Bijvoorbeeld:
* Je leven tot nu toe.
* Groep 8 op jouw basisschool.
* Een vakantie.
* Een (lange) tekst.
* De tekst uit een geschiedenis- of aardrijkskundeboek.
* Een (zelfgeschreven) verhaal.
* Een gelezen boek.
* Een spreekbeurt.

Reacties van de kinderen op de Tekenvierdaagse:
“Je leert echt beter tekenen”.
“Soms duurde de uitleg een beetje lang, maar dan tekende ik gewoon verder.”
“Het alfabet tekenen vond ik heel leuk.”
“De vogeltjes tekenen was echt het allerleukst!”
“Soms gebruikte die meneer moeilijke woorden, maar ik snapte het tekenen heel goed.”
“Ik weet nu hoe ik schaduw moet tekenen.”
“Je leert op een gemakkelijke manier mooie dingen maken.”

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Vergroot de betrokkenheid van je klas met deze “Teach-technieken”.

Vorige maand rondde ik de cursus “Teach Like A Champion 2.0” af.
Aan de hand van het gelijknamige boek maakte ik kennis met een aantal technieken.
De technieken uit het boek zijn verzameld door de schrijver, Doug Lemov. Hij observeerde verschillende (excellente) leraren en verzamelde effectieve manieren van lesgeven. Bijvoorbeeld hoe leraren rondliepen, alle leerlingen bij de les wisten te betrekken, gerichte vragen stelden en een positieve toon aansloegen. Deze manieren gaf Lemov een naam en een beschrijving. Zo ontstonden er 62 concrete technieken, die na het lezen direct in de klas kunnen worden ingezet.
Niet alle technieken vind ik even bruikbaar. In dit weblog behandel ik een aantal technieken waar ik wél wat aan heb gehad. Sterker nog: ze zijn inmiddels een vast onderdeel van mijn onderwijspraktijk.

 

 

 

 

 

Begintaak.
Een Begintaak is een startopdracht die iedereen kan maken, zonder uitleg van de leerkracht. Het is 3 tot 5 minuten helemaal stil en iedereen werkt individueel aan de opdracht. De Begintaak wordt later gebruikt als begin van een les.
Ik plan de Begintaak in op momenten waarop ik absolute stilte wil. Bijvoorbeeld na een pauze of na een gymles. Met de Begintaak komt er direct rust in de groep. Bovendien is iedereen actief bezig met een opdracht, die later het begin van een les vormt.

Student standing above the sign for start

 

Bliksembeurt.
Met deze techniek geef je leerlingen een beurt zonder dat ze de vinger opsteken. Hiermee dwing je iedereen actief en betrokken te zijn.
Belangrijk bij een Bliksembeurt zijn de volgende uitgangspunten:
* Kondig de Bliksembeurt aan.
* Geef je leerlingen even Denk- of SchrijfTijd voordat je de Bliksembeurt start.
* Na de Denk- of SchrijfTijd geef je willekeurige leerlingen de beurt.
* Bliksembeurten gaan niet bliksemsnel 🙂
* Stel je vragen rustig, met een geïnteresseerde blik.
* Zorg voor een positieve sfeer.
* Voorkom onduidelijke vragen.
* Laat duidelijk blijken dat het om de vraag gaat en niet om de leerling.
* Geef kriskras beurten. Niet alleen aan diegenen die het regelmatig laten afweten.

 

Weet niet, geldt niet.
Als een leerling zegt “Ik weet het niet” kun je deze techniek toepassen. Er zijn vier basisvormen:
1. De leerkracht geeft het antwoord;
de leerling die de beurt had herhaalt dit.
2. Een andere leerling geeft het antwoord;
de leerling die de beurt had herhaalt dit.
3. De leerkracht geeft een aanwijzing;
de leerling die de beurt geeft nu het goede antwoord.
4. Een andere leerling geeft een aanwijzing;
de leerling die de beurt geeft nu het goede antwoord.
Met deze techniek help je kinderen die het antwoord écht niet weten. Onzekere of onwillige kinderen ontneem je met deze techniek de kans om af te haken.

 

Afzwaaier
Een Afzwaaier is een vraag, een aantal korte vragen of een rijtje sommen waarmee je je les beëindigt. De leerlingen leveren de Afzwaaier met hun antwoord(en) in. Als leerkracht kijk je alle Afzwaaiers door en je hebt snel in de gaten wie de leerstof beheerst en aan wie je het (de volgende les) nog een keer moet uitleggen.
De officiële Amerikaanse benaming voor deze techniek is “Exit Ticket”.
Op de site van www.klasse.be vind je verschillende mooi vormgegeven Exit Tickets.

 

Op de site van Myriam Lieskamp vind je de samenvatting van de eerste versie van het boek “Teach Like a Champion”.

 

 

 

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

De weekendkring: elke maandagochtend anders met deze tips.

Elke maandagochtend staat de weekendkring op het programma in mijn groep 8. Ik probeer daar zoveel mogelijk variatie in aan te brengen.

Didactische werkvormen.
Ik wissel de “grote kring” regelmatig af met verschillende didactische werkvormen. Zo is iedereen actief en krijgt iedereen de mogelijkheid om over het weekend te vertellen.
Veel didactische werkvormen die ik eerder op deze site heb besproken, lenen zich voor de weekendkring.
BeurtGooi
Binnen / Buiten Kring
In De Rij
Mix Tweetal Gesprek
Rondpraat
Tweepraat
Zoek Iemand Die
Zoek De Valse

Padlet.
In een eerder weblog schreef ik al over Padlet. Een Padlet is een digitaal prikbord. Je kunt als leerkracht zo’n prikbord maken en de leerlingen de link sturen. Zo kunnen alle leerlingen iets op de Padlet posten. Wij spreken meestal af: één stuk tekst en twee afbeeldingen. De Padlet wordt tijdens de grote kring op het digibord getoond en kinderen vertellen aan de hand van hun afbeeldingen.

Quiz.
Alle leerlingen schrijven op een blaadje vijf dingen op over hun weekend.
De opdracht is: “Begin algemeen en word steeds specifieker.” Bijvoorbeeld:

      • Ik heb gesport.
      • Ik heb tv gekeken.
      • Ik ben vrijdag heel laat naar bed gegaan.
      • Ik heb met voetbal 3-2 gewonnen.
      • Ik heb mijn broertje Joost geholpen met het schrijven van een verhaal.

De quiz wordt als volgt gespeeld: Er is steeds 1 “spelleider”. Hij of zij leest een rijtje voor. Wie fout raadt mag die ronde niet meer meedoen. Wie het het snelst goed raadt, krijgt een punt.
Je kunt de quiz klassikaal spelen of in groepjes.

Tekenen.
Alle kinderen tekenen over hun weekend. Daarna vertellen ze aan de hand van hun tekeningen.

Schrijven.
Alle leerlingen krijgen een tijdlijn-blad. Hierop beschrijven ze hun weekend. Daarna vertelt iedereen aan de hand van het blad over hun weekend. Dat kan in een grote kring of in een werkvorm. Deze vorm is uitermate geschikt voor leerlingen die weinig vertellen of moeite hebben zich dingen te herinneren.

Interviewkaartjes.
Op de site van Juf & Meester vind je interviewkaartjes.
“Wil je meer interactie, meer spreektijd voor verlegen kinderen en vooral … meer plezier? Probeer dan deze variant met interviewkaartjes eens, waarbij de kinderen met gerichte vragen worden uitgenodigd om lekker met elkaar te kletsen,” aldus de makers van de site.

Tot slot nog dit leuke idee van Juf Jessy 🙂

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

Laat je leerlingen samenwerken in tweetallen met deze tips.

In mijn groep laat ik leerlingen veel samenwerken in tweetallen. Waarom? Onder andere om deze doelen te bereiken:

  • Kinderen leren om naar elkaar te luisteren en elkaar uit te laten praten.
  • Kinderen leren de inbreng van iedere leerling te accepteren.
  • Kinderen leren om de beurt te praten.
  • Kinderen leren om materiaal met elkaar te delen.
  • Kinderen leren elkaar beter kennen.
  • Kinderen leren elkaar beter te respecteren.

Ik streef er elk schooljaar naar om alle kinderen minstens één keer met al hun andere klasgenoten te laten samenwerken.

Om genoeg variatie aan te brengen in het vormen van de tweetallen heb ik een aantal manieren:

  • Ik stel zelf de tweetallen samen aan de hand van hun niveau of vaardigheden.
  • Ik laat kinderen zelf kiezen.
  • Ik gebruik Memory-kaartjes. Kinderen met hetzelfde kaartje werken samen.
  • Ik gebruik de kaartjes van Onderwijs Maak Je Samen.
  • Ik gebruik de werkvorm Hoeken om vervolgens tweetallen te maken.
  • Ik gebruik de werkvorm In De Rij om tweetallen te maken.
  • Met de tool Social Shuffle laat je “het lot” beslissen 🙂

Nog meer tips:

Op de website van Judith Porcelijn vind je een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken.

Pieternel Dijkstra geeft op haar website de volgende tips voor een betere samenwerking in de klas:

  • Houd de groepen waarin leerlingen samenwerken klein. Dat verhoogt de zichtbaarheid van wat iedereen doet en zorgt ervoor dat groepsleden zich meer verantwoordelijk voelen voor het groepsproduct.
  • Laat samenwerkingsprojecten niet te lang duren. Bij te lange projecten verliezen zowel de groepsleden als de docent namelijk vaak al snel het zicht op wie wat heeft gedaan.
  • Laat leerlingen van tevoren duidelijk afspreken wie wat doet. Laat ze dat ook opschrijven. Het is dan duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.
  • Laat leerlingen tussentijds of achteraf reflecteren op elkaars bijdragen. Dat maakt leerlingen bewuster van hun gedrag en wat dat met anderen doet. Als leerlingen zich goed hebben ingezet, wordt dat bovendien beloond met complimenten en waardering van de groepsleden. Dit stimuleert leerlingen om vaker hun best te doen.
  • Laat leerlingen, binnen het groepswerk, zichzelf ook individuele doelen stellen.

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂