Laat je leerlingen de boeken in de klas aanprijzen, zoals de Nijmeegse boekhandel Dekker van de Vegt dat doet!

In mijn klas wordt veel gelezen. Al eerder schreef ik hoe ik aan leesbevordering doe.
Nu heb ik een nieuw idee. Dat kreeg ik toen ik een bezoek bracht aan een van mijn lievelingswinkels: Dekker van de Vegt in Nijmegen 🙂

De boeken die goed verkocht worden en/of de boeken die het personeel het leukst vindt, worden verpakt in doorzichtig folie met in de verpakking een persoonlijk kaartje van een van de boekverkopers.

          

Ik word hier altijd zo enthousiast van! Ik hoop dat dit ook gaat werken in de klas 🙂

Kinderen kiezen allemaal één boek uit en vullen dan de aanbeveling in.
Die stoppen we vervolgens voorin het boek.
Andere kinderen worden hopelijk enthousiast van de boeken die hun klasgenoten aanprijzen.

Als je de ingevulde aanbevelingen lamineert, heb je gelijk een boekenlegger voor dat boek 🙂

dekker 2          dekker

Download hier het format voor de aanbevelingen.

 

 

Vraag en krijg feedback van je leerlingen met OnzeLes.nl

Als leerkracht word je doorgaans beoordeeld door je directeur. Soms aanvullend door een bouwcoördinator of intern begeleider. Leerlingen worden vaak niet betrokken bij de beoordeling van een leerkracht, terwijl zij in mijn ogen toch experts zijn op het gebied van “de leerkracht kennen.”

Ik vraag al jaren feedback (over mijn lessen en mezelf als leerkracht) aan mijn leerlingen, door middel van vragenlijstjes. Sinds een paar jaar vraag ik mijn leerlingen feedback via het gratis online programma OnzeLes.nl.

Het programma bestaat uit drie stappen:
1. Feedback-onderwerpen verzamelen.
Je stelt met je groep een lijst samen met kenmerken van een goede les of een goede leerkracht.
2. Feedback vragen met OnzeLes.
Je zet de lijst in de OnzeLes web-app. Vervolgens kunnen de leerlingen tops en tips geven en ook een of meer open vragen beantwoorden.
3. Gesprek in de klas.
Naar aanleiding van de uitkomsten van de feedback ga je met je groep in gesprek. Het doel is om tot concrete acties te komen die de lessen nóg beter kunnen maken.

Zelf aan de slag met deze instructievideo
Hierin wordt in iets meer dan 10 minuten verteld hoe alles in zijn werk gaat.


Spannend

Eerlijk gezegd is deze manier van feedback vragen best spannend. Je weet niet wat de kinderen gaan invullen. Je bent als leerkracht je eigen ‘product’ en daarom kan feedback soms heel persoonlijk aanvoelen. Tegelijkertijd : wie wil er nu niet beter in zijn vak worden?
En bovendien: jij bepaalt wat het onderwerp is waarop de groep feedback geeft en welke uitkomsten je klassikaal deelt.

 

Met speciale dank aan stichting leerKRACHT voor de afbeelding en het filmpje! 🙂 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Survivaltips voor groep 7: Hoe overleef ik groep 8?

Mijn leerlingen zijn druk aan het werk met een aantal grote projecten.
Op het programma staat bijvoorbeeld een eigen reisgids maken.

Ook is iedereen bezig met een document, gericht aan de leerlingen van groep 7, met de titel “Hoe overleef ik groep 8?”.

Voorbereiding
Eerst hebben we geïnventariseerd welke dingen allemaal bij groep 8 horen.
Een greep uit de lijst:
* leerkracht(en)
* ICT
* fuiven
* tutor zijn
* voorlezen aan groep 3
* presentatie over jezelf
* 3-weken-taak
* Cito eindtoets
* kamp
* musical
* afscheid

Opdracht
De kinderen kiezen drie of meer onderdelen uit, om in hun document te verwerken.
Ze kunnen kiezen voor de dingen waar zij zelf het meest enthousiast over zijn, of waarover zij in groep 7 meer hadden willen weten.


Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

Laat je leerlingen hun eigen reisgids maken.

Het is bijna zomervakantie. In mijn groep 8 zijn de kinderen met een grote opdracht bezig. Ze maken hun eigen reisgids.

De opdracht
De kinderen maken op papier, in Word of in Powerpoint
* een reisgids voor hun eigen zomervakantie
* een reisgids over een bestemming waar ze al een keer geweest zijn
* een reisgids over hun favoriete land / stad
* een reisgids voor extreem rijke mensen
* een reisgids voor mensen die weinig te besteden hebben
* een reisgids over ….. (in overleg met de leerkracht)

Aan de hand van dit document kunnen de kinderen heel zelfstandig aan het werk.

De stappen
1. Kies een land / stad / regio / …..
2.
Zoek (en vind 😊) genoeg informatie. Denk aan geschiedenis, cultuur, bezienswaardigheden, activiteiten (winkelen, uitgaan, enz.), accommodaties (hotels, motels B&B’s, campings, enz.), vervoer (ernaar toe en als je er bent), algemene en praktische informatie over de regio / het land.
3.
Maak een mooi, aantrekkelijk voorblad. Zorg dat je duidelijk kan zien waar jouw reisgids over gaat en noteer ook je naam 😊.
4.
Zorg dat je de informatie goed rangschikt. Begin elk onderdeel op een nieuw blad.
5. M
aak een inhoudsopgave.
6. Z
org voor aantrekkelijke afbeeldingen, die je zelf maakt of vindt op internet.
7.
Tip: Je kunt ook een “thuis-blijf-gids maken”. Hierin staan tips voor mensen die niet op vakantie gaan, maar thuisblijven. Zij willen waarschijnlijk wel leuke dingen doen in de vakantie 😊

travel 1.jpg

In de klas
Ik laat de kinderen dit jaar vier weken lang elke dag een half tot een heel uur aan deze opdracht werken. Andere jaren heb ik de opdracht in de drie-weken-taak gezet.

Leskaart kinderen
Aan de hand van dit document kunnen de kinderen zelfstandig aan het werk.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Zes manieren om niet-verstoorbaar in te grijpen bij ongewenst gedrag.

Tijdens je les wil je natuurlijk dat je leerlingen goed opletten en meedoen. Leerlingen met een passieve houding of die lastig gedrag vertonen wil je tot de orde roepen. Het liefst zo subtiel mogelijk, zodat de onderbreking van jouw les niet te lang duurt.

Het doel is, wat Doug Lemov (auteur van het boek Teach Like a Champion 2.0) betreft, om zo min mogelijk verstorend in te grijpen. Tegelijkertijd zegt hij dat leerkrachten uitstekend weten hoe ze hun klas moeten managen en wat er op welk moment nodig is.

Doug Lemov geeft zes manieren om niet-verstoorbaar in te grijpen bij ongewenst gedrag.

1. Non-verbale waarschuwing.
Een non-verbale waarschuwing is het hebben van oogcontact of het maken van een handgebaar, of een gebaar waarmee je voordoet wat de leerlingen moeten doen.
Belangrijk is dat je je les niet onderbreekt, maar dat je in beweging blijft.
Er zijn leerkrachten die vaste signalen gebruiken, zoals
* een opgeheven handpalm (universeel gebaar voor stoppen),
* met een onzichtbaar potlood in de lucht schrijven, als je wil dat iemand schrijft,
* een L-vorm van je hand maken en tegen je oor plaatsen, als je wil dat iemand luistert.

 2. Positieve groepscorrectie.
Met de positieve groepscorrectie herinner je je leerlingen eraan wat ze moeten doen, in plaats van dat je vertelt wat ze niet zouden moeten doen. Op deze manier geef je kinderen met ongewenst gedrag de mogelijkheid om toch weer goed mee te doen.
De positieve groepscorrectie bevat een (positieve) oplossing en benoemt niet het (negatieve) probleem.
“Ik wil dat iedereen naar mij kijkt.”
“We openen allemaal ons boek op blz. 12.”
“We lezen allemaal mee.”
“We pakken allemaal onze vulpen.”
“Ik zie iedereen schrijven.”
Formuleer de boodschap kort en ga weer door met de les. Vul de boodschap eventueel aan met een individuele non-verbale correctie, zoals oogcontact, een knipoog of een handgebaar.

 3. Anonieme individuele correctie.
Bij de anonieme individuele correctie geef je duidelijk aan welk gedrag je op dat moment wenst, zonder namen te noemen. Je laat echter wél weten dat sommige leerlingen nog niet doen wat jij vraagt.
“Ik wacht nog op drie leerlingen.”
“25 leerlingen zitten al klaar.” (Jij hebt 28 leerlingen in je klas)
“Iedereen schrijft… Ik zie drie kinderen nog niet schrijven.”
“Ik zie al 25 kinderen schrijven.” (Jij hebt 28 leerlingen in je klas)
“Open je boek.

4. Individuele correctie.
Soms is het onvermijdelijk om een leerling bij de naam te noemen. Toch kun je dan rekening houden met zijn/haar privacy.
Je kunt de klas een snelle, zelfstandige opdracht geven “Overleg even met je maatje …. Over een halve minuut gaan we weer verder.” Vervolgens hurk je naast de leerling met het ongewenste gedrag en spreekt hem/haar aan over zijn/haar gedrag. Dit doe je onder vier ogen, zachtjes, zodat alleen deze leerling het hoort.
Door zachtjes te praten laat je merken dat je hem/haar niet voor gek wil zetten voor de hele klas.
“Als ik je vraag om rechtop te zitten, verwacht ik dat je luistert.”
“Robbert, laat zien dat je je best doet.”
“Dit is belangrijk om te leren, Mieke.”
Als het na één opmerking niet beter gaat, dan volgt er een consequentie.
“Jij gaat even apart zitten en laat zien dat je je best doet.”

5. Individueel prijzen.
Bij het individueel prijzen handel je hetzelfde als bij de individuele correctie. Je hurkt naast de leerling om wie het gaat en geeft hem/haar op zachte toon een compliment.
“Dat was een prima antwoord.”
“Wat schrijf jij netjes.”
“Ga zo door.”
Leerlingen krijgen in de gaten dat een persoonlijke benadering zowel een standje als een compliment kan betekenen. Zo zullen leerlingen zich opener gedragen als je op hen afstapt. Bovendien is het voor heel nieuwsgierige kinderen een stuk minder interessant om te gaan afluisteren.

6. Ultrasnelle groepscorrectie.
Soms kun je niet anders dan individuele leerlingen aanspreken, terwijl de rest van de klas.
Zorg ervoor dat de leerling zo kort mogelijk in de ‘schijnwerpers’ staat. Zeg de leerling wat hij/zij anders moet doen in plaats van hem/haar het ongewenste gedrag in te wrijven. Daarna vestig je de aandacht op de rest van de klas naar iets productievers om de sfeer te normaliseren.
“Joost, ik wil je zien schrijven, zoals de kinderen hier vooraan.”
“Joost, ik wil je zien schrijven. Goed werk, kinderen vooraan! Dankjewel Joost, dat ziet er een stuk beter uit!”
“Roos, ik wil je actief zien lezen, zoals Isa doet.”

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Leer elkaar (nog) beter kennen met de werkvorm Ga Staan Als …

Leuk als tussendoortje of als kennismakingsopdracht in het begin van het schooljaar, of juist tijdens het doorschuifuur, als je je nieuwe groep op bezoek krijgt 🙂

De werkvorm
De leerkracht begint steeds een zin met: “Ga staan als …”
Alle leerlingen op wie dit van toepassing is gaan staan.
Daarna gaat iedereen weer zitten en wacht op de nieuwe zin.
Natuurlijk kun je steeds even stil staat bij de zinnen.

Zinnen die ik gebruik(t heb): 

Ga staan als …

  • … je een huisdier hebt.
  • … je buiten Nijmegen woont.
  • … je goed kunt zingen.
  • … je ouder dan 11 jaar bent.
  • … je goed bent in taal.
  • … je al weet naar welke middelbare school je wil.
  • … je het oudste kind van het gezin bent.
  • … je al weet wat je wilt worden.
  • … je een muziekinstrument bespeelt.
  • … je een broer of zus op de middelbare school hebt.
  • … je van lezen houdt.
  • … je broer of zus bij mij in de klas heeft gezeten.
  • … je graag snoept.
  • … je van wilde spelletjes houdt.
  • … je moeder ouder is dan je vader.
  • … je goed zelfstandig kunt werken.
  • … je goed bent in rekenen.
  • … je jonger dan 11 jaar oud bent.
  • … je verantwoordelijk bent voor een taakje thuis.
  • … je over een onderwerp meer denkt te weten dan de juf.
  • … je vindt dat je goed kunt samenwerken.
  • … je lid van een sportvereniging bent.
  • … je later dan groep 3 op onze school bent gekomen.
  • … je goed kunt tekenen.
  • … je van carnaval houdt.
  • … je gezin uit meer dan 4 mensen bestaat.
  • … je je voor jezelf duidelijke werkpunten heb.
  • … je familie in het buitenland hebt.
  • … je goed bent in topografie.
  • … je 11 jaar oud bent.
  • … je er een leuk jaar van wil maken.

Natuurlijk kijk je als leerkracht welke zinnen goed en minder goed kunnen vallen in de groep.
Ik kies op de doorschuifmiddag en in het begin van het schooljaar altijd de “veilige” zinnen.

Variatie: Laat kinderen ook eens een zin bedenken 🙂

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂