Maak met je groep een kunstwerk, gebaseerd op de 4900 Farben van Gerhard Richter.

Deze tekenopdracht kwam ik tegen op een Duitse website.

We beginnen de tekenles met een presentatie over Gerhard Richter, een Duitse kunstenaar. Gerhard Richter is gefascineerd door toeval en toevalligheden.
Zijn kunstwerk “4900 Farben” is het uitgangspunt van deze tekenles.

4900 Farben.jpg

Het kunstwerk bestaat uit 196 vierkante panelen van elk 25 gekleurde vierkanten.
Dat zijn dus 196 × 25 = 4900 gekleurde vierkantjes, 4900 kleuren, in het Duits: 4900 Farben. 😊

Het kunstwerk “4900 Farben” kan steeds op andere manieren tentoongesteld worden, omdat het uit 25 delen bestaat. Dit gebeurt dus ook. De vorm, de plaatsing en de volgorde van de kleuren worden bepaald door een computerprogramma. Dit gebeurt niet met een ingewikkelde berekening, maar geheel willekeurig. Toevallig dus. 😊

In de presentatie heb ik veel verschillende exposities verzameld.

Richter heeft met dit concept ook een groot glas-in-loodraam in de Dom van Keulen ontworpen.

raam

De tekenopdracht
Aan de hand van mijn presentatie vertel ik bovenstaand verhaal
Alle kinderen krijgen een leeg honderdveld en een dobbelsteen.
We bepalen samen welke kleuren bij de ogen van de dobbelsteen horen.

Dan gaan de kinderen dobbelen en kleuren.
Ideeën:
* bij elk getal hoort één kleur;
* bij elk getal kiezen we uit twee kleuren;
* bij het gooien van een 6 mag je zelf een kleur kiezen;
* we bepalen samen welke kleuren we gebruiken;
* we zijn vrij in het kiezen van eigen kleuren.

Hierdoor ontstaan 28 unieke honderdvelden, die samen een kleurrijk meesterwerk vormen. 😊

aan de slag 1  aan de slag 2    aan de slag 4

Als alle honderdvelden af zijn, bepaalt het toeval in welke volgorde deze worden opgeplakt. Wij hebben de ijsstokjes met leerlingnummers getrokken.

volgorde bepalen

En dan … het eindresultaat 🙂

eindresultaat.jpg

Downloads:
* de presentatie
* het werkblad

Bronnen:
* GerhardRichter.com
Serpentine Galleries
Schule Sethweg Hamburg
* En alle sites die vermeld staan in de PowerPointpresentatie.

Rekenen met cadeautjes

Deze opdracht past heel goed in het thema Sinterklaas, Kerstmis of verjaardag.

Eerst bepaal je (samen) wat elk cadeautje waard is.

Vervolgens telt iedereen de waarde van de cadeautjes op.

Per rij en per kolom wordt de totale waarde bepaald.

Omdat je zelf de waarde kunt bepalen,

is dit document te gebruiken in groep 4 t/m 8!

rekenen met cadeautjes afbeelding

Klik op de afbeelding om het document te downloaden.

Zeven manieren om groepjes te maken in de klas.

Dit blogartikel is eerder verschenen op de site van Onderwijswereld-Po.nl.

handen_vriendschap

In mijn klas wordt veel samengewerkt. Van samenwerken leer je namelijk veel: voor jezelf opkomen, je eigen mening vormen, naar anderen luisteren, je verplaatsen in andermans gedachten, vertrouwen hebben in de ander, goede afspraken maken en compromissen sluiten.

Ik wil dat mijn leerlingen gedurende het schooljaar met zoveel mogelijk verschillende kinderen samenwerken.

In dit blogartikel geef ik zeven verschillende manieren om groepjes te maken.

Kwartet
Pak een kwartetspel en tel af hoeveel kaartjes je nodig hebt.
Deel de kaartjes uit. Alle leerlingen met hetzelfde kwartet werken samen.

Hoeken
Hang in het begin van het schooljaar in elke hoek van het lokaal een gekleurd kaartje (bijvoorbeeld rood – geel – blauw – groen). Zo kun je het hele jaar op een eenvoudige manier gebruik maken van de werkvorm Hoeken.
Je kunt nu de groep verdelen over de vier (of drie) hoeken.
Dat kan met een opdracht: “Ga in de hoek staan die op jou van toepassing is.” Vervolgens kun je ontelbaar veel dingen bedenken. Bijvoorbeeld na de uitleg van de opdracht:

Femke_Hoeken_.png

Vervolgens zorg je dat de kinderen in het groene blauwe vak in een groepje zitten met iemand uit het rode vak.

In De Rij
Je bedenkt een onderwerp waarin de leerlingen verschillen. Zeg dan: “Ga op volgorde staan van …” (voornaam, geboortedag, lengte, schoenmaat, hoe laat je opstond, aantal huisdieren)
Als de leerlingen staan, kun je aftellen 1-2-3-4-5-6-7-8 (Het aantal leerlingen gedeeld door 3 of 4). De leerlingen met dezelfde nummers vormen een groepje.
In mijn lokaal kan overigens niet letterlijk één rij gevormd worden. Daarom wordt de rij vaak een halve cirkel 🙂

Social Shuffle
De Social Shuffle is een gratis online tool, die de klasopstelling door elkaar husselt.

Ik Ook Groepen
De werkvorm Ik Ook Groepen is een manier om de leerlingen te laten ontdekken wat ze wel en niet gemeen hebben met hun klasgenoten.
De werkvorm gaat als volgt:
1. De leerkracht stelt een vraag, zoals “Wat is je lievelingskleur?”.
2. Iedereen met hetzelfde antwoord gaat bij elkaar staan.
Nu kun je als leerkracht de groepjes voor de vervolgopdracht maken: kinderen met hetzelfde antwoord bij elkaar óf juist gemengde groepen.
Ideeën voor vragen:
* lievelingskleur
* leukste sport
* favoriete land
* lievelingsdier
* droombaan
* lekkerste toetje

Groepjesmaker
Groepjesmaker is een gratis online tool. Je voert (typt of plakt) eerst alle namen in. Klik dan op “namen toevoegen”. Vervolgens kies je hoeveel groepjes je wil maken. En dan verschijnen de groepjes in beeld.

Zelf groepjes maken
Wat ik zelf vaak doe is de groepjes maken, gebaseerd op niveau, vaardigheden, of op met wie ze nog niet hebben samengewerkt.

Hoe stel jij je groepjes samen?

Oefen werkwoordspelling met deze woordzoekers

 

Met deze woordzoekers kunnen je leerlingen werkwoordspelling oefenen.

De opdracht luidt:
“Vind de 20 werkwoorden, streep ze door in de eerste woordzoeker en schrijf ze op in de eerste kolom. Vind de 20 voltooid deelwoorden, streep ze door in de tweede woordzoeker en schrijf ze op in de tweede kolom, áchter het goede werkwoord.”

woordpakket 9 _ woordzoekers _ afbeelding.png

Klik op de afbeelding om het document te downloaden.

De werkwoorden komen uit woordpakket 9 van de methode Taalverhaal.nu.

 

 

Maak van je methodeles een EDI-les

Wil je ook een effectieve les met grote betrokkenheid, succeservaringen en betere leerprestaties bij alle leerlingen?
Maak dan van je methodeles een EDI-les.

Wat is EDI?
EDI staat voor Expliciete Directe Instructie. EDI bestaat uit een aantal vaste lesonderdelen, aangevuld met technieken. Het doel van EDI is om de leerstof succesvol aan te leren aan alle leerlingen. De sterke, de gemiddelde én de risicoleerlingen.

Alle kenmerken van het EDI-model zijn terug te vinden in de EDI-cirkel.

EDI cirkel

Bron: http://onderwijsgek.nl/
In dit blogartikel beschrijf ik vier kenmerken van een EDI-les: het lesdoel, controle van begrip, leerlingen activeren en de lesafsluiting.

Het boek “Expliciete Directe Instructie”, van John Hollingworth en Silvia Ybarra (Nederlandse bewerking: Marcel Schmeier) is een echte aanrader, als je mijn blogartikel interessant vindt.


1. Het lesdoel

Een goede les heeft een duidelijk doel dat concreet omschrijft wat de leerlingen aan het eind van de les weten en kunnen. Bovendien is een duidelijk doel controleerbaar.
Wanneer je het doel tijdens de les regelmatig herhaalt, merken leerlingen dat alle fasen van de les samenhangen met het lesdoel.

Het is belangrijk om het lesdoel met de leerlingen te delen, zodat ze actief betrokken worden bij wat ze gaan leren.


2. Controle van begrip

Bij een EDI-les contoleer je tijdens het lesgeven voortdurend of de leerlingen de leerstof begrijpen. Het controleren van begrip (cvb) zorgt ervoor dat je als leerkracht je leerlingen helpt om het doel van de les te behalen. Ook leer je zo je leerlingen en hun mogelijkheden goed kennen. Bovendien kun je direct feedback geven en op tijd ingrijpen als er fouten gemaakt worden.
Het controleren van begrip tijdens een EDI-les gaat als volgt: je legt uit en stelt om de paar minuten vragen aan de leerlingen over wat je zojuist hebt uitgelegd. Je legt uit en je vraagt. Je legt uit en je vraagt. Je legt uit en je vraagt.

De stapstenen van het controleren van begrip.
Het controleren van begrip is een belangrijk onderdeel van een EDI-les. Bij het controleren van begrip kunnen steeds de volgende zes stappen gevolgd worden:

  • Eerst instructie geven. Een EDI-les begint áltijd met een instructie. De cvb-vragen zijn bedoeld om te controleren of je instructie effectief is geweest.
  • Dan pas vragen stellen over wat zojuist is uitgelegd.
  • Denktijd bieden. Alle leerlingen worden zo aangezet om na te denken. Eventueel laat je je leerlingen met hun schoudermaatje overleggen.
  • Willekeurig beurten geven. Tenminste drie leerlingen krijgen de beurt.
  • Is het antwoord goed, gedeeltelijk of bijna goed, of helemaal fout?
  • Feedback geven. Je herhaalt het antwoord als het goed is, je vult het antwoord aan, als het gedeeltelijk goed is en je legt opnieuw uit als het antwoord fout is.

Femke EDI stapstenen_plaatje 2
Bron: Twitter van Marcel Schmeier (@Onderwijsgek)


3. Leerlingen activeren

Tijdens een EDI-les zijn de leerlingen voortdurend actief betrokken. Er zijn verschillende manieren om tijdens een les álle kinderen te activeren.

Willekeurig beurten geven met het beurtenbakje
In mijn lokaal staat een beurtenbakje. Hierin zitten houten ijsstokjes, waarop ik de namen van de leerlingen heb geschreven.
Na mijn uitleg stel ik een vraag en roer ik met mijn hand door de ijsstokjes. Na voldoende denktijd pak ik een stokje en noem de naam van de leerling.

Na de vraag (en het antwoord) gaat het stokje weer terug in het beurtenbakje. Kinderen weten dat ze opnieuw de beurt kunnen krijgen.

Twee mooie tips van Marcel Schmeier:
* Je kunt de stokjes markeren door de rand bovenaan te kleuren. Zet het stokje op de kop terug en je ziet eenvoudig welke leerlingen nog geen beurt hebben gehad, zonder dat de leerlingen dit merken.
* Je kunt gebruik maken van het zogenoemde “smokkelstokje”. Bij de derde beurt trek je weer een stokje, maar in plaats van de naam te lezen die erop staat, zeg je de naam van een zwakke leerling. Doordat deze het antwoord al twee keer heeft gehoord, kan hij/zij ook een goed antwoord geven en op deze manier een succeservaring opdoen.

Wisbordjes
Wisbordjes zijn plastic bordjes waarop de leerlingen hun antwoord met een uitwisbare stift schrijven en het daarna aan de leerkracht laten zien.
Iedere individuele leerling wordt op deze manier geactiveerd. Bovendien heb je als leerkracht direct zicht of echt iedereen heeft begrepen wat je zojuist hebt uitgelegd.
Wisbordjes kun je kopen, maar ook zelf maken. Google maar eens op het woord “wisbordjes” en je krijgt talloze voorbeelden.

Schoudermaatjes
Je kunt je leerlingen individueel laten nadenken, maar je kunt ze ook laten samenwerken in tweetallen. Leerlingen horen zo ook het antwoord of de oplossingsstrategie van hun schoudermaatje. Ook verwoorden ze zo hun gedachten hardop, waardoor ze zich de leerstof beter eigen maken. Bovendien krijgen ze feedback op hun eigen antwoord of strategie.


4. Lesafsluiting

Tijdens de lesafsluiting laten de leerlingen zien of ze het lesdoel beheersen. Dit doen ze door een korte opdracht te maken of een controlevraag te beantwoorden.
De lesafsluiting in een EDI-les vindt plaats vóór de fase van zelfstandige verwerking. Je wilt er als leerkracht namelijk zeker van zijn dat je leerlingen de leerstof begrijpen, voordat ze zelfstandig aan het werk gaan.
Bovendien is de lesafsluiting belangrijk, omdat deze de mogelijkheid geeft om te kijken of er nog leerlingen zijn die een verlengde instructie nodig hebben.
Als 80 procent van de leerlingen de leerstof voldoende begrijpt, kun je overgaan naar de fase van zelfstandige verwerking. De leerlingen die het lesdoel nog niet behaald hebben geef je verlengde instructie.

 

Dit blogartikel is ook verschenen op de de site van Onderwijswereld-Po.nl 🙂

 

Bronnen:
http://www.directeinstructie.nl/
http://onderwijsgek.nl/
Het boek “Expliciete Directe Instructie”, van John Hollingworth en Silvia Ybarra (Nederlandse bewerking: Marcel Schmeier)