
Ingezonden bijdrage.
Rekenen, taal en wereldoriëntatie hoeven niet altijd in het klaslokaal plaats te vinden. Ook op het schoolplein of in de omgeving van de school kun je allerlei leerzame activiteiten organiseren. Het leuke is dat kinderen ondertussen bewegen, samenwerken en hun omgeving op een andere manier bekijken.
Met deze zeven opdrachten kun je zonder ingewikkelde voorbereiding aan de slag.
1. Rekenen met wat je buiten ziet
Laat leerlingen in tweetallen op zoek gaan naar getallen in de omgeving. Denk aan huisnummers, verkeersborden of nummers op fietsenrekken.
Geef vervolgens opdrachten zoals: tel twee getallen bij elkaar op, zoek een even getal of maak met drie gevonden cijfers het grootst mogelijke getal.
Je kunt de opdrachten eenvoudig aanpassen aan het niveau van de groep.
2. Een taalbingo op het schoolplein
Maak een bingokaart met woorden of categorieën die leerlingen buiten kunnen tegenkomen. Bijvoorbeeld iets van hout, een voorwerp met een lange klinker of iets waarvan de naam uit drie lettergrepen bestaat.
Laat leerlingen hun vondsten opschrijven. Bespreek na afloop welke woorden ze hebben gevonden en waarom die bij de opdracht passen.
3. Schatten en meten
Hoe lang is het schoolplein? Hoe hoog is een boom? En hoeveel stappen zijn het van het hek naar de voordeur?
Laat leerlingen eerst een schatting maken en daarna meten. Met een meetlint, liniaal of hun eigen stappen kunnen ze de uitkomsten vergelijken.
Bespreek waarom de resultaten verschillen. Vooral bij het meten met stappen levert dat vaak leuke gesprekken op.
4. Maak samen een speurtocht
Een speurtocht is een leuke manier om verschillende vakken te combineren. Leerlingen bedenken zelf vragen, zoeken geschikte plekken en maken een route voor hun klasgenoten.
Dat kan op papier, maar ook digitaal. Op bijvoorbeeld Speurtocht.nl kan je heel eenvoudig een eigen speurtocht maken. Leerlingen of leerkrachten kunnen daar een route met vragen maken, die vervolgens via een smartphone gespeeld kan worden.
Laat bijvoorbeeld de ene helft van de klas een speurtocht maken en de andere helft deze testen. Daarna wisselen de groepen.
Zo oefenen leerlingen niet alleen met taal en rekenen, maar ook met het formuleren van duidelijke instructies.
5. Zoek de vormen
Ga op zoek naar meetkundige vormen in de omgeving. Waar zie je een rechthoek, driehoek of cirkel? En zijn er ook voorwerpen te vinden met een symmetrische vorm?
Oudere leerlingen kunnen foto’s maken en achteraf uitleggen welke eigenschappen de gevonden vormen hebben.
6. Een verhaal in vijf voorwerpen
Laat leerlingen vijf voorwerpen zoeken of aanwijzen die ze buiten tegenkomen. Denk aan een blad, een steen, een tak of een opvallend verkeersbord.
Met deze vijf voorwerpen schrijven ze vervolgens een kort verhaal waarin alles terugkomt.
Je kunt de opdracht uitbreiden door een genre te kiezen, zoals een spannend verhaal, sprookje of grappig nieuwsbericht.
7. De omgeving als geschiedenisles
Ook dicht bij school zijn vaak sporen van vroeger te vinden. Een oud gebouw, monument, straatnaam of gevelsteen kan het begin zijn van een interessante opdracht.
Laat leerlingen onderzoeken wat ze zien en vragen bedenken die ze graag beantwoord zouden willen hebben.
Terug in de klas kunnen ze hun bevindingen presenteren.
Buiten leren hoeft niet ingewikkeld te zijn
Een goede buitenles hoeft geen complete excursie te zijn. Met twintig minuten op het schoolplein kun je al een afwisselende activiteit organiseren.
Kies één duidelijk leerdoel, geef korte instructies en laat leerlingen zoveel mogelijk zelf ontdekken. Juist die combinatie van bewegen, samenwerken en onderzoeken maakt buiten leren zo leuk.
.

.
