Oefen werkwoordspelling met deze woordzoekers

 

Met deze woordzoekers kunnen je leerlingen werkwoordspelling oefenen.

De opdracht luidt:
“Vind de 20 werkwoorden, streep ze door in de eerste woordzoeker en schrijf ze op in de eerste kolom. Vind de 20 voltooid deelwoorden, streep ze door in de tweede woordzoeker en schrijf ze op in de tweede kolom, áchter het goede werkwoord.”

woordpakket 9 _ woordzoekers _ afbeelding.png

Klik op de afbeelding om het document te downloaden.

De werkwoorden komen uit woordpakket 9 van de methode Taalverhaal.nu.

 

 

Maak van je methodeles een EDI-les

Wil je ook een effectieve les met grote betrokkenheid, succeservaringen en betere leerprestaties bij alle leerlingen?
Maak dan van je methodeles een EDI-les.

Wat is EDI?
EDI staat voor Expliciete Directe Instructie. EDI bestaat uit een aantal vaste lesonderdelen, aangevuld met technieken. Het doel van EDI is om de leerstof succesvol aan te leren aan alle leerlingen. De sterke, de gemiddelde én de risicoleerlingen.

Alle kenmerken van het EDI-model zijn terug te vinden in de EDI-cirkel.

EDI cirkel

Bron: http://onderwijsgek.nl/
In dit blogartikel beschrijf ik vier kenmerken van een EDI-les: het lesdoel, controle van begrip, leerlingen activeren en de lesafsluiting.

Het boek “Expliciete Directe Instructie”, van John Hollingworth en Silvia Ybarra (Nederlandse bewerking: Marcel Schmeier) is een echte aanrader, als je mijn blogartikel interessant vindt.


1. Het lesdoel

Een goede les heeft een duidelijk doel dat concreet omschrijft wat de leerlingen aan het eind van de les weten en kunnen. Bovendien is een duidelijk doel controleerbaar.
Wanneer je het doel tijdens de les regelmatig herhaalt, merken leerlingen dat alle fasen van de les samenhangen met het lesdoel.

Het is belangrijk om het lesdoel met de leerlingen te delen, zodat ze actief betrokken worden bij wat ze gaan leren.


2. Controle van begrip

Bij een EDI-les contoleer je tijdens het lesgeven voortdurend of de leerlingen de leerstof begrijpen. Het controleren van begrip (cvb) zorgt ervoor dat je als leerkracht je leerlingen helpt om het doel van de les te behalen. Ook leer je zo je leerlingen en hun mogelijkheden goed kennen. Bovendien kun je direct feedback geven en op tijd ingrijpen als er fouten gemaakt worden.
Het controleren van begrip tijdens een EDI-les gaat als volgt: je legt uit en stelt om de paar minuten vragen aan de leerlingen over wat je zojuist hebt uitgelegd. Je legt uit en je vraagt. Je legt uit en je vraagt. Je legt uit en je vraagt.

De stapstenen van het controleren van begrip.
Het controleren van begrip is een belangrijk onderdeel van een EDI-les. Bij het controleren van begrip kunnen steeds de volgende zes stappen gevolgd worden:

  • Eerst instructie geven. Een EDI-les begint áltijd met een instructie. De cvb-vragen zijn bedoeld om te controleren of je instructie effectief is geweest.
  • Dan pas vragen stellen over wat zojuist is uitgelegd.
  • Denktijd bieden. Alle leerlingen worden zo aangezet om na te denken. Eventueel laat je je leerlingen met hun schoudermaatje overleggen.
  • Willekeurig beurten geven. Tenminste drie leerlingen krijgen de beurt.
  • Is het antwoord goed, gedeeltelijk of bijna goed, of helemaal fout?
  • Feedback geven. Je herhaalt het antwoord als het goed is, je vult het antwoord aan, als het gedeeltelijk goed is en je legt opnieuw uit als het antwoord fout is.

Femke EDI stapstenen_plaatje 2
Bron: Twitter van Marcel Schmeier (@Onderwijsgek)


3. Leerlingen activeren

Tijdens een EDI-les zijn de leerlingen voortdurend actief betrokken. Er zijn verschillende manieren om tijdens een les álle kinderen te activeren.

Willekeurig beurten geven met het beurtenbakje
In mijn lokaal staat een beurtenbakje. Hierin zitten houten ijsstokjes, waarop ik de namen van de leerlingen heb geschreven.
Na mijn uitleg stel ik een vraag en roer ik met mijn hand door de ijsstokjes. Na voldoende denktijd pak ik een stokje en noem de naam van de leerling.

Na de vraag (en het antwoord) gaat het stokje weer terug in het beurtenbakje. Kinderen weten dat ze opnieuw de beurt kunnen krijgen.

Twee mooie tips van Marcel Schmeier:
* Je kunt de stokjes markeren door de rand bovenaan te kleuren. Zet het stokje op de kop terug en je ziet eenvoudig welke leerlingen nog geen beurt hebben gehad, zonder dat de leerlingen dit merken.
* Je kunt gebruik maken van het zogenoemde “smokkelstokje”. Bij de derde beurt trek je weer een stokje, maar in plaats van de naam te lezen die erop staat, zeg je de naam van een zwakke leerling. Doordat deze het antwoord al twee keer heeft gehoord, kan hij/zij ook een goed antwoord geven en op deze manier een succeservaring opdoen.

Wisbordjes
Wisbordjes zijn plastic bordjes waarop de leerlingen hun antwoord met een uitwisbare stift schrijven en het daarna aan de leerkracht laten zien.
Iedere individuele leerling wordt op deze manier geactiveerd. Bovendien heb je als leerkracht direct zicht of echt iedereen heeft begrepen wat je zojuist hebt uitgelegd.
Wisbordjes kun je kopen, maar ook zelf maken. Google maar eens op het woord “wisbordjes” en je krijgt talloze voorbeelden.

Schoudermaatjes
Je kunt je leerlingen individueel laten nadenken, maar je kunt ze ook laten samenwerken in tweetallen. Leerlingen horen zo ook het antwoord of de oplossingsstrategie van hun schoudermaatje. Ook verwoorden ze zo hun gedachten hardop, waardoor ze zich de leerstof beter eigen maken. Bovendien krijgen ze feedback op hun eigen antwoord of strategie.


4. Lesafsluiting

Tijdens de lesafsluiting laten de leerlingen zien of ze het lesdoel beheersen. Dit doen ze door een korte opdracht te maken of een controlevraag te beantwoorden.
De lesafsluiting in een EDI-les vindt plaats vóór de fase van zelfstandige verwerking. Je wilt er als leerkracht namelijk zeker van zijn dat je leerlingen de leerstof begrijpen, voordat ze zelfstandig aan het werk gaan.
Bovendien is de lesafsluiting belangrijk, omdat deze de mogelijkheid geeft om te kijken of er nog leerlingen zijn die een verlengde instructie nodig hebben.
Als 80 procent van de leerlingen de leerstof voldoende begrijpt, kun je overgaan naar de fase van zelfstandige verwerking. De leerlingen die het lesdoel nog niet behaald hebben geef je verlengde instructie.

 

Dit blogartikel is ook verschenen op de de site van Onderwijswereld-Po.nl 🙂

 

Bronnen:
http://www.directeinstructie.nl/
http://onderwijsgek.nl/
Het boek “Expliciete Directe Instructie”, van John Hollingworth en Silvia Ybarra (Nederlandse bewerking: Marcel Schmeier)

Getal van de dag

Met de activiteit “Getal van de dag” kun je regelmatig verschillende sommen oefenen.

Op het ene werkblad kun je een getal (laten) invullen met tot drie cijfers achter de komma en op het andere werkblad kun je een getal kiezen tot 9.999.999.
Hierdoor zijn deze werkbladen uitermate geschikt voor leerlingen in groep 7-8 of de eerste twee leerjaren van het V.O.

De leerlingen kunnen individueel of in tweetallen werken.

Je zou het ook kunnen lamineren en als wisbordje gebruiken.

Download de documenten door op de afbeelding te klikken.

Getal van de dag _ plaatje socials

 

Wil je de documenten als “Getal van de week”? Dat kan! 🙂
Die kun je hier downloaden. Getal van de week.

Happy in de groepsapp

whatshappy afbeelding.jpg

Ken je dat: gedoe en geruzie in de groepsapp van je leerlingen?

Om ervoor te zorgen dat leerlingen ook online op een fijne manier met elkaar omgaan, kun je de les WhatsHappy geven. De les is ontwikkeld door Remco Pijpers, expert jeugd en digitale media van Kennisnet.

Elk jaar geef ik mijn eigen versie van deze les.
Daar trek ik drie momenten voor uit in één week.

Bij mijn les hoort deze presentatie.

Doel van de activiteiten
Ik begin met het te vertellen van de doelen van de les:
* WhatsApp (beter) leren kennen.
* Zien wat anderen van WhatsApp vinden.
* Zien of/hoe anderen WhatsApp gebruiken.
* Afspraken maken rondom het gebruik van WhatsApp met klasgenoten.

Weetjes over What’s App
In de werkvorm Hoeken behandelen we een aantal weetjes.
In elke hoek van mijn lokaal hangt een gekleurd kaartje (rood-geel-blauw-groen).
Op het digibord staat steeds een stelling met mogelijke antwoorden geprojecteerd. De leerlingen lopen naar de hoek van hun keuze.

De stellingen gaan over het bedrijf What’s App en de (gemiddelde) gebruiker van de app.

Je vindt alle stellingen in de presentatie.

Eigen ervaringen met What’s App
In de werkvorm Hoeken behandelen we een aantal stellingen.
De stellingen gaan over de persoonlijke  positieve en negatieve ervaringen met What’s App.

Je vindt alle stellingen in de presentatie.
Bij elke stelling mogen steeds twee tot vier kinderen iets vertellen over die ervaring.

Even nakletsen
Kinderen die ook hun ervaringen klassikaal willen delen en nog niet aan de beurt zijn geweest, kunnen nu vertellen.

Nare berichten
We kijken naar een kort item van het Jeugdjournaal:”Wat moet je doen met horror-appjes?”
Daarna praten we hierover in de groep.

Regels en afspraken
1. individueel
De leerlingen schrijven allemaal minimaal vijf afspraken op over wat je wel en niet moet doen als je wilt WhatsAppen. Ze mogen bij deze opdracht niet met elkaar overleggen.
Na deze activiteit verzamel ik alle genoteerde antwoorden en zet die in een Word-bestand. Ook zet ik achter elke afspraak hoe vaak deze is genoemd.
2. in het tafelgroepje
De leerlingen krijgen per tafelgroepje een exemplaar van het Word-bestand uit stap 1. Nu is het de bedoeling om in het tafelgroepje alle individuele antwoorden samen te vatten. Lukt dat in 3-5 afspraken per kolom? What’s niet? L  What’s wel? J
3. belangrijke afspraken
Per groepje worden de voor hen belangrijke afspraken genoemd.
Na deze activiteit verzamel ik alle genoteerde antwoorden van de tafelgroepjes en zet die in een Word-bestand.
4. klassikale afspraken
Op het digibord projecteer ik het Word-bestand uit stap 3. Lukt het ons om alle afspraken samen te vatten in 6 afspraken per kolom?
What’s niet? 🙂  What’s wel? 🙂

De poster
De afspraken worden op de klassenposter geschreven en de poster krijgt een prominente plek in de klas.
De poster kun je hier downloaden.

Download hier de presentatie.

logo

Bron

 

Oefen spreekwoorden in rebusvorm

Willen jullie mijn spreekwoorden in rebusvorm uitproberen in de klas?
Feedback is meer dan welkom!!
Je vindt hier 48 kaartjes:

* 16 spreekwoorden
* 16 betekenissen
* 16 rebussen

Je kunt bijvoorbeeld een Mix & Ruil doen of een Mix & Koppel.

Laat mij weten hoe jij met deze kaarten hebt geoefend en in vermeld het in deze post. 🙂

De 48 kaartjes.

Download hier de kaartjes. Of klik op de afbeelding.

Met dank aan de kaartjes van Rachèl Van ’t Westeinde heb ik nogmaals 48 kaartjes in dezelfde lay-out gemaakt.
Deze set is geschikt voor het thema “familie” (thema 2 van de methode Staal).

Je kunt deze set via deze link downloaden. 

Dierendag – geheimschrift

Speciaal voor Dierendag heb ik een werkblad gemaakt met woorden in geheimschrift. 🙂

Je kunt als leerkracht kiezen: Geef je alle kinderen de volledige sleutel tot de oplossing? Of begin je met een paar letters? Wie maakt welk niveau?
De opdrachten bestaan uit vijf niveaus:
* gemakkelijk
* * iets moeilijker
* * * moeilijk
* * * * expert
* * * * * niet te doen

Klik op de afbeelding als je het werkblad, de sleutel tot de oplossing én de goede antwoorden wil downloaden.

Veel plezier ermee!

Ook leuk voor Dierendag:
30 vraagkaartjes met raadsels in het Engels.
De kinderen raden (met elkaar) welke dieren zijn beschreven.