Taalles wordt les in Sociale Media en Mediawijsheid.

Elk jaar krijgen de kinderen tijdens een taalles de opdracht om een officiële brief te schrijven. Bijvoorbeeld naar een directeur, een voorzitter of een burgemeester.

Eén van mijn leerlingen schreef vorig jaar haar brief naar de voorzitter van de Marikenloop. Toen ze de brief aan mij liet lezen, vroeg ik haar of ze wist hoe de voorzitter heet. Dat wist ze niet, maar ze ging het op de computer opzoeken. Het bleek om Ton van Lieshout te gaan.

“Zal ik eens kijken, of meneer van Lieshout ook op Twitter zit?” stelde ik voor. “Dan kunnen we jouw brief misschien wel aan hem sturen.”

Dat vond mijn leerlinge een goed idee. Toen we samen zochten op “Ton van Lieshout” bleken er meer dan 10 accounts met deze naam te zijn. Om ervoor te zorgen dat we de goede Ton hadden, moesten we dus enkele accounts openen.

“Ja!”, zei mijn leerlinge bij de tweede Ton. “Dat is de goede!” Zij zag het aan de foto en ik zag het ook, maar dan aan de profielbeschrijving. 

“Dan kunnen we hem nu een bericht sturen”, zei ik. “Maar eerst wil ik dat je je ouders vraagt of we jouw voor- en achternaam mogen gebruiken. Die staan per slot van rekening in jouw brief.”

Mijn leerlinge dacht even na en stelde voor om de brief opnieuw te schrijven, zonder haar naam.

Uiteindelijk hebben we een andere oplossing bedacht: we hebben haar naam afgedekt met een gekleurd papiertje.

 Nog geen uur na het verzenden van de tweet, kregen we al een reactie.

En later kregen we dit officiële antwoord.

In mei van dit jaar stond de drankpost inderdaad op de plaats die mijn leerlinge geopperd had. 🙂

Geef een reactie