Maak van je methodeles een EDI-les

Wil je ook een effectieve les met grote betrokkenheid, succeservaringen en betere leerprestaties bij alle leerlingen?
Maak dan van je methodeles een EDI-les.

Wat is EDI?
EDI staat voor Expliciete Directe Instructie. EDI bestaat uit een aantal vaste lesonderdelen, aangevuld met technieken. Het doel van EDI is om de leerstof succesvol aan te leren aan alle leerlingen. De sterke, de gemiddelde én de risicoleerlingen.

Alle kenmerken van het EDI-model zijn terug te vinden in de EDI-cirkel.

EDI cirkel

Bron: http://onderwijsgek.nl/
In dit blogartikel beschrijf ik vier kenmerken van een EDI-les: het lesdoel, controle van begrip, leerlingen activeren en de lesafsluiting.

Het boek “Expliciete Directe Instructie”, van John Hollingworth en Silvia Ybarra (Nederlandse bewerking: Marcel Schmeier) is een echte aanrader, als je mijn blogartikel interessant vindt.


1. Het lesdoel

Een goede les heeft een duidelijk doel dat concreet omschrijft wat de leerlingen aan het eind van de les weten en kunnen. Bovendien is een duidelijk doel controleerbaar.
Wanneer je het doel tijdens de les regelmatig herhaalt, merken leerlingen dat alle fasen van de les samenhangen met het lesdoel.

Het is belangrijk om het lesdoel met de leerlingen te delen, zodat ze actief betrokken worden bij wat ze gaan leren.


2. Controle van begrip

Bij een EDI-les contoleer je tijdens het lesgeven voortdurend of de leerlingen de leerstof begrijpen. Het controleren van begrip (cvb) zorgt ervoor dat je als leerkracht je leerlingen helpt om het doel van de les te behalen. Ook leer je zo je leerlingen en hun mogelijkheden goed kennen. Bovendien kun je direct feedback geven en op tijd ingrijpen als er fouten gemaakt worden.
Het controleren van begrip tijdens een EDI-les gaat als volgt: je legt uit en stelt om de paar minuten vragen aan de leerlingen over wat je zojuist hebt uitgelegd. Je legt uit en je vraagt. Je legt uit en je vraagt. Je legt uit en je vraagt.

De stapstenen van het controleren van begrip.
Het controleren van begrip is een belangrijk onderdeel van een EDI-les. Bij het controleren van begrip kunnen steeds de volgende zes stappen gevolgd worden:

  • Eerst instructie geven. Een EDI-les begint áltijd met een instructie. De cvb-vragen zijn bedoeld om te controleren of je instructie effectief is geweest.
  • Dan pas vragen stellen over wat zojuist is uitgelegd.
  • Denktijd bieden. Alle leerlingen worden zo aangezet om na te denken. Eventueel laat je je leerlingen met hun schoudermaatje overleggen.
  • Willekeurig beurten geven. Tenminste drie leerlingen krijgen de beurt.
  • Is het antwoord goed, gedeeltelijk of bijna goed, of helemaal fout?
  • Feedback geven. Je herhaalt het antwoord als het goed is, je vult het antwoord aan, als het gedeeltelijk goed is en je legt opnieuw uit als het antwoord fout is.

Femke EDI stapstenen_plaatje 2
Bron: Twitter van Marcel Schmeier (@Onderwijsgek)


3. Leerlingen activeren

Tijdens een EDI-les zijn de leerlingen voortdurend actief betrokken. Er zijn verschillende manieren om tijdens een les álle kinderen te activeren.

Willekeurig beurten geven met het beurtenbakje
In mijn lokaal staat een beurtenbakje. Hierin zitten houten ijsstokjes, waarop ik de namen van de leerlingen heb geschreven.
Na mijn uitleg stel ik een vraag en roer ik met mijn hand door de ijsstokjes. Na voldoende denktijd pak ik een stokje en noem de naam van de leerling.

Na de vraag (en het antwoord) gaat het stokje weer terug in het beurtenbakje. Kinderen weten dat ze opnieuw de beurt kunnen krijgen.

Twee mooie tips van Marcel Schmeier:
* Je kunt de stokjes markeren door de rand bovenaan te kleuren. Zet het stokje op de kop terug en je ziet eenvoudig welke leerlingen nog geen beurt hebben gehad, zonder dat de leerlingen dit merken.
* Je kunt gebruik maken van het zogenoemde “smokkelstokje”. Bij de derde beurt trek je weer een stokje, maar in plaats van de naam te lezen die erop staat, zeg je de naam van een zwakke leerling. Doordat deze het antwoord al twee keer heeft gehoord, kan hij/zij ook een goed antwoord geven en op deze manier een succeservaring opdoen.

Wisbordjes
Wisbordjes zijn plastic bordjes waarop de leerlingen hun antwoord met een uitwisbare stift schrijven en het daarna aan de leerkracht laten zien.
Iedere individuele leerling wordt op deze manier geactiveerd. Bovendien heb je als leerkracht direct zicht of echt iedereen heeft begrepen wat je zojuist hebt uitgelegd.
Wisbordjes kun je kopen, maar ook zelf maken. Google maar eens op het woord “wisbordjes” en je krijgt talloze voorbeelden.

Schoudermaatjes
Je kunt je leerlingen individueel laten nadenken, maar je kunt ze ook laten samenwerken in tweetallen. Leerlingen horen zo ook het antwoord of de oplossingsstrategie van hun schoudermaatje. Ook verwoorden ze zo hun gedachten hardop, waardoor ze zich de leerstof beter eigen maken. Bovendien krijgen ze feedback op hun eigen antwoord of strategie.


4. Lesafsluiting

Tijdens de lesafsluiting laten de leerlingen zien of ze het lesdoel beheersen. Dit doen ze door een korte opdracht te maken of een controlevraag te beantwoorden.
De lesafsluiting in een EDI-les vindt plaats vóór de fase van zelfstandige verwerking. Je wilt er als leerkracht namelijk zeker van zijn dat je leerlingen de leerstof begrijpen, voordat ze zelfstandig aan het werk gaan.
Bovendien is de lesafsluiting belangrijk, omdat deze de mogelijkheid geeft om te kijken of er nog leerlingen zijn die een verlengde instructie nodig hebben.
Als 80 procent van de leerlingen de leerstof voldoende begrijpt, kun je overgaan naar de fase van zelfstandige verwerking. De leerlingen die het lesdoel nog niet behaald hebben geef je verlengde instructie.

 

Dit blogartikel is ook verschenen op de de site van Onderwijswereld-Po.nl 🙂

 

Bronnen:
http://www.directeinstructie.nl/
http://onderwijsgek.nl/
Het boek “Expliciete Directe Instructie”, van John Hollingworth en Silvia Ybarra (Nederlandse bewerking: Marcel Schmeier)

3 gedachtes over “Maak van je methodeles een EDI-les

  1. Bianca november 3, 2019 / 4:11 pm

    Wat is dan eigenlijk het grote verschil met een ADI les?

  2. Ineke november 5, 2019 / 3:22 pm

    Hoi Bianca,

    Het allergrootste verschil met een ADI (activerende directe instructie) les is dat je vóórdat je zelfstandig laat werken controleert of het lesdoel gehaald is bij 80-90% van de kinderen. Je weet dan zeker dat de kinderen die het lesdoel gehaald hebben zelfstandig de opdrachten kunnen maken. Je kunt dan per les kijken welke kinderen verlengde instructie nodig hebben en dat zijn dan gelukkig niet altijd de kinderen die je bij voorbaat al als ‘zwak’ bestempeld had. Het voorkomt naar mijn idee stigmatisering en ook een leerling die meestal snel zelfstandig aan het werk kan heeft bij bepaalde onderdelen wel eens verlengde instructie nodig. Je differentieert dus veel flexibeler.
    Bij ADI reflecteer je ook op het lesdoel en het lesverloop, maar dat doe je helemaal aan het eind van de les voordat je gaat opruimen. Vaak schiet het er dan bij in omdat de bel voor de pauze gaat oid. Je ontdekt dan pas op het eind van de les dat een aantal kinderen het toch niet helemaal begrepen had en veel fouten heeft. Die les hebben ze dan dus niet zoveel geleerd en morgen moet je hen opnieuw uitleg geven.

    Groeten Ineke Hanemaaijer

Geef een reactie