Laat je leerlingen een quiz maken, als voorbereiding op een toets wereldoriëntatie

In een eerder weblog schreef ik over het op een andere manier verwerken van een les wereldoriëntatie.

Nu deel ik een ander idee met jullie. Namelijk een quiz laten maken om je leerlingen voor te bereiden op de aankomende toets.

Niet alleen van het ontwikkelen van een eigen quiz, maar ook van het maken van andermans quiz(zen) leren leerlingen veel.

10 vragen goed is een 10!
Wat je kunt doen is elke leerling een quiz laten maken voor een klasgenoot.
Alle vragen moeten gaan over het hoofdstuk.
Laat de quiz bestaan uit 10 vragen.
Laat de leerlingen ook een antwoorden blad maken.
Als iedereen klaar is, kunnen de leerlingen een quiz van een klasgenoot maken.
Voor elke opdracht is een punt te verdienen. Alles goed is dus een 10!


Soorten vragen

Verzin van tevoren verschillende soorten vragen, zodat de leerlingen genoeg inspiratie krijgen om zelfstandig aan de slag te gaan.
* Multiple choice vragen
* Open vragen
* Gesloten
vragen
* Waar- of niet-waar-vragen
Zoek De Valse


Variaties:

* De leerlingen maken in tweetallen een quiz voor een ander tweetal.
* De vragen worden voorzien van een, twee of drie sterren: Een ster voor een gemakkelijke vraag, twee sterren voor een gemiddelde vraag en drie sterren voor een moeilijke vraag. Voor een “drie-ster-vraag” zijn natuurlijk meer punten te verdienen.
* De leerlingen verzinnen een bonusvraag voor een extra punt.
* De eerste tien minuten van het maken van elkaars quiz mogen de leerlingen géén hulpmiddelen gebruiken. Na 10 minuten mogen ze nog 5 minuten hun boek gebruiken.

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Zeven tips (+ twee bonustips) om met je klas educatieve bordspellen te maken.

Deze week heb ik mijn klas educatieve bordspellen laten maken. In dit blogartikel lees je 7 tips (+ twee bonustips), zodat je dit ook in je eigen klas kan doen 🙂

1. Zorg voor een goede voorbereiding.
Zorg als leerkracht voor een goede voorbereiding. Dat betekent onder andere dat je nadenkt over de thema en de inhoud van het bordspel. Bovendien denk je na over het aantal kinderen dat samen één spel maakt. Ook kun je al een aantal dingen klaarzetten of –leggen, voordat de kinderen beginnen.

Mijn voorbereiding bestond deze week uit:
* kaartjes van verschillende kleuren snijden (mijn kaartjes zijn op A7-formaat)
* 3-tallen maken
* voor elk groepje een aantal lesboeken (wij gebruikten geschiedenis, aardrijkskunde, natuur, rekenen en taal)
* voor elk groepje een bordspel op A3-formaat. Ik heb het bordspel van Argus Clou gebruikt, maar je vindt op internet ook leuke lege templates, zoals deze en deze.
* voor elk groepje drie klapperblaadjes (voor de spelregels, voor extra aantekeningen en voor tips & tops over een spel van een ander groepje)

 

2. Zorg voor de juiste benodigdheden per leerling.
Elke leerling heeft ook nog spullen uit zijn/haar laatje nodig. Per leerling heeft mijn groep het volgende gebruikt:
— onthoudschrift
— huiswerkboekje
— kleurpotloden
— markeer(stiften)

 

3. Spreek duidelijke afspraken en regels af.
Veel kinderen vinden vrije en creatieve opdrachten leuk. Sommige kinderen vinden het moeilijk om met (beperkte) vrijheid om te gaan.
Mijn afspraken bestonden uit:
* Elke groepje maakt een bordspel en noteert op een apart blad de spelregels.
* Elk groepje maakt 75 vraagkaartjes (met het antwoord erop) in de volgende verdeling:
→  15 keer aardrijkskunde
→  15 keer geschiedenis
→  15 keer natuur
→  15 keer rekenen
→  15 keer taal
* Heb je tijd over? Andere vragen bedenken of alvast je eigen spel spelen.
* Je blijft in je eigen groepje.
* Je werkt serieus.

 

4. Laat de spellen uittesten.
Ik liet elk drietal het spel van een ander drietal uittesten door het spel te spelen. De afspraak tijdens het spelen is: Je mag niet naar een groepje om iets te vragen. Als iets onduidelijk aan het spel is, schrijf je dat op het tips & tops-blad.
Na ongeveer 10-15 minuten kreeg iedereen zijn of haar eigen spullen weer terug en kon vervolgens aan de hand van de tips en tops dingen verbeteren.

 

5. Zorg voor genoeg tijd en een goede planning.
Deze activiteit kost veel tijd. Wij hebben er de hele ochtend voor uitgetrokken.
•  Uitleg – spelregels bedenken en taken verdelen (10 minuten)
•  Overlegtijd in je groepje (10 minuten)
•  Werken (90 minuten, verdeeld over twee keer 45 minuten)
•  Uittesten van een spel van een ander groepje en tips & tops opschrijven (15 minuten)

 

6. Laat de spellen spelen.
Wat de kinderen echt leuk vinden is elkaars spellen spelen. Niet alleen leerzaam, maar ook leuk! 🙂

 

7. Reflecteer na het maken en spelen van de spellen.
Dit kan heel open:
* Wie wil er iets vertellen over deze ochtend?
Je kunt ook vragen op inhoud en strategie stellen:
* Wat vond je gemakkelijk of moeilijk aan de opdrachten?
* Hoe is het jullie groepje gelukt om een goed educatief bordspel te maken?
Je kunt ook reflecteren, gericht op modus:
* Welk cijfer zou je willen geven voor je werkhouding, en waarom?
Of gericht op persoonlijke kwaliteiten:
* Welke persoonlijke kwaliteit heb je kunnen laten zien?
En altijd goed: feedback vragen:
* Welke tips en tops heb je voor de leerkracht?

Bonustips:
Leerlingen verrasten mij met heel veel creatieve ideeën!
Twee ervan deel ik hier met jullie:


Maak een klein boekje met alle spelregels, in plaats van één A4-tje.
Met dank aan Sterre 🙂

 


Vouw de vraagkaartjes onderaan dubbel en schrijf in het flapje het antwoord op de vraag.
Met dank aan Maurits 🙂

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Gebruik meer ICT tijdens de geschiedenisles met deze tips.

Vooronderzoek.
Laat de leerlingen vóór een thema of een les al wat opzoeken over het onderwerp of de belangrijkste begrippen. Dit kunnen teksten, afbeeldingen en / of filmpjes zijn.
Ik geef mijn leerlingen altijd de opdracht om het in hun eigen woorden op te schrijven.
Goede sites om te laten gebruiken zijn:
https://www.entoen.nu/
www.schooltvbeeldbank.nl
www.wikikids.nl
www.groep8kh.yurls.net
www.jeugdbieb.nl
www.netwijs.nl
www.schoolbieb.nl

 

 

 

 

 


Powerpoint.

Laat de leerlingen een presentatie maken over een thema.

 

 

 

 

 


Filmpjes.

Toon extra filmpjes op het digibord óf laat kinderen zelfstandig filmpjes kijken op een tablet of laptop. Natuurlijk kun je het kijken van een (specifiek) filmpje ook als huiswerk opgeven.
Hier vind je filmpjes, gesorteerd op tijdvak.

 

 

 

 

 

 

Kahootquiz.
Laat de leerlingen een Kahootquiz maken over de belangrijkste informatie van het hoofdstuk. Die quiz(zen) speel je natuurlijk als voorbereiding op de toets. 🙂
Hier vind je mijn blog over Kahoot.

 

 

 

 

 

Padlet.
Laat de leerlingen (in een groepje) een Padlet, een digitaal prikbord maken. Ze kunnen naast tekst, afbeeldingen en filmpjes ook links naar sites posten. Zo’n Padlet kun je ook thuis openen. Ideaal dus als voorbereiding op een toets.
Hier vind je mijn blog over Padlet.

 

 

 

 

 

 

Canonpad.
Laat de leerlingen een Canonpad maken over een geschiedenisonderwerp.
Canonpaden bevatten leuke opdrachten bij de 50 vensters van onze Vaderlandse geschiedenis.
Hier vind je nog meer webpaden.

 

 

 

 

 

 

Spelletjes.
Van spelletjes leer je ook! 🙂
Ik gebruik spelletjes niet als klaaropdracht, want dan heb je kans dat sommige leerlingen de les “afraffelen” om een spelletje te kunnen spelen.
Ik geef alle leerlingen evenveel tijd om een spelletje te spelen. Je kunt de les natuurlijk ook beginnen met een spelletje 🙂
Online geschiedenisspelletjes vind je op deze websites:
http://www.spelletjesplein.nl/geschiedenis/
http://www.leerspellen.nl/Geschiedenis-spellen-t1
https://www.digipuzzle.net/nl/leerspellen/geschiedenis/index.htm
http://www.spellenvoorschool.nl/spelletjes/geschiedenis.html

 

 

 

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Maak meer gebruik van ICT in je lessen met deze tips.

Wil je ICT meer inzetten in je lessen? Gebruik dan deze tips.
Heb je weinig ICT-hulpmiddelen in je klas, scroll dan helemaal naar beneden voor tips 🙂

Vooronderzoek les wereldoriëntatie.
Vóórdat de boeken opengaan, laat ik mijn leerlingen regelmatig een vooronderzoek doen over de belangrijkste begrippen van de les. Mijn leerlingen gaan op het Internet op zoek naar informatie en noteren die in eigen woorden. Sommige kinderen zoeken naar tekst, anderen naar een filmpje of afbeelding.
Tips voor goede sites:
* www.wikikids.nl
* www.willemwever.nl
* www.digischool.nl
* www.netwijs.nl
* www.jeugdbieb.nl
* www.schooltv.nl
Als klaaropdracht van de les(sen) kunnen ze het vooronderzoek aanvullen.

Yurls.
Yurls staat voor Your Urls. Het is een gratis tool waarmee je links naar websites, filmpjes en documenten kunt verzamelen. Binnen Yurls kun je alle gevonden links ordenen door middel van tabbladen en boxen binnen een tabblad.
Ik heb een Yurls-pagina voor mijn groep gemaakt, die ik steeds uitbreid met nieuwe links. Op deze site orden ik per vakgebied filmpjes, achtergrondinformatie en onlineoefeningen.
Meer lezen over Yurls? Lees dan hier verder.

Tekenles.
Tijdens de tekenles liggen de tablets bijna standaard op tafel. Mijn leerlingen gebruiken ze om voorbeelden, of stap-voor-stap tekenfilmpjes op YouTube te vinden.
Ook gebruiken mijn leerlingen regelmatig Quiver. Dat is een app waarmee je speciale kleurplaten kunt laten bewegen.

Squla.
Squla is een online programma (of een app op je tablet) waarmee alle vakken van groep 1 t/m 8 geoefend kunnen worden. Squla sluit goed aan op de lesstof in de klas.
Als leerkracht maak je een gratis account aan. Vervolgens kun je voor al je leerlingen een account aanmaken. Zij kunnen gratis oefenen tussen 9.00 en 15.00 uur. De thuisversie van Squla is niet gratis.

Kahoot.
Kahoot! is een programma waarmee je een digitale quiz kunt maken.
Ik gebruik (als maker) Kahoot! voor veel verschillende dingen:
• om voorkennis op te halen
• als inleiding op een thema / hoofdstuk
• ter controle na een instructie
• als voorbereiding op een toets
• als (educatief) tussendoortje
Meer lezen over Kahoot? Lees dan hier verder.

Padlet.
Padlet is een digitaal prikbord.
Meer lezen over Padlet? Lees dan hier verder.

Wat als je niet veel ICT-hulpmiddelen hebt?
1. Laat kinderen in twee-, drie- of viertallen samendoen met één device.
2. Plan een moment waarbij je veel devices nodig hebt en vraag (al) je collega’s of je hun devices die middag mag lenen.
3. Plan één keer in de twee weken (of vaker) een “bring-your-own-device-dag”. Laat je leerlingen een tablet of laptop meenemen.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Laat je leerlingen de les wereldoriëntatie eens anders verwerken met deze tips.

Tijdens de lessen van Argus Clou (geschiedenis, aardrijkskunde en natuur) mogen de kinderen af en toe zelf een verwerkingsvorm kiezen.

De kinderen gaan aan de slag met het tekstboek, het werkboek en een blad waarop ik de doelen en de themawoorden heb gezet.

Ze kunnen kiezen uit de volgende verwerkingsvormen.

Werkboekje.
Maak de opdrachten uit het werkboekje.

Stripverhaal.
Maak een stripverhaal van de belangrijkste informatie uit de les.

Mindmap.
Maak een mindmap van de belangrijkste informatie uit de les.

Samenvatting.
Vat de informatie samen in je eigen samenvatting.

Quiz op papier.
Maak een quiz over de belangrijkste informatie uit de les.
Tips: Denk aan open vragen, meerkeuzevragen, waar of niet waar vragen, Zoek De Valse, enz. Maak ook een antwoordenblad 🙂

Kahoot!
Maak een Kahoot!quiz over de belangrijkste informatie uit de les.
De handleiding van Kahoot! vind je hier.

Padlet.
Verwerk de belangrijkste informatie uit de les in een Padlet (digitaal prikbord).  Op de Padlet kun je ook afbeeldingen en links naar filmpjes toevoegen.  De handleiding van Padlet vind je hier.

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

 

 

 

 

Gastblog door Nimbles: Waarom werkt het om een mindmap te maken?

Op school wordt veel geleerd door middel van tekst, maar voor veel kinderen is het goed om de stof visueel te maken. Het maken van een mindmap kan daar goed bij helpen. Behalve dat mindmappen heel zinvol is, is deze manier van leren natuurlijk ook heel leuk! Wil je weten hoe je je kind kunt helpen de stof overzichtelijk te houden, lees hier dan meer over mindmappen.

Wat is mindmappen?

Mindmappen is een manier van leren waarbij je verschillende onderwerpen ordent en visueel weergeeft. Je begint met een hoofdthema en vanuit daar werk je steeds specifieker naar deelthema’s. Bij een mindmap maak je gebruik van verschillende kleuren, plaatjes, tekeningen, begrippen, teksten en relaties waardoor het leren een stuk plezieriger wordt!
Mindmappen leren

Een mindmap maken is dus een visuele manier om informatie te verzamelen en samen te vatten. De reden dat deze manier van leren zo goed werkt is omdat het erg lijkt op hoe onze hersenen werken. Doordat er gebruik wordt gemaakt van zowel de linker- als de rechterhersenhelft, werkt het veel beter dan gewoon samenvatten (waarbij je alleen de linker gebruikt). Informatie opslaan in ons langetermijngeheugen gaat het best wanneer we met beide hersenhelften leren. Als je hier meer over wilt lezen kijk dan hier.

Bij het maken van een mindmap wordt jou verplicht actief na te denken en je creativiteit te gebruiken. Op die manier wordt je kind betrokken met de stof, worden relaties en samenhang tussen onderwerpen duidelijk en kan je kind met plezier leren. Na het maken van een mindmap zijn niet alleen details van de stof, maar is ook het totaalplaatje zichtbaar.

Het doel van een mindmap is dus eigenlijk: samenhang vinden in de enorme hoeveelheid informatie die kinderen te verwerken krijgen.

Wanneer werkt het om een mindmap te maken?

Een mindmap werkt niet alleen goed voor samenvatten, maar kan juist ook goed gebruikt worden voor brainstormen en ideeën opdoen. Moet je kind een onderwerp voor een werkstuk schrijven, dan kan een mindmap goed helpen om te inventariseren welke hoofdstukken bij het werkstuk aan bod moeten komen. Bij de vertakkingen kunnen kinderen dan nadenken over vragen als: wat? wie? waar? hoe? wanneer? waarom? Ook bij de start van een thema kan mindmappen heel zinvol zijn, er wordt meteen een overzicht gecreëerd van alle stof.

Hoe maak ik een mindmap?

Een mindmap maken doet iedereen anders. Hoe vaker je het doet, hoe meer je erachter komt wat voor jou een werkende manier is. Je kunt kiezen voor een analoge of een digitale variant. Het voordeel van een analoge mindmap is dat wanneer je actief bezig bent met het schrijven van woorden, je de woorden beter onthoudt. Er zijn dus geen regels, maar om wat structuur te geven kan je deze richtlijnen volgen. Voor de rest geldt: laat je creativiteit de vrije loop!

* Maak gebruik van papier zonder lijntjes

* Gebruik verschillende soorten stiften en potloden

* Zorg voor genoeg ruimte

* Maak je mindmap van globaal naar specifiek

* Geef elk sub-thema een nieuwe kleur

* Werk in de richting van de klok: zo houd je meer overzicht

Tip: Schrijf bij elke tak slechts één woord. Het gebruiken van een sleutelwoord is vaak al voldoende, onze hersenen werken zo dat je bij het lezen van een sleutelwoord weet wat je daarmee bedoelde.

Een nadeel van een analoge vorm is dan weer dat het snel een gepuzzel wordt doordat je steeds vertakkingen erbij moet tekenen. Daarom kan je ook kiezen voor een digitale vorm: hier kan je alles veel gemakkelijker bijstellen. Verschillende online tools om een mindmap te maken vind je hier.


Vergelijk & vind de beste begeleiding op Nimbles!

mock up van laptop en website van nimbles

Wil je je kind uitdagen en leren leren met behulp van een mindmap? Op Nimbles vind je begeleiding bij jou in de buurt.

Hoe gebruik je de didactische werkvorm Knappe Koppen Quiz?

De werkvorm.
De leerlingen vertellen elkaar wat ze weten over een bepaald onderwerp.

De stappen.
1. De leerkracht geeft een onderwerp en vraagt naar hun voorkennis.
2. De leerkracht geeft DenkTijd.
3. De leerlingen denken na over welk aspecten van dit onderwerp ze al wat weten.
4. De leerlingen noteren de aspecten met hun naam op een blaadje.
5. Om de beurt kiezen de leerlingen één aspect uit, waarover ze ‘de knappe kop’ een vraag stellen.
6. De ‘knappe kop’ van wie de naam op het blaadje staat beantwoordt de vragen en vertelt wat hij nog meer weet over dit aspect.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
Stap 3 doe ik vaak anders: ik maak nl. zelf de kaartjes, waarop de aspecten staan.
De leerlingen nemen dan ieder één of twee kaartjes om over te vertellen.
In plaats van kaartjes maken, kun je ook lege kaartjes geven en de woorden / begrippen op het digibord tonen.

Mogelijke kaartjes bij vakken:
Werkwoordspelling: klank veranderende werkwoorden; voltooid deelwoord; bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord; gebiedende wijs; ’t ex-kofschip
Wereldoriëntatie: de begrippen of kernwoorden van de les of het hele blok. Als voorkennis ophalen of juist als controle van begrip ná een les. Of als voorbereiding op de toets.
Woordenschat: de woorden die centraal staan bij de les taal / begrijpend lezen / spelling.