Poëzie – beginrijm, oftewel alliteratie

Als je twijfelt of poëzie iets is voor kinderen, raad ik je aan om dit artikel te lezen. Samenvattend geeft Reine de Pelseneer de volgende argumenten:
* Rijm en ritme zorgt voor sterke lezers.
* Poëzie vergroot de woordenschat én het geheugen.
* Gedichten vragen niet veel tijd.
* Poëzie prikkelt fantasie en creativiteit.
* Poëzie is speels.
* Gedichten helpen kinderen omgaan met emoties.

De les
Mijn blog gaat over een poëzieles over beginrijm. Deze les komt uit de het document “Poëzieweek 2018 – Bundel #1 – Poëzielessen Basisonderwijs”. Bij deze les heb ik een presentatie gemaakt. Je kunt de presentatie hier downloaden en eventueel bewerken.

Het gedicht
Vertel de kinderen dat het gedicht dat ze dadelijk zien “Schimmenspel” heet. Praat er met de klas over. Wat is dat, een schimmenspel?

Gedicht:    

Laat vervolgens een (paar) leerling(en) het gedicht voordragen. Je kunt er ook voor kiezen om dit zelf (eerst) te doen of de leerlingen in tweetallen het gedicht te laten lezen.

Nadat de leerlingen het gedicht een paar keer gelezen en gehoord hebben, start je een klassengesprek met de volgende vragen:
* Waaraan kun je zien dat dit een gedicht is?
* Welke soorten rijm zie je? Dit is een moeilijke opdracht. Je kunt de leerlingen helpen door het soort rijm te noemen en te laten zoeken naar een voorbeeld in het gedicht. 🙂

Soorten rijm
Eindrijm (theater – later)
Klinkerrijm (struin-buiten , straat-later)
Beginrijm (gordijn-gaan , venster-verhaal)
Binnenrijm (gaan-aan)

Voorbereiding activiteit beginrijm
* Maak groepjes, bestaande uit leerlingen met de zelfde beginletter in hun voornaam.
* Zorg voor een blaadje per groepje, waar die beginletter(s) op staat/staan.
* De leerlingen nemen de letter van het alfabet, dat op hun blaadje staat.
Sommige groepjes mogen kiezen uit een of meer letters.
Binnen een groepje mag ook individueel of in een twee-, drie- of viertal gewerkt worden.

Activiteit beginrijm
1. Schrijf zoveel mogelijk woorden op, die beginnen met die letter.
2. Maak een zin met zoveel mogelijk woorden, die je bij opdracht 1 hebt opgeschreven.
3. Noteer de zin op een gekleurd blaadje in een net (en creatief) handschrift.

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂