Leer elkaar (nog) beter kennen met de werkvorm Ga Staan Als …

Leuk als tussendoortje of als kennismakingsopdracht in het begin van het schooljaar, of juist tijdens het doorschuifuur, als je je nieuwe groep op bezoek krijgt 🙂

De werkvorm
De leerkracht begint steeds een zin met: “Ga staan als …”
Alle leerlingen op wie dit van toepassing is gaan staan.
Daarna gaat iedereen weer zitten en wacht op de nieuwe zin.
Natuurlijk kun je steeds even stil staat bij de zinnen.

Zinnen die ik gebruik(t heb): 

Ga staan als …

  • … je een huisdier hebt.
  • … je buiten Nijmegen woont.
  • … je goed kunt zingen.
  • … je ouder dan 11 jaar bent.
  • … je goed bent in taal.
  • … je al weet naar welke middelbare school je wil.
  • … je het oudste kind van het gezin bent.
  • … je al weet wat je wilt worden.
  • … je een muziekinstrument bespeelt.
  • … je een broer of zus op de middelbare school hebt.
  • … je van lezen houdt.
  • … je broer of zus bij mij in de klas heeft gezeten.
  • … je graag snoept.
  • … je van wilde spelletjes houdt.
  • … je moeder ouder is dan je vader.
  • … je goed zelfstandig kunt werken.
  • … je goed bent in rekenen.
  • … je jonger dan 11 jaar oud bent.
  • … je verantwoordelijk bent voor een taakje thuis.
  • … je over een onderwerp meer denkt te weten dan de juf.
  • … je vindt dat je goed kunt samenwerken.
  • … je lid van een sportvereniging bent.
  • … je later dan groep 3 op onze school bent gekomen.
  • … je goed kunt tekenen.
  • … je van carnaval houdt.
  • … je gezin uit meer dan 4 mensen bestaat.
  • … je je voor jezelf duidelijke werkpunten heb.
  • … je familie in het buitenland hebt.
  • … je goed bent in topografie.
  • … je 11 jaar oud bent.
  • … je er een leuk jaar van wil maken.

Natuurlijk kijk je als leerkracht welke zinnen goed en minder goed kunnen vallen in de groep.
Ik kies op de doorschuifmiddag en in het begin van het schooljaar altijd de “veilige” zinnen.

Variatie: Laat kinderen ook eens een zin bedenken 🙂

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

Bereid je groep voor op de brugklas met deze leuke activiteit.

Met deze activiteit bedenken de leerlingen problemen die ze in de brugklas tegen kunnen komen. Vervolgens bedenken de kinderen in groepjes een oplossing voor het probleem van een ander groepje. In een kort toneelstukje laat elk groepje het probleem en hun oplossing(en) zien.

Benodigdheden:
* Voor elke leerling een blaadje en een pen.
* Deze presentatie voor op het digibord. 

De activiteit
Volg klassikaal de dia’s in deze presentatie.

De leerlingen bedenken problemen, waarmee ze in de brugklas te maken kunnen krijgen en schrijven deze individueel op.

Na twee minuten delen ze wat ze hebben opgeschreven in hun tafelgroepje. Dit doen ze in de werkvorm RondPraat.

Na deze werkvorm, schrijft elk tafelgroepje een probleem op. Het mogen er ook twee zijn. Vervolgens worden de blaadjes (problemen)  drie groepjes doorgegeven.

De leerlingen schrijven op de achterkant van het probleem dat ze gekregen hebben een of meer oplossingen.

De groepjes kiezen de beste oplossing en bereiden een toneelstukje van maximaal 3 minuten voor om de oplossing te laten zien.

Variatie
In plaats van een oplossing kunnen de groepjes in drie minuten laten zien:
* Het ergste wat er kan gebeuren.
* Het beste wat er kan gebeuren.

 

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Filosoferen en discussiëren over sterrenbeelden en horoscopen.

Met deze activiteiten  leren kinderen (filosoferen, discussiëren en kritisch nadenken) over sterrenbeelden en horoscopen.

 

Benodigdheden:
* Per leerling een werkblad Zoek Iemand Die en een pen.
* De twaalf bladen met beschrijvingen per sterrenbeeld.  
* Deze presentatie voor op het digibord.

 

De activiteiten
Volg klassikaal de dia’s in deze presentatie.
Vraag de leerlingen waar ze aan denken als ze de woorden “sterrenbeeld” en “horoscoop” zien of horen. Dit kun je klassikaal doen, maar ook met een actieve werkvorm, zoals TweePraat.

Vervolgens krijgt iedereen het werkblad Zoek Iemand Die. De leerlingen gaan op zoek naar klasgenoten die een bepaald sterrenbeeld hebben. Kinderen die snel klaar zijn (het blad vol hebben), kunnen een ‘tweede ronde’ maken.

Hierna gaan de leerlingen in Ik Ook Groepen staan: alle kinderen met hetzelfde sterrenbeeld bij elkaar. Per groepje krijgen ze een blad met de beschrijving van hun sterrenbeeld. Ze praten hier samen over. Wat herkennen ze (niet)? Waar zijn ze het (niet) mee eens?

 

Afsluiting
Ten slotte gaan alle leerlingen weer terug naar hun eigen tafelgroepje (team). Nu mogen ze elkaar kort vertellen wat ze van de activiteiten vonden.

 

Vervolg
Je kunt nog samen filosoferen over een of meer stellingen:
* Een horoscoop bevat altijd een kern van waarheid.
* Ik vind horoscopen onzin.
* Ik lees mijn horoscoop regelmatig.

Je kunt de leerlingen ook een eigen horoscoop laten schrijven. 🙂

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Filosoferen – Slim zijn

Eerder schreef ik al waarom ik filosoferen met kinderen belangrijk vind. Bovendien vind je in dat artikel tips en ideeën over hoe je filosofie kunt integreren in je lespraktijk.

Dit blogartikel gaat over filosoferen in het thema “slim zijn”.
Je kunt deze presentatie gebruiken bij de onderstaande activiteiten.
Ik raad je aan niet alle activiteiten achter elkaar te te laten doen. Ik plan deze verdeeld over meerdere momenten in één week.

uil 3

Opdracht 1
Laat de leerlingen pen en papier pakken en geef de volgende opdracht:
“Geef een cijfer aan jezelf voor hoe slim je bent. Kies een cijfer tussen 1 en 10. Een 1 betekent dat je totaal niet slim bent en een 10 betekent dat je heel erg slim bent.”

uil boek

Opdracht 2
Laat de leerlingen in drietallen een gesprekje voeren over het cijfer dat ze zichzelf hebben gegeven. Het is belangrijk dat ze hun cijfer motiveren.
Na 5-10 minuten vraag je een aantal kinderen klassikaal te vertellen wat er besproken is.

uil 1

Opdracht 3
Deze opdracht bestaat uit drie vragen:
* Wat betekent “slim zijn”?
*
Heeft dat alleen met intelligentie te maken?
*
Waar heeft het volgens jou allemaal mee te maken?
Deze opdracht kun je eerst individueel (schriftelijk) laten maken. Vervolgens kunnen leerlingen hun antwoorden uitwisselen met een of meer klasgenoten.
Je kunt de opdracht afsluiten door iedereen zijn eigen conclusie te laten opschrijven.
Deze conclusies kunnen weer stellingen vormen voor een later filosofisch gesprek.

uil tablet

Opdracht 4
Met de hele groep behandel je de vraag “Wat betekent ‘slim zijn’?”

uil 2

Opdracht 5
Deze opdracht bestaat weer uit een aantal vragen:
* Word je vanzelf slimmer als je ouder wordt?
* Kun je er zelf iets aan doen?
* Is het belangrijk om slim te zijn? Waarom (niet)?
*
Hoe weet je dat je slim bent?
Bij opdracht 3 staat beschreven hoe je dit kunt aanpakken. 

uilskuiken
Nog een leuke uitspraak:
Elke wijze uil is als uilskuiken geboren 🙂

Hier vind je alle blogs over filosofie.

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

 

Creatief én groepsvormend met Block Posters

Ken je Block Posters al? Op de site van Block Posters kun je zelf gratis posters maken.
Je uploadt een plaatje en kiest vervolgens uit hoeveel A4-tjes je poster moet bestaan.
Dan download je het document en kun je het printen.

Op deze manier kun je een kleurplaat uitvergroten en elk stukje door een of een tweetal leerlingen laten inkleuren.  Creatief én groepsvormend!

Onderstaand filmpje laat je zien hoe de site werkt

 

In dit blogartikel deel ik de Block Posters die ik zelf heb gemaakt én die van anderen.

 

Zon en Maan

 

Smile often

 

Vlinder

 

Carnaval

 

Mandala

 

Auto

 

Mooi 🙂 

 

Uil

 

Vis

 

Zomer op de site van juf Maike

 

Zomer schelpen op de site van juf Maike 

 

Oceaan op de site van juf Maike 

 

Kerst op de site van Schoolbordportaal 

 

Kerstboom op de site van de Knutseljuf

 

Kerststal op de site van de Knutseljuf

 

Gelukkig Nieuwjaar op de site van de Knutseljuf

 

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Saamhorigheid in het tafelgroepje door deze drie TeamPuzzels en uitdagingen

De auteurs van het boek “Coöperatieve Leerstrategieën” beschrijven een aantal manieren om te bouwen aan een teamidentiteit binnen het tafelgroepje. “Als leerlingen actief aan de slag gaan om een teamidentiteit te smeden, voelen ze zich solidair met hun teamgenoten en voelen ze een saamhorigheidsgevoel binnen hun tafelgroepje”, aldus Dr Spencer Kagan.

In dit blogartikel beschrijf ik drie TeamPuzzels en uitdagingen.

Team Woordzoeker
De leerlingen zoeken zoveel mogelijk woorden uit een woordzoeker.
Spreek van tevoren de regels door:
– Per letter is er een punt te verdienen. Lange(re) woorden leveren dus meer punten op 🙂
– Bij elk nieuw woord mogen alle letters weer gebruikt worden.
– Moeten de letters van elk nieuw woord elkaar raken of niet?
– Is er in de woordzoeker een (super)lang woord verstopt?
– Krijgt het team met de meeste punten een prijsje?
– Krijgt het team met het langste woord een prijsje?


Dit is een voorbeeld van een woordzoeker die ik gebruik. De letters van de woorden hoeven elkaar bij mij niet aan te raken. Vind jij het 14-letter-woord? De oplossing staat helemaal onderaan dit blogartikel 🙂

 

Magische 11   
De leerlingen staan met hun team (tafelgroepje) in een kringetje en houden hun gebalde vuist naar voren. Ze bewegen hun vuist drie keer op en neer, terwijl ze “één, twee, drie” zeggen. Op “drie” houdt elke leerling een aantal vingers op. Het doel van dit spel is, om er voor te zorgen dat het totaal aantal vingers 11 is. Er mag niet bij gepraat worden.
Natuurlijk kun je dit ook met een ander getal doen.

 

Alfabetische Lijst   
Elk tafelgroepje schrijft op één blaadje de letters a t/m z op.
De leerkracht noemt een onderwerp / thema.
Binnen het tafelgroepje schrijven de leerlingen om de beurt een woord op die lijst bij de letter waar het woord mee begint.
Bij het thema “eten” schrijven de leerlingen bijvoorbeeld op appel, banaan, chocola, enz.
Voor elke goed antwoord verdient het team een punt.
Onderwerpen die zich lenen voor deze opdracht:
* eten
* animatie- of stripfiguren
* films
* plaatsnamen
* landen
* dieren
* beroepen

Variatie: Ken voor bepaalde letters meer punten toe dan voor anderen. Op deze site kun je zien welke letters meer waard zijn, dan andere. 🙂

 

Meer TeamPuzzels en uitdagingen vind je in dit boek:

 

Zoals beloofd: het 14-letter-woord is koffieautomaat.

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Speel de leerzame versie van het spel “Wie ben ik?”

In het blogartikel over mijn favoriete tussendoortjes schreef ik al over het klassikale spel “Wie ben ik?”

Het spel “Wie ben ik?”
Iedereen schrijft de naam van een bekend persoon / figuur op de post-it.
Deze post-it wordt bij ieders buurman/-vrouw op de rug geplakt. Vervolgens loopt iedereen door elkaar en vormt steeds een wisselend tweetal. Binnen dat tweetal stelt iedereen een, twee of drie ja/nee-vragen aan elkaar. Daarna zoekt iedereen een nieuwe partner. Wie zijn identiteit geraden heeft, plakt zijn post-it op zijn buik en wordt helper. Helpers mogen andere deelnemers maximaal één tip geven.
Uiteindelijk heeft iedereen zijn identiteit geraden 🙂

 

Inzetten bij leerstof
In plaats van een figuur of een bekend persoon te (laten) kiezen, kun je dit spel ook koppelen aan leerstof.

 

Getallen, breuken of kommagetallen
Laat kinderen niet meteen getallen noemen, maar écht vragen stellen.
* Is mijn getal kleiner dan….
* Heeft mijn getal meer dan 1 cijfer achter de komma?

 

Moeilijke woorden, Engelse woorden, woorden van spelling
Hierbij is het handig als je op het digibord de woorden projecteert waaruit de kinderen kunnen kiezen. Anders is het wel heel moeilijk 🙂

 

Spreekwoorden / gezegdes
Het is aan te raden om dit te doen, nadat je een of meer lessen over spreekwoorden hebt behandeld.
Misschien kun je een project(je) over spreekwoorden inplannen.

 

Plaatsnamen of landen
Bespreek eerst met kinderen welke gerichte vragen je zou kunnen stellen.
* Ligt het op het noordelijk halfrond?
* Ligt het in Europa?

 

Mensen uit de geschiedenis
Op het bord zou je de 10 tijdvakken kunnen projecteren, zodat kinderen eerst kunnen achterhalen uit welke tijd de persoon stamt.

 

Begrippen uit de les(sen) wereldoriëntatie
Laat de kinderen eerst de belangrijke begrippen bepalen. Daarna kunnen ze een begrip uitkiezen en het spel beginnen.

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂