Drama โ€“ improviseren โ€“ Het bankje in het park

Het bankje in het park

Als leerkracht zet ik regelmatig drama-activiteiten in.

Ze zorgen onder andere voor een positieve groepssfeer, ze stimuleren creativiteit en zelfvertrouwen en ze kunnen helpen bij het leren omgaan van emoties.

Bovendien biedt toneelspelen plezier aan de deelnemers.

Het bankje in het park

Het bankje in het park

โ€œHet bankje in het parkโ€ is een improvisatie-oefening.
Het enige wat je nodig hebt zijn drie krukken, die samen het bankje in het park vormen.
Laat drie kinderen op het bankje plaatsnemen. Ze kunnen alle drie tegelijk gaan zitten, of een voor een aan komen lopen en vervolgens gaan zitten.
De drie kinderen spelen drie personages. Deze kunnen ze zelf kiezen, of ze krijgen een kaartje van de leerkracht. Ze kunnen in hun spel lekker overdrijven ๐Ÿ™‚

Raden wie er op het bankje zitten

De klas raadt welke personages de kinderen gekozen hebben. Dit doen ze aan de hand van het gesprek of de dialoog op en rond het bankje.

Inspringen

Eรฉn leerling begint op het bankje in het park. Er zijn twee krukken vrij. Kinderen die een leuk idee hebben, steken hun vinger op. De leerkracht kiest steeds wie er mag inspringen in het spel.
Als er drie kinderen op het bankje zitten, zorgt de eerste ervoor dat het spel zo verloopt dat hij weer weggaat.

Kaartjes met personages.

Meer inspiratie

Zoek je meer inspiratie voor je dramalessen? Klik dan op onderstaande afbeeldingen.

Improvisatiekaarten
improvisatie activiteitenkaarten

 

Het Achtergrondenspel

Het Achtergrondenspel

Als leerkracht zet ik regelmatig drama-activiteiten in.

Ze zorgen onder andere voor een positieve groepssfeer, ze stimuleren creativiteit en zelfvertrouwen en ze kunnen helpen bij het leren omgaan van emoties.

Bovendien biedt toneelspelen plezier aan de deelnemers.

Het Achtergrondenspel

Het Achtergrondenspel is leuk als opwarmer, tussendoortje of onderdeel van de dramales.

Het Achtergrondenspel

๐ŸŽฌ

Uitleg het Achtergrondenspel

Twee vrijwilligers staan voor het digibord. Zij gaan toneelspelen. Dat doen zij, zodra de leerkracht de PowerPointpresentatie start. Dan is er nl. een beeld te zien. De twee leerlingen spelen al improviserend toneel.

Je kunt de leerlingen ook eerst de dia laten zien en vragen wie een goed idee heeft. Die leerling begint dan in zโ€™n eentje en iets later kun je een tweede leerling laten inspringen.

Dit kun je uitbreiden met ‘Drie is teveel’. Wanneer er een derde speler bijkomt, gaat de eerste leerling weer op zijn of haar plaats zitten.

Regels tijdens het improviseren

De regels die ik hanteer zijn de volgende:

  • Zeg โ€œjaโ€ in plaats van โ€œneeโ€.
  • Zeg โ€œja, enโ€ฆโ€ in plaats van โ€œja, maarโ€ฆโ€.
  • Neem risicoโ€™s. Doe maar eens iets raars.

Voorbeelden

Ik heb een aantal PowerPointpresentaties voor deze achtergrondspelen gemaakt.

.

.

.

๐Ÿ‘‡

Meer inspiratie

Zoek je meer inspiratie voor je dramalessen? Kijk dan op de themapagina Drama. Hier vind je links naar alle blogartikelen, gratis downloads, ideeรซn en producten in de categorie Drama.

Improvisatiekaarten
improvisatie activiteitenkaarten

๐Ÿ›’

In de winkel vind je twee producten:

Improvisatiekaarten

  • 120 Wie?-kaarten (personen)
  • 120 Wat?-kaarten (werkwoorden)
  • 100 Waar?-kaarten (locaties)
  • 56 Hoe?-kaarten (emotie of karaktereigenschap)
  • 36 Relatie-kaarten (bijvoorbeeld collegaโ€™s, vrienden, buren)

31 improvisatie activiteitenkaarten

31 kaarten met op elke kaart een improvisatie-activiteit beschreven.

Drama โ€“ theatersport โ€“ Het moordspel

Het moordspel

Als leerkracht zet ik regelmatig drama-activiteiten in.

Ze zorgen onder andere voor een positieve groepssfeer, ze stimuleren creativiteit en zelfvertrouwen en ze kunnen helpen bij het leren omgaan van emoties.

Bovendien biedt toneelspelen plezier aan de deelnemers.

het moordspel

๐ŸŽฌ

Het moordspel

Dit bekende spel van de Lamaโ€™s speel je met vier deelnemers. De rest is publiek.
De spelers geven zonder te praten een moordenaar, een locatie en een moordwapen door. De laatste speler moet vertellen wie de moordenaar was, waar de moord gepleegd werd en waarmee.

Speler 2, 3 en 4 gaan naar de gang. Zorg dat ze niets kunnen zien of horen.
De moordenaar, de locatie van de moord en het moordwapen worden aan speler 1 medegedeeld.

Dan wordt speler 2 van de gang gehaald.
Speler 1 beeldt uit wie de moordenaar is, vervolgens de locatie en daarna het moordwapen. Er mag niet gepraat worden, maar er mag wel geluid gemaakt worden. Speler 2 kijkt niet alleen, maar doet alles na.
Elke keer als speler 2 denkt dat hij het weet, geeft hij speler 1 een hand. Dan kan speler 1 doorgaan met het volgende onderdeel. Als speler 1 maar geen hand krijgt, geeft hij zelf een hand als hij niets meer weet. Als leerkracht kun je ook ingrijpen als het te lang duurt. Zeg dan: โ€œGeef elkaar een hand en ga door met de volgende.โ€

Als speler 1 en 2 elkaar drie keer de hand hebben geschud, wordt speler 3 van de gang gehaald. Speler 2 laat nu alles zien aan speler 3.
Als speler 2 en 3 elkaar drie keer de hand hebben geschud, wordt speler 4 van de gang gehaald. Speler 3 laat nu alles zien aan speler 4.

Als 3 en 4 klaar zijn, gaan speler 1 t/m 4 naast elkaar voor de klas staan.
Speler 4 mag als eerste raden: โ€œWie is de moordenaar?โ€ Als speler 4 het fout heeft, mogen speler 3 en 2 raden. Als het niet geraden wordt, noemt speler 1 het antwoord.
Zo ook met de locatie en het moordwapen.

Ideeรซn voor in de klas

Moordenaar:

  • Sinterklaas
  • Piloot
  • Saxofonist
  • Oogarts
  • Topmodel
  • Dirigent

Locatie:

  • Manege
  • Dolfinarium
  • De Hemel
  • Ladder
  • Schommel
  • Pashokje

Moordwapen:

  • Deodorant
  • Wc-borstel
  • Kleerhanger
  • Piano
  • Koptelefoon
  • USB-stick

๐Ÿ‘‡

Meer inspiratie

Zoek je meer inspiratie voor je dramalessen? Kijk dan op de themapagina Drama. Hier vind je links naar alle blogartikelen, gratis downloads, ideeรซn en producten in de categorie Drama.

Improvisatiekaarten
improvisatie activiteitenkaarten

๐Ÿ›’

In de winkel vind je twee producten:

Improvisatiekaarten

  • 120 Wie?-kaarten (personen)
  • 120 Wat?-kaarten (werkwoorden)
  • 100 Waar?-kaarten (locaties)
  • 56 Hoe?-kaarten (emotie of karaktereigenschap)
  • 36 Relatie-kaarten (bijvoorbeeld collegaโ€™s, vrienden, buren)

31 improvisatie activiteitenkaarten

31 kaarten met op elke kaart een improvi