Zeven (drama)-spelletjes in het thema Sinterklaas

 

In het thema Sinterklaas zijn veel drama-activiteiten te verzinnen.

In dit blogartikel deel ik een aantal activiteiten die in mijn groep elk jaar wel weer terugkomen 😊

sinterklaas 1

 

Cadeautjes uitpakken
Je vertelt je leerlingen dat je een cadeau van Sinterklaas hebt gehad.
“Kijk wat ik in mijn schoen vond! Van Sinterklaas gekregen! Het papier zit er nog omheen. Ik wil het samen met jullie uitpakken.”
Er is natuurlijk niets te zien, dus je doet alsof je het cadeau pakt. Aan de manier van pakken en uitpakken laat je zien wat het is. Is het groot, klein, hard, zacht, zwaar, licht, breekbaar, enz. ?
Als je het cadeau hebt uitgepakt, bekijk je het goed en laat je zien wat je met het cadeau kan doen. Probeer dat goed uit te beelden.
Nu mogen de kinderen raden wat jouw cadeau is.
Hierna kun je een kind jouw plaats in laten nemen.
Je kunt de kinderen ook twee-of drietallen laten vormen en ze laten uitbeelden en raden. Zo komt iedereen aan de beurt. Benadruk, dat jij zojuist géén geluid maakte tijdens het uitbeelden. 😊

Liedjes uitbeelden
* Laat de hele klas een sinterklaaslied uitbeelden, terwijl ze dit samen zingen.
* De ene helft van de groep zingt, de andere helft beeldt uit.
* Laat een leerling een lied uitbeelden en laat de klas raden.

Rijmen
Noem een woord dat met Sinterklaas te maken heeft.
De kinderen proberen daar op te rijmen. Wie maakt de langste “rijm-keten”?
Deze opdracht kun je individueel, in tweetallen, of in een groepje laten uitvoeren. Het kan schriftelijk en mondeling.
Wat ook kan is het rijmwoord laten uitbeelden. 😊
Woorden waar gemakkelijk op te rijmen is: Sinterklaas, Piet, pepernoot, snoep(goed), taaitaai, stoomboot, paard, chocola.

W- en H-vragen
De leerlingen bereiden in een groepje een Sinterklaas-toneelstukje voor.
Er moet duidelijk een probleem in voorkomen én een oplossing.
In de voorbereiding bedenken ze zeven WH-vragen en geven daar zelf antwoord op. Bijvoorbeeld: Wat is er aan de hand? Wat is er gebeurd? Waarom is dat zo? Wie zijn er betrokken? Welke gevolgen heeft dat? Hoe is het zo gekomen? Hoe komt het weer goed? Wat is daar voor nodig?
Deze voorbereiding kun je natuurlijk ook klassikaal doen. 😊

Sint-en-pieten-mix
Dit kringspel is een variant op “Fruitschaal”.
Iedereen zit in de kring. Alle tafels staan aan de kant.
De leerkracht geeft iedere leerling een woord. Sint, Piet, pepernoot, taaitaai, Sint, Piet, pepernoot, taaitaai, enz.
Eén leerling staat in het midden van de kring. Zijn of haar stoel staat niet in de kring. Hij of zij noemt een van de vier woorden, bijvoorbeeld: “Piet”. Nu moeten alle Pieten van plaats wisselen en ook de leerling in het midden moet op een van de lege stoelen gaan zitten. Op deze manier blijft er steeds een leerling over, die vervolgens in het midden gaat staan.
Als er “Sint-en-pieten-mix” wordt gezegd, moeten álle leerlingen van plaats wisselen.

Sinterklaasjournaal
De leerlingen bedenken in een groepje een nieuwsitem dat in het Sinterklaasjournaal past.
Hierbij hoeft geen einde of oplossing bedacht te worden.

De Persconferentie
Eén leerling gaat naar de gang. De rest van de groep bedenkt het volgende: De leerling die op de gang staat is in het nieuws gekomen, maar weet zelf niet waarmee. Het nieuws moet natuurlijk te maken hebben met (het) Sinterklaas(feest).
Door vragen van de journalisten (alle klasgenoten en de leerkracht) probeert de leerling er achter te komen wat er aan de hand was.
Meestal vraag ik de leerling na twee minuten om samen te vatten wat hij of zij al weet. Daarna mogen de journalisten wat meer gerichte vragen stellen.

 

Dit blogartikel is ook verschenen op de de site van Onderwijswereld-Po.nl 🙂

Vond je dit nuttig? 😊
Deel het dan op jouw favoriete Socials(s). ⬇️

Review “Jullie kunnen het ook! – Het spel”

Deze review is eerder verschenen op Onderwijswereld-PO.

Als leerkracht zet ik regelmatig drama-activiteiten in. Ze zorgen onder andere voor een positieve groepssfeer, ze stimuleren creativiteit en zelfvertrouwen en ze kunnen helpen bij het leren omgaan van emoties. Bovendien biedt toneelspelen plezier aan de deelnemers. 😊

 Naast improvisatiespelen plan ik ook activiteiten waarbij de kinderen toneelstukjes voorbereiden. Het spel “Jullie kunnen het ook!” vind ik erg geschikt om daarbij te gebruiken.

Het spel
Dit spel helpt de spelers met het maken van een scène voor twee personen. Elke scène bestaat uit non-verbale handelingen, tekst, twee emoties en een bepaalde energie.

Inhoud van de speldoos
* een spelbord voor de klassikale uitleg
* 15 scène plattegronden (spelbord in het klein)
* 25 locatiekaarten
* 30 emotie fiches
* 16 energiekaarten
* 1 kladblok
* de handleiding


Bron

Voorbereiding
Ieder tweetal krijgt een scène plattegrond, één locatiekaart, één energiekaart, twee emotiefiches en twee blaadjes van het kladblok.
Elk tweetal pakt een pen.

Spelverloop
De tweetallen bedenken een scène aan de hand van de route van de plattegrond.
De locatiekaart bepaalt waar de scène zich afspeelt.
De scène bestaat uit:
– een start-emotie
– een non-verbale handeling
– tekst
– veranderde energie
– een nieuwe emotie
– een nieuwe non-verbale handeling
– eindtekst

In mijn praktijk
Na het maken van de tweetallen en het uitdelen van de spullen, heb ik mijn groep 8 het spel uitgelegd.
Hiervoor heb ik een presentatie gemaakt, zodat kinderen konden meelezen.
Ook heb ik voor elk tweetal een spiekbriefje gemaakt.
Alle benodigdheden hebben we per tweetal in een insteekmapje gestopt. Vervolgens zijn we naar buiten gegaan. Hier hebben alle leerlingen namelijk meer ruimte dan binnen en hebben andere klassen geen last van het geluid. Na 15 minuten waren alle tweetallen (en het drietal) klaar met het voorbereiden en het oefenen van hun scène.

      

Binnen (in onze hal, op het podium) heeft elk groepje de bedachte scène gespeeld. Na elke scène mocht de rest van de klas vier dingen raden: de twee emoties, de locatie en de energie.

De hele les, inclusief uitleg, oefenen, spelen en napraten duurde met 13 tweetallen en een drietal 1,5 uur.

Conclusie
Ik vind “Jullie kunnen het ook!” een goed middel om twee- of drietallen zelfstandig een scène te laten bedenken. Het spel en de materialen zien er heel aantrekkelijk uit.
De locaties en de vier basisemoties zijn goed te gebruiken en duidelijk uit te beelden. De veranderde energie was in sommige toneelstukjes minder goed te herkennen.

Een volgende keer laat ik mijn leerlingen misschien wel meer emoties en locaties bedenken.
Ik denk dat het spel ook heel goed in viertallen gespeeld kan worden. Het voordeel daarvan is dat het voor elkaar optreden en het laten raden niet zo lang duurt. Bovendien zie je dan weer andere dynamiek in de groepjes.

De reacties van mijn leerlingen zijn heel enthousiast: “Dit had ik zelf nooit kunnen bedenken!” , “Mogen we verder alles zelf erbij verzinnen? Leuk!”.

Een enkeling vond het aantal onderdelen per tweetal veel: “Ik had liever alle onderdelen op één blad gehad.”

Maar de meeste kinderen kunnen niet wachten op de volgende keer dat we “Jullie kunnen het ook!” weer gaan gebruiken. 😊

Het spel is voor € 36,00 te koop op deze site.

Drama – improviseren – De Persconferentie

De Persconferentie is een drama-activiteit die zich perfect leent als tussendoortje of als opwarmer voor een grote dramales.

Wat ik leuk vind aan deze activiteit is, dat iedereen actief mee kan doen, zonder dat het een chaos wordt.

persconferentie

 


De activiteit

Eén leerling gaat naar de gang. De rest van de groep bedenkt het volgende: De leerling die op de gang staat is in het nieuws gekomen, maar weet zelf niet waarmee.

Door vragen van de journalisten (alle klasgenoten en de leerkracht) probeert hij of zij er achter te komen wat er aan de hand was.

Meestal vraag ik de leerling na twee minuten om samen te vatten wat hij of zij al weet. Daarna mogen de journalisten wat meer gerichte vragen stellen.

news

 

Mogelijk nieuws 

  • Hij of zij maakt schitterende bouwwerken met snot(jes).
  • Hij of zij kwam als burgemeester een lintje doorknippen, maar was de schaar vergeten en heeft daarom het lintje doorgebeten*.
  • Hij of zij heeft een doorzichtige broek uitgevonden en deze aangetrokken naar de persconferentie.
  • Hij of zij heeft een blinde-geleide-paard opgeleid. (Bron)
  • Hij of zij heeft een nieuw volkslied geschreven.
  • Hij of zij heeft, skiënd in een clownspak, een kind gered.

* Verzonnen door een leerling in de klas van mijn collega 🙂

fake-news

 

Nog een tip: Als leerkracht kun je de leerling die van de gang komt al een kleine tip geven. Ik heet hem of haar welkom op een manier die bij het nieuwsfeit past, zonder al te veel te verklappen.

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Drama – Reclame maken

In het thema “reclame maken” kun je veel leuke dingen voor een drama-activiteit verzinnen.

Improviseren
Een of twee leerlingen komen naar voren om reclame te maken voor …
* een product dat ze zelf kiezen
* een heel gek iets (zie de speelkaartjes) 🙂
* een leerling

Tip! Voordat de activiteit begint kun je benadrukken dat de spelers het publiek op een enthousiaste manier moeten overtuigen om dit product te kopen, door zoveel mogelijk voordelen te noemen.

Met een groepje voorbereiden
Geef de kinderen vijf tot tien minuten om in een groepje een tv-reclame te verzinnen.
Let op: zendtijd is duur, dus de reclame mag hooguit twee minuten duren.

Tip! Voordat de kinderen gaan verzinnen en oefenen kun je deze veelvoorkomende reclameopbouw laten zien bespreken.

  1. De consument zit in een negatieve situatie.
  2. De enthousiaste presentator introduceert het product.
  3. De specialist vertelt dat na lang onderzoek is gebleken dat het significant beter werkt.
  4. De consument probeert het product.
  5. De consument is overtuigd.

 

Hier vind je mijn andere drama-ideeën.

Bron foto Loekie
Bron foto Mainzelmännchen

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

Drama – improviseren – Het Aanbelspel

Dit is een leuk dramaspel dat je als tussendoortje kunt doen, of als opwarming voor een uitgebreide dramales. Mijn ervaring leert dat je er zelfs minstens drie kwartier mee kunt vullen, omdat kinderen geïnspireerd raken door elkaar en steeds weer nieuwe ideeën krijgen.

deurbel 2

Het Aanbelspel
Eén kind zit thuis (voorin de klas).
Een ander kind belt aan. Hij/zij laat weten waarom hij/zij aanbelt. Samen spelen ze een klein toneelstukje.

deurbel

Regels en afspraken
* Probeer mee te spelen met dat wat een ander bedenkt.
* Je mag de deur niet dichtgooien.
* Speel met het gezicht naar het publiek.
* Zorg dat je goed te verstaan bent.
* Probeer in je rol te blijven.

masks 3

Variaties
* Kinderen bedenken zelf een reden waarom ze aanbellen.
* Kinderen krijgen een speelkaartje waarop staat waarom ze aanbellen.
Let op! Er zit een heel “pikante” tussen!
Die is niet in elke klas bruikbaar! 😊
* Degene die aanbelt weet niet waarom hij/zij aanbelt. Dat weet de leerling die “thuiszit” wel.
* Als de leerkracht op het belletje drukt, verzint iemand uit het publiek iets om het toneelstukje leuker, grappiger of spannender te maken. Daarna wordt er met dit gegeven doorgespeeld.

Hier vind je de speelkaartjes. Let op! Er zit een heel “pikante” tussen! Die is niet in elke klas bruikbaar! 😊
Hier vind je mijn andere drama-ideeën.

Vond je dit bruikbaar? 😊
Deel het dan op jouw favoriete Socials(s).

Drama – improviseren – Het bankje in het park

“Het bankje in het park” is een improvisatie-oefening.
Het enige wat je nodig hebt zijn drie krukken, die samen het bankje in het park vormen.
Laat drie kinderen op het bankje plaatsnemen. Ze kunnen alle drie tegelijk gaan zitten, of een voor een aan komen lopen en vervolgens gaan zitten.
De drie kinderen spelen drie personages. Deze kunnen ze zelf kiezen, of ze krijgen een kaartje van de leerkracht. Ze kunnen in hun spel lekker overdrijven 🙂

Raden wie er op het bankje zitten.
De klas raadt welke personages de kinderen gekozen hebben. Dit doen ze aan de hand van het gesprek of de dialoog op en rond het bankje.

Inspringen.
Eén leerling begint op het bankje in het park. Er zijn twee krukken vrij. Kinderen die een leuk idee hebben, steken hun vinger op. De leerkracht kiest steeds wie er mag inspringen in het spel.
Als er drie kinderen op het bankje zitten, zorgt de eerste ervoor dat het spel zo verloopt dat hij weer weggaat.

Kaartjes met personages.

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂