Mix & Koppel: breuk – percentage – kommagetal – verhouding

In het begin van groep 8 is er altijd aandacht voor de relaties tussen de breuken, percentages, kommagetallen en verhoudingen.

Een mooie manier om dit te oefenen is met de werkvorm Mix & Koppel.

De stappen.
1. De leerlingen krijgen allemaal een kaartje.
2. De leerlingen lopen door elkaar en zoeken een maatje.
3. Leerling A stelt een vraag die past bij zijn kaartje (de ander mag het kaartje zien).
4. Leerling B antwoordt en leerling A bedankt of coacht.
5. Dan stelt leerling B een vraag die past bij zijn kaartje.
6. Leerling A antwoordt en leerling b bedankt of coacht.
7. Leerling A en B ruilen van kaartje.
8. De leerlingen herhalen stap 2 t/m 7, totdat de leerkracht een stopteken geeft.
9. De leerkracht geeft een stopteken.
10. De leerlingen zoeken het maatje met de bijpassende kaart.

Voor deze activiteit heb ik kaartjes gemaakt.
Bij stap 3 en 5 laat ik mijn leerlingen “de ontbrekende drie” noemen.
Bij stap 10 kun je naast koppels, zelfs viertallen laten maken.

Klik op de afbeelding om de kaartjes te downloaden.

 

Hoofdrekenen met de 24 Game

Ken je de Flippo’s uit de jaren ’90 nog?
Die ronde schijfjes met afbeeldingen van verschillende stripfiguren zaten gratis in zakken chips van Smiths.

Toen er flippo’s met op de achterkant een 24 game-speelbord uitkwamen, werd de 24-game erg populair. Ook nu het geen rage meer is blijft het een leuk en effectief rekenspel om het hoofdrekenen mee te trainen.

Kaartjes
Om het spel te kunnen spelen, heb ik speelkaartjes gemaakt.
– groen: gemakkelijk
– geel: moeilijker
– rood: moeilijk
Klik op de afbeelding als je de kaartjes wil downloaden.

Spelregels
* Op de kaartjes staan vier getallen.
* Je moet elk getal gebruiken.
* Je mag elk getal maar één keer gebruiken.
* Je mag optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
* De uitkomst van je bewerking moet precies 24 zijn.

Aanvullingen
* Je kunt het spel klassikaal “spelen”. Zet bijvoorbeeld zes opgaven op het digibord en laat je leerlingen zelfstandig en individueel werken.
* Het wordt pas een game, als het ook echt gespeeld wordt. Leerlingen kunnen het spel in tweetallen spelen, maar ook in drie- of viertallen. De winnaar is degene die het eerst 24 heeft. Hij/zij krijgt de kaart. Wie de meeste kaarten heeft, heeft gewonnen.
* Laat het je leerlingen eens in teams spelen: twee leerlingen per team en dan twee teams tegen elkaar.
* Het kan zijn dat niemand precies uitkomt op 24. Kijk dan wie er het dichtst bij 24 komt.
* Is er wel een oplossing mogelijk? Op deze website kun je dat controleren.
* De 24-game is ook online te vinden: Oefensite Rendierhof

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Rekenen – grote getallen

In dit weblog geef ik een idee voor een les over grote getallen.

Je kunt deze presentatie gebruiken en deze kaartjes.

Instructie
Je legt uit dat je grote getallen op verschillende manieren kunt noteren:
2,4 miljoen – 2.400.000
0,7 miljoen – 700.000
4,45 miljoen – 4.450.000
En andersom:
350.000 – 0,35 miljoen
3.500.000 – 3,5 miljoen
1.560.000 – 1,56 miljoen

Inoefenen
Het inoefenen kun je doen met de werkvorm Mix & Ruil.
Alle leerlingen krijgen een kaartje. Met hun kaartje vormen ze tweetallen met een willekeurige klasgenoot.
In het tweetal lossen ze vier opdrachten op:
1. Hoe spreek je de getallen uit?
2. Zet de getallen om.
3. Wat is de som van de twee getallen?
4. Wat is het verschil tussen de getallen?

Na deze opdrachten ruilen ze van kaartje en gaan ze op zoek naar een nieuw maatje. Met het nieuwe maatje lossen ze weer de vier opdrachten op.

Op een teken van de leerkracht stoppen ze.
Nu kun je de werkvorm Mix & Koppel doen. De leerlingen gaan op zoek naar de klasgenoot met het getal dat evenveel waard is als hun getal.

In de presentatie staat nog een korte eindopdracht.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Groter dan, kleiner dan … met Pacman!

Als kind haalde ik de tekens van “groter dan” en “kleiner dan” altijd door elkaar. Net zoals oost en west en links en rechts 🙂
Ja, ik weet het: van de < kun je een k maken. Maar dat ezelsbruggetje helpt mij niet.

Tegenwoordig vergis ik me niet meer, door het ezelsbruggetje met Pacman. De bek van Pacman is een < of een >. Pacman hapt altijd naar het grootste getal.
Ik heb er een poster van gemaakt voor in de klas.
Klik op onderstaande afbeelding om de poster te downloaden.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

De waarde van cijfers in getallen

Wat is het verschil tussen getallen en cijfers?
Het getal 34.128 is opgebouwd uit vijf cijfers.
Dit getal spreek je uit als vierendertigduizend en honderdachtentwintig.
Elk cijfer heeft een bepaalde waarde. De positie van het cijfer geeft de waarde aan.

Om dit inzichtelijk te maken, heb ik een poster voor in de klas gemaakt. Klik op onderstaande afbeelding om die te downloaden.

 

Leerlingen kunnen de waarde van een cijfer in een (komma)getal online oefenen met deze site.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Zeven tips (+ twee bonustips) om met je klas educatieve bordspellen te maken.

Deze week heb ik mijn klas educatieve bordspellen laten maken. In dit blogartikel lees je 7 tips (+ twee bonustips), zodat je dit ook in je eigen klas kan doen 🙂

1. Zorg voor een goede voorbereiding.
Zorg als leerkracht voor een goede voorbereiding. Dat betekent onder andere dat je nadenkt over de thema en de inhoud van het bordspel. Bovendien denk je na over het aantal kinderen dat samen één spel maakt. Ook kun je al een aantal dingen klaarzetten of –leggen, voordat de kinderen beginnen.

Mijn voorbereiding bestond deze week uit:
* kaartjes van verschillende kleuren snijden (mijn kaartjes zijn op A7-formaat)
* 3-tallen maken
* voor elk groepje een aantal lesboeken (wij gebruikten geschiedenis, aardrijkskunde, natuur, rekenen en taal)
* voor elk groepje een bordspel op A3-formaat. Ik heb het bordspel van Argus Clou gebruikt, maar je vindt op internet ook leuke lege templates, zoals deze en deze.
* voor elk groepje drie klapperblaadjes (voor de spelregels, voor extra aantekeningen en voor tips & tops over een spel van een ander groepje)

 

2. Zorg voor de juiste benodigdheden per leerling.
Elke leerling heeft ook nog spullen uit zijn/haar laatje nodig. Per leerling heeft mijn groep het volgende gebruikt:
— onthoudschrift
— huiswerkboekje
— kleurpotloden
— markeer(stiften)

 

3. Spreek duidelijke afspraken en regels af.
Veel kinderen vinden vrije en creatieve opdrachten leuk. Sommige kinderen vinden het moeilijk om met (beperkte) vrijheid om te gaan.
Mijn afspraken bestonden uit:
* Elke groepje maakt een bordspel en noteert op een apart blad de spelregels.
* Elk groepje maakt 75 vraagkaartjes (met het antwoord erop) in de volgende verdeling:
→  15 keer aardrijkskunde
→  15 keer geschiedenis
→  15 keer natuur
→  15 keer rekenen
→  15 keer taal
* Heb je tijd over? Andere vragen bedenken of alvast je eigen spel spelen.
* Je blijft in je eigen groepje.
* Je werkt serieus.

 

4. Laat de spellen uittesten.
Ik liet elk drietal het spel van een ander drietal uittesten door het spel te spelen. De afspraak tijdens het spelen is: Je mag niet naar een groepje om iets te vragen. Als iets onduidelijk aan het spel is, schrijf je dat op het tips & tops-blad.
Na ongeveer 10-15 minuten kreeg iedereen zijn of haar eigen spullen weer terug en kon vervolgens aan de hand van de tips en tops dingen verbeteren.

 

5. Zorg voor genoeg tijd en een goede planning.
Deze activiteit kost veel tijd. Wij hebben er de hele ochtend voor uitgetrokken.
•  Uitleg – spelregels bedenken en taken verdelen (10 minuten)
•  Overlegtijd in je groepje (10 minuten)
•  Werken (90 minuten, verdeeld over twee keer 45 minuten)
•  Uittesten van een spel van een ander groepje en tips & tops opschrijven (15 minuten)

 

6. Laat de spellen spelen.
Wat de kinderen echt leuk vinden is elkaars spellen spelen. Niet alleen leerzaam, maar ook leuk! 🙂

 

7. Reflecteer na het maken en spelen van de spellen.
Dit kan heel open:
* Wie wil er iets vertellen over deze ochtend?
Je kunt ook vragen op inhoud en strategie stellen:
* Wat vond je gemakkelijk of moeilijk aan de opdrachten?
* Hoe is het jullie groepje gelukt om een goed educatief bordspel te maken?
Je kunt ook reflecteren, gericht op modus:
* Welk cijfer zou je willen geven voor je werkhouding, en waarom?
Of gericht op persoonlijke kwaliteiten:
* Welke persoonlijke kwaliteit heb je kunnen laten zien?
En altijd goed: feedback vragen:
* Welke tips en tops heb je voor de leerkracht?

Bonustips:
Leerlingen verrasten mij met heel veel creatieve ideeën!
Twee ervan deel ik hier met jullie:


Maak een klein boekje met alle spelregels, in plaats van één A4-tje.
Met dank aan Sterre 🙂

 


Vouw de vraagkaartjes onderaan dubbel en schrijf in het flapje het antwoord op de vraag.
Met dank aan Maurits 🙂

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

De GroepsGrafieken van begin 2018

In een eerder weblog schreef ik over de KlasBouwer GroepsGrafiek.

Nu deel ik de GroepsGrafieken die mijn groep vorige week heeft gemaakt.

De stappen:

1. Leg uit hoe je een groepsgrafiek maakt. Eerst een tabel. Vanuit de tabel een grafiek.

                

2. Verzin onderwerpen. Dat kan samen met de hele klas, of je laat een groepje kinderen onderwerpen bedenken.

3. Alle kinderen maken een persoonlijke top 3: Waarvan wil jij een grafiek maken?

4. Vertel wie met wie gaat werken. Ik heb er voor gekozen om in de twee-en drietallen te laten werken, die vanaf de volgende dag samen in tafelgroepjes zitten. De groepjes maken een gezamenlijke top 3 (of 5).

5. Koppel de onderwerpen aan de twee- en drietallen. Ik heb naamstokjes getrokken en op die volgorde mochten kinderen kiezen. Van elk onderwerp wordt één grafiek gemaakt.

6. De groepjes gaan de “onderzoeksvraag” bepalen. “Wat is je favoriete sporter?” is veel te breed voor een grafiek. Hoe kun je die aanpassen?

7. Alle leerlingen maken kaartjes: naam/nr. van de grafiek, je eigen naam, je antwoord (op de onderzoeksvraag van stap 6).
Op die manier kregen wij 31 (leerlingen) x 13 (aantal grafieken) kaartjes.

8. De kaartjes worden geordend: alle kaartjes 1 bij elkaar, alle kaartjes 2 bij elkaar, enz. Ik heb ze in enveloppen gedaan.

               

9. De groepjes pakken hun spullen: wit papier voor de tabel, ruitjespapier voor de grafiek, de envelop met alle kaartjes en kleurtjes, pen, potlood, liniaal en een leesboek voor als ze even moeten wachten of klaar zijn.

10. De kinderen gaan per groepje bij elkaar zitten en gaan aan de slag.

               

Ik heb stap 1 t/m 8 op één dag gedaan. Dit duurde ongeveer 35 minuten.

Stap 9 en 10 deden we de volgende dag. Het eerste tweetal was na 25 minuten klaar. De meeste kinderen hadden 50-60 minuten nodig.

Dit zijn de resultaten:

            

           

            

Tijdens de evaluatie heb ik onder andere de volgende vragen gesteld:
* Hoe ben je te werk gegaan?
* Wat ging in één keer goed?
* Waar liep je tegen aan?
* Welke conclusies kun je trekken vanuit je grafiek?
* Was jullie kleurgebruik traditioneel, afwijkend, verrassend… ? 😉

      

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂