Rekenen met cadeautjes

Deze opdracht past heel goed in het thema Sinterklaas, Kerstmis of verjaardag.

Eerst bepaal je (samen) wat elk cadeautje waard is.

Vervolgens telt iedereen de waarde van de cadeautjes op.

Per rij en per kolom wordt de totale waarde bepaald.

Omdat je zelf de waarde kunt bepalen,

is dit document te gebruiken in groep 4 t/m 8!

rekenen met cadeautjes afbeelding

Klik op de afbeelding om het document te downloaden.

Breuken vereenvoudigen – twee werkvormen

Volgende week geef ik een les over breuken.
We beginnen met het herhalen van het vereenvoudigen van breuken. Hiervoor heb ik kaartjes gemaakt en twee werkvormen bedacht.
Hiermee doen mijn leerlingen allemaal actief mee!

Mix & Ruil.
1. De leerlingen krijgen allemaal een kaartje met een breuk.
2. De leerlingen lopen door elkaar en zoeken een maatje.
3. Leerling A vereenvoudigt zijn/haar breuk zo klein mogelijk.
4. Leerling B bevestigt of coacht.
5. Leerling B vereenvoudigt zijn/haar breuk zo klein mogelijk.
6. Leerling A bevestigt of coacht.
7. Leerling A en B ruilen van kaartje.
8. De leerlingen herhalen stap 2 t/m 7, totdat de leerkracht een stopteken geeft.

Schud & Pak.
Elk tafelgroepje krijgt een set met alle kaartjes.
Alle leerlingen pakken pen en papier.
1. Leerling A trekt een kaartje met een breuk.
2. Alle leerlingen vereenvoudigen de breuk zo klein mogelijk (op papier).
3. Leerling B leest zijn/haar vereenvoudigde breuk voor.
4. Leerling C, D en A coachen, bevestigen of/en complimenteren.
5. Leerlingen wisselen van rol en gaan door tot de leerkracht een stopteken geeft.

Download hier de meer dan 100 kaartjes met breuken.

Drie werkvormen met kommagetallen.

Volgende week geef ik een les over kommagetallen.
Hiervoor heb ik kaartjes gemaakt en drie werkvormen bedacht.
Hiermee doen mijn leerlingen allemaal actief mee!

Mix & Ruil.
1. De leerlingen krijgen allemaal een kaartje.
2. De leerlingen lopen door elkaar en zoeken een maatje.
3. Leerling A laat horen hoe zijn/haar kommagetal uitgesproken moet worden (de ander mag het kaartje zien).
4. Leerling B bevestigt of coacht.
5. Leerling B laat horen hoe zijn/haar kommagetal uitgesproken moet worden (de ander mag het kaartje zien).
4. Leerling A bevestigt of coacht.
5. Samen bepalen de leerlingen welk van de twee getallen het grootst is.
7. Leerling A en B ruilen van kaartje.
8. De leerlingen herhalen stap 2 t/m 7, totdat de leerkracht een stopteken geeft.

Schud & Pak.
Elk tafelgroepje krijgt een set met alle kaartjes.
1. Leerling A trekt twee kaartjes en laat deze aan iedereen zien.
2. Alle leerlingen maken twee sommen: tel de twee kommagetallen bij elkaar op én bereken het verschil tussen de twee kommagetallen.
3. Leerling B leest zijn/haar uitkomsten voor.
4. Leerling C, D en A coachen, bevestigen of/en complimenteren.
7. Leerlingen wisselen van rol en gaan door tot de leerkracht een stopteken geeft.

 In De Rij.
Alle leerlingen krijgen een kaartje met een kommagetal erop (1, 2 of 3 cijfers achter de komma) en krijgen de opdracht om van groot naar klein te gaan staan.
Tips:
* Geef de leerlingen vooraf tijd om met anderen contact te zoeken en hun positie In De Rij te bepalen.
* Zorg voor wat ruimte tussen de leerlingen, zodat wanneer de rij wordt dubbel geklapt of in elkaar wordt geschoven, leerlingen rustig in tweetallen met elkaar kunnen praten.
* In mijn lokaal kan niet letterlijk één rij gevormd worden met 32 kinderen. Daarom wordt de rij vaak een halve cirkel 🙂

Download hier de kaartjes.

Aanvulling:
Kijk zelf welke instructie je groep nodig heeft, voordat je met (één van) de werkvormen aan de slag gaat. 🙂

 

Mix & Koppel: breuk – percentage – kommagetal – verhouding

In het begin van groep 8 is er altijd aandacht voor de relaties tussen de breuken, percentages, kommagetallen en verhoudingen.

Een mooie manier om dit te oefenen is met de werkvorm Mix & Koppel.

De stappen.
1. De leerlingen krijgen allemaal een kaartje.
2. De leerlingen lopen door elkaar en zoeken een maatje.
3. Leerling A stelt een vraag die past bij zijn kaartje (de ander mag het kaartje zien).
4. Leerling B antwoordt en leerling A bedankt of coacht.
5. Dan stelt leerling B een vraag die past bij zijn kaartje.
6. Leerling A antwoordt en leerling b bedankt of coacht.
7. Leerling A en B ruilen van kaartje.
8. De leerlingen herhalen stap 2 t/m 7, totdat de leerkracht een stopteken geeft.
9. De leerkracht geeft een stopteken.
10. De leerlingen zoeken het maatje met de bijpassende kaart.

Voor deze activiteit heb ik kaartjes gemaakt.
Bij stap 3 en 5 laat ik mijn leerlingen “de ontbrekende drie” noemen.
Bij stap 10 kun je naast koppels, zelfs viertallen laten maken.

Klik op de afbeelding om de kaartjes te downloaden.

 

Hoofdrekenen met de 24 Game

Ken je de Flippo’s uit de jaren ’90 nog?
Die ronde schijfjes met afbeeldingen van verschillende stripfiguren zaten gratis in zakken chips van Smiths.

Toen er flippo’s met op de achterkant een 24 game-speelbord uitkwamen, werd de 24-game erg populair. Ook nu het geen rage meer is blijft het een leuk en effectief rekenspel om het hoofdrekenen mee te trainen.

Kaartjes
Om het spel te kunnen spelen, heb ik speelkaartjes gemaakt.
– groen: gemakkelijk
– geel: moeilijker
– rood: moeilijk
Klik op de afbeelding als je de kaartjes wil downloaden.

Spelregels
* Op de kaartjes staan vier getallen.
* Je moet elk getal gebruiken.
* Je mag elk getal maar één keer gebruiken.
* Je mag optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
* De uitkomst van je bewerking moet precies 24 zijn.

Aanvullingen
* Je kunt het spel klassikaal “spelen”. Zet bijvoorbeeld zes opgaven op het digibord en laat je leerlingen zelfstandig en individueel werken.
* Het wordt pas een game, als het ook echt gespeeld wordt. Leerlingen kunnen het spel in tweetallen spelen, maar ook in drie- of viertallen. De winnaar is degene die het eerst 24 heeft. Hij/zij krijgt de kaart. Wie de meeste kaarten heeft, heeft gewonnen.
* Laat het je leerlingen eens in teams spelen: twee leerlingen per team en dan twee teams tegen elkaar.
* Het kan zijn dat niemand precies uitkomt op 24. Kijk dan wie er het dichtst bij 24 komt.
* Is er wel een oplossing mogelijk? Op deze website kun je dat controleren.
* De 24-game is ook online te vinden: Oefensite Rendierhof

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Rekenen – grote getallen

In dit weblog geef ik een idee voor een les over grote getallen.

Je kunt deze presentatie gebruiken en deze kaartjes.

Instructie
Je legt uit dat je grote getallen op verschillende manieren kunt noteren:
2,4 miljoen – 2.400.000
0,7 miljoen – 700.000
4,45 miljoen – 4.450.000
En andersom:
350.000 – 0,35 miljoen
3.500.000 – 3,5 miljoen
1.560.000 – 1,56 miljoen

Inoefenen
Het inoefenen kun je doen met de werkvorm Mix & Ruil.
Alle leerlingen krijgen een kaartje. Met hun kaartje vormen ze tweetallen met een willekeurige klasgenoot.
In het tweetal lossen ze vier opdrachten op:
1. Hoe spreek je de getallen uit?
2. Zet de getallen om.
3. Wat is de som van de twee getallen?
4. Wat is het verschil tussen de getallen?

Na deze opdrachten ruilen ze van kaartje en gaan ze op zoek naar een nieuw maatje. Met het nieuwe maatje lossen ze weer de vier opdrachten op.

Op een teken van de leerkracht stoppen ze.
Nu kun je de werkvorm Mix & Koppel doen. De leerlingen gaan op zoek naar de klasgenoot met het getal dat evenveel waard is als hun getal.

In de presentatie staat nog een korte eindopdracht.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂