Zeven tips (+ twee bonustips) om met je klas educatieve bordspellen te maken.

Deze week heb ik mijn klas educatieve bordspellen laten maken. In dit blogartikel lees je 7 tips (+ twee bonustips), zodat je dit ook in je eigen klas kan doen 🙂

1. Zorg voor een goede voorbereiding.
Zorg als leerkracht voor een goede voorbereiding. Dat betekent onder andere dat je nadenkt over de thema en de inhoud van het bordspel. Bovendien denk je na over het aantal kinderen dat samen één spel maakt. Ook kun je al een aantal dingen klaarzetten of –leggen, voordat de kinderen beginnen.

Mijn voorbereiding bestond deze week uit:
* kaartjes van verschillende kleuren snijden (mijn kaartjes zijn op A7-formaat)
* 3-tallen maken
* voor elk groepje een aantal lesboeken (wij gebruikten geschiedenis, aardrijkskunde, natuur, rekenen en taal)
* voor elk groepje een bordspel op A3-formaat. Ik heb het bordspel van Argus Clou gebruikt, maar je vindt op internet ook leuke lege templates, zoals deze en deze.
* voor elk groepje drie klapperblaadjes (voor de spelregels, voor extra aantekeningen en voor tips & tops over een spel van een ander groepje)

 

2. Zorg voor de juiste benodigdheden per leerling.
Elke leerling heeft ook nog spullen uit zijn/haar laatje nodig. Per leerling heeft mijn groep het volgende gebruikt:
— onthoudschrift
— huiswerkboekje
— kleurpotloden
— markeer(stiften)

 

3. Spreek duidelijke afspraken en regels af.
Veel kinderen vinden vrije en creatieve opdrachten leuk. Sommige kinderen vinden het moeilijk om met (beperkte) vrijheid om te gaan.
Mijn afspraken bestonden uit:
* Elke groepje maakt een bordspel en noteert op een apart blad de spelregels.
* Elk groepje maakt 75 vraagkaartjes (met het antwoord erop) in de volgende verdeling:
→  15 keer aardrijkskunde
→  15 keer geschiedenis
→  15 keer natuur
→  15 keer rekenen
→  15 keer taal
* Heb je tijd over? Andere vragen bedenken of alvast je eigen spel spelen.
* Je blijft in je eigen groepje.
* Je werkt serieus.

 

4. Laat de spellen uittesten.
Ik liet elk drietal het spel van een ander drietal uittesten door het spel te spelen. De afspraak tijdens het spelen is: Je mag niet naar een groepje om iets te vragen. Als iets onduidelijk aan het spel is, schrijf je dat op het tips & tops-blad.
Na ongeveer 10-15 minuten kreeg iedereen zijn of haar eigen spullen weer terug en kon vervolgens aan de hand van de tips en tops dingen verbeteren.

 

5. Zorg voor genoeg tijd en een goede planning.
Deze activiteit kost veel tijd. Wij hebben er de hele ochtend voor uitgetrokken.
•  Uitleg – spelregels bedenken en taken verdelen (10 minuten)
•  Overlegtijd in je groepje (10 minuten)
•  Werken (90 minuten, verdeeld over twee keer 45 minuten)
•  Uittesten van een spel van een ander groepje en tips & tops opschrijven (15 minuten)

 

6. Laat de spellen spelen.
Wat de kinderen echt leuk vinden is elkaars spellen spelen. Niet alleen leerzaam, maar ook leuk! 🙂

 

7. Reflecteer na het maken en spelen van de spellen.
Dit kan heel open:
* Wie wil er iets vertellen over deze ochtend?
Je kunt ook vragen op inhoud en strategie stellen:
* Wat vond je gemakkelijk of moeilijk aan de opdrachten?
* Hoe is het jullie groepje gelukt om een goed educatief bordspel te maken?
Je kunt ook reflecteren, gericht op modus:
* Welk cijfer zou je willen geven voor je werkhouding, en waarom?
Of gericht op persoonlijke kwaliteiten:
* Welke persoonlijke kwaliteit heb je kunnen laten zien?
En altijd goed: feedback vragen:
* Welke tips en tops heb je voor de leerkracht?

Bonustips:
Leerlingen verrasten mij met heel veel creatieve ideeën!
Twee ervan deel ik hier met jullie:


Maak een klein boekje met alle spelregels, in plaats van één A4-tje.
Met dank aan Sterre 🙂

 


Vouw de vraagkaartjes onderaan dubbel en schrijf in het flapje het antwoord op de vraag.
Met dank aan Maurits 🙂

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

De GroepsGrafieken van begin 2018

In een eerder weblog schreef ik over de KlasBouwer GroepsGrafiek.

Nu deel ik de GroepsGrafieken die mijn groep vorige week heeft gemaakt.

De stappen:

1. Leg uit hoe je een groepsgrafiek maakt. Eerst een tabel. Vanuit de tabel een grafiek.

                

2. Verzin onderwerpen. Dat kan samen met de hele klas, of je laat een groepje kinderen onderwerpen bedenken.

3. Alle kinderen maken een persoonlijke top 3: Waarvan wil jij een grafiek maken?

4. Vertel wie met wie gaat werken. Ik heb er voor gekozen om in de twee-en drietallen te laten werken, die vanaf de volgende dag samen in tafelgroepjes zitten. De groepjes maken een gezamenlijke top 3 (of 5).

5. Koppel de onderwerpen aan de twee- en drietallen. Ik heb naamstokjes getrokken en op die volgorde mochten kinderen kiezen. Van elk onderwerp wordt één grafiek gemaakt.

6. De groepjes gaan de “onderzoeksvraag” bepalen. “Wat is je favoriete sporter?” is veel te breed voor een grafiek. Hoe kun je die aanpassen?

7. Alle leerlingen maken kaartjes: naam/nr. van de grafiek, je eigen naam, je antwoord (op de onderzoeksvraag van stap 6).
Op die manier kregen wij 31 (leerlingen) x 13 (aantal grafieken) kaartjes.

8. De kaartjes worden geordend: alle kaartjes 1 bij elkaar, alle kaartjes 2 bij elkaar, enz. Ik heb ze in enveloppen gedaan.

               

9. De groepjes pakken hun spullen: wit papier voor de tabel, ruitjespapier voor de grafiek, de envelop met alle kaartjes en kleurtjes, pen, potlood, liniaal en een leesboek voor als ze even moeten wachten of klaar zijn.

10. De kinderen gaan per groepje bij elkaar zitten en gaan aan de slag.

               

Ik heb stap 1 t/m 8 op één dag gedaan. Dit duurde ongeveer 35 minuten.

Stap 9 en 10 deden we de volgende dag. Het eerste tweetal was na 25 minuten klaar. De meeste kinderen hadden 50-60 minuten nodig.

Dit zijn de resultaten:

            

           

            

Tijdens de evaluatie heb ik onder andere de volgende vragen gesteld:
* Hoe ben je te werk gegaan?
* Wat ging in één keer goed?
* Waar liep je tegen aan?
* Welke conclusies kun je trekken vanuit je grafiek?
* Was jullie kleurgebruik traditioneel, afwijkend, verrassend… ? 😉

      

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Elkaar (nog beter) leren kennen door de KlasBouwer Groepsgrafiek

De leerlingen maken een tabel én een grafiek van een kennismakingsthema.

Ideeën voor thema’s:

  • lievelingskleur
  • leukste sport
  • favoriete land
  • lievelingsdier
  • aantal huisdieren

Extra tip: Laat kinderen ook zelf thema’s bedenken 🙂

Voor elk thema vullen alle kinderen een apart kaartje in, zodat de gegevens daarna gemakkelijk te verwerken zijn. De tabellen en grafieken worden opgehangen in de klas. Deze kunnen worden geanalyseerd als onderdeel van de rekenles.

Zie ook deze blog:
De GroepsGrafieken van begin 2018

Hoe gebruik je de didactische werkvorm Binnen/Buiten Kring?

De werkvorm Binnen/Buiten Kring.
De leerlingen wisselen informatie uit in tweetallen. Door het doorschuiven in de kring ontmoeten leerlingen veel verschillende klasgenoten om mee uit te wisselen.

De stappen.
1. De leerlingen staan of zitten in twee cirkels in tweetallen tegenover elkaar.
2. De leerkracht geeft een gespreksonderwerp.
3. De leerlingen krijgen DenkTijd.
4. De binnenkring vertelt en de buitenkring luistert.
5. De buitenkring vat samen of complimenteert.
6. De buitenkring vertelt en de buitenkring luistert.
7. De binnenkring vat samen of complimenteert.
8. De leerkracht geeft aan hoeveel plaatsen één van de kringen doorschuift.
9. De leerlingen bedanken elkaar en schuiven het aantal afgesproken plaatsen door.
10. Ze begroeten elkaar en herhalen bovenstaande stappen.

Tips:
* Deze werkvorm doe ik liever in de hal van school in plaats van in het lokaal. Daar staan geen tafels tussen de kinderen in en kun je de kringen groter maken, zodat de kinderen geen “last” hebben van de gesprekken van de kinderen naast hen.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
* In plaats van de grote maandagmorgen kring.
* Als kennismakingsactiviteit.
* Ter voorbereiding op toetsen. Laat de kinderen dan vragen verzinnen en op een blaadje schrijven.
* Rekenen: het herhalen van de tafels.

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Met z’n allen in de rij met deze werkvorm.

De werkvorm In De Rij.
De leerlingen zoeken hun plaats in de rij ten opzichte van hun klasgenoten.

De stappen.
1. De leerkracht geeft een onderwerp waarin de leerlingen verschillen.
2. Daarna geeft de leerkracht aan waar het begin en waar het einde van de rij is.
3. De leerlingen schatten de eigen positie in en nemen plaats In De Rij.
4. De leerlingen wisselen uit en nemen hun definitieve plaats in.

Tips:
* Geef de leerlingen vooraf tijd om met anderen contact te zoeken en hun positie In De Rij te bepalen.
* Zorg voor wat ruimte tussen de leerlingen, zodat wanneer de rij wordt dubbel geklapt of in elkaar wordt geschoven, leerlingen rustig in tweetallen met elkaar kunnen praten.
* In mijn lokaal kan niet letterlijk één rij gevormd worden met 32 kinderen. Daarom wordt de rij vaak een halve cirkel 🙂

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
* Om tweetallen te bepalen: op kwaliteit / hoe goed je de instructie hebt gesnapt.
* Als kennismakingsspelletje / KlasBouwer: op volgorde van voornaam, leeftijd, schoenmaat, lengte, aantal huisdieren, aantal jaren op school, afstand tussen huis en school.
* Bij rekenen: iedereen krijgt een kaartje met een breuk of kommagetal erop en krijgt de opdracht om van groot naar klein te gaan staan.
* Bij rekenen: iedereen krijgt een kaartje met een kommagetal erop (1, 2 of 3 cijfers achter de komma) en krijgt de opdracht om van groot naar klein te gaan staan.

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂