Werken met een persoonlijk oefenplan in de bovenbouw

Al een paar jaar maken mijn leerlingen een persoonlijk oefenplan.
In dit blogartikel leg ik uit hoe ze (we) dat doen.

Eerst inventariseren we welke vakonderdelen er allemaal bestaan.
Bij vakonderdelen kun je denken aan: rekenen (breuken, procenten, meetkunde), taal (zinsontleden, woordenschat), spelling (verschillende categorieën), werkwoordspelling (persoonsvorm, voltooid deelwoord), enzovoort.

Daarna kijken we hoe je elk vakonderdeel zou kunnen oefenen.
In de klas heb ik verschillende boekjes met werkbladen die ik online vind en bestaande oefenboekjes van bijvoorbeeld Kinheim.
Bovendien heeft elke leerling een Chromebook tot zijn of haar beschikking. Hierop kunnen ze educatieve websites zoeken, waarmee ze gericht kunnen oefenen.
Veel gekozen websites zijn: Squla, Meester Klaas, Junior Einstein, Citotrainer, Juf Melis, Kids4Cito, Cambiumned, Spelling oefenen en Tafels oefenen.

Vervolgens bespreken we hoe een persoonlijk oefenplan eruit zou kunnen zien.
Dit mogen de kinderen van mij zelf weten. Ze kunnen een schema maken, of een lijst. Ze kunnen kleur gebruiken of niet. Ik vind het belangrijk dat het oefenplan écht van de kinderen zelf is. Wel kijk ik mee of ik de inhoud vind passen en beantwoord natuurlijk vragen, als de kinderen niet verder kunnen.

Dan gaan de kinderen voor zichzelf bedenken wat ze zelf in de komende periode willen oefenen.
Dit doen ze aan de hand van het meest recente rapport en de meest recente (cito)toetsen. Op Facebook zijn verschillende reflectieformulieren te vinden, waarmee kinderen zélf kunnen kijken op welke onderdelen ze uitvallen. Verder kunnen ze natuurlijk hun zelfkennis gebruiken en de gemiddelde beoordelingen op het meest recente rapport.
Vakonderdelen die kinderen goed beheersen, kunnen ze oefenen op een hoger niveau. Dit kan bijvoorbeeld gemakkelijk op Squla. Hier kun je namelijk je niveau aanpassen.

Ten slotte maakt iedereen een persoonlijk oefenplan.
Dit is een aantal voorbeelden van oefenplannen uit mijn groep 8.

plan 6  plan 4  oefenplan 2   plan 1   plan 5   plan 3

 

Vond je dit bruikbaar? 😊
Deel het dan op jouw favoriete Socials(s).

Gastblog door BijlesHuis: Zo begeleid je een student met dyscalculie

Als je ‘dyslexie’ in de zoekbalk van Google intikt, vind je in een oogopslag heel wat resultaten. Veel minder bekend is de aandoening ‘dyscalculie’, waarbij rekenen – niet lezen en schrijven – het probleem vormt. In dit artikel leer je wat dyscalculie is, wat voor invloed het heeft op school, en hoe je daar als leerkracht mee kunt omgaan.

Waar vroeger over kinderen met dyscalculie gezegd werd dat ze ‘gewoon niet konden rekenen’, is er de jongste jaren steeds meer aandacht voor de symptomen en behandeling van dyscalculie. Een persoonlijke aanpak, bijvoorbeeld via bijles, kan heel effectief zijn. Maar ook als leerkracht op school kun je heel wat doen om het leven van leerlingen met dyscalculie aangenamer te maken.

dyscalculie _ afbeelding

Daarvoor moeten we eerst weten wat dyscalculie precies betekent.

Wat is dyscalculie?
Dyscalculie betekent letterlijk ‘niet kunnen rekenen’. Dat betekent niet dat ieder kind dat moeite heeft met wiskunde dyscalculie heeft. We spreken pas van dyscalculie als een kind ondanks een goede aanpak op school en zonder aanwijsbare reden hardnekkige problemen blijft hebben met de basisvaardigheden van wiskunde.

Dyscalculie staat trouwens los van de algemene intelligentie. Veel kinderen met dyscalculie hebben net een uitstekend logisch redeneervermogen of inzicht, anderen dan weer een bijzonder creatieve aanleg, bijvoorbeeld in muziek. Elk kind is uniek!

De vier vormen van dyscalculie
Dyscalculie heeft vele gezichten. Deze vier rekenstoornissen zijn het meest voorkomend:

  1. Procedurele dyscalculie: Bij deze vorm hebben studenten moeite om berekeningen stapsgewijs uit te voeren. Zo vergeet de student bij staartdelingen de verschillende stappen, of haalt hij ze door elkaar.
  2. Semantische geheugendyscalculie: Deze leerlingen hebben het moeilijk met het onthouden van rekenfeiten, zoals 8+2=10.
  3. Visuo-spatiële dyscalculie: Deze leerlingen hebben moeite met rekenkundige informatie ruimtelijk voor te stellen. Bijvoorbeeld: ‘welke stuk taart is het grootste: 1/8 of 1/5?’. Ook het lezen van grafieken, een getallenas of een klok gaat moeizaam.
  4. Getallenkennisdyscalculie: Dit geeft vooral moeilijkheden met de getalstructuur. Denk bijvoorbeeld aan het systeem van eenheden, tientallen, honderdtallen, etc. Ook werken met het talstelstel, zoals het omzetten van liter naar milliliter of meter naar centimeter, leidt tot problemen.

Problemen bij andere vakken
Dyscalculie staat los van de algemene intelligentie van het kind. Maar aangezien wiskunde de basis vormt van alle berekeningen, zorgt dyscalculie ook voor problemen bij andere vakken.

Denk aan aardrijkskunde: hoe vaak moet je niet iets opzoeken door middel van schaalberekening?

Ook bij een cultureel vak als geschiedenis moet je jaartallen uit je hoofd leren of kunnen situeren op een tijdlijn. En vakken als economie of wetenschappen zitten al helemaal vol berekeningen, formules en grafieken.

Lesgeven aan studenten met dyscalculie
Aan studiemotivatie ontbreekt het studenten met dyscalculie vaak niet. Ze doen extra veel huiswerk, en behalen dan nog geen goede resultaten. Dit haalt hun zelfbeeld onvermijdelijk naar beneden.

Gelukkig kun jij daarin als leerkracht het verschil maken. En wel op de volgende manieren:

  • Moedig de student aan en toon begrip voor de situatie.
  • Achterhaal de sterktes van de student en complimenteer hem in wat hij goed is en goed doet.
  • Houd er rekening mee dat opdrachten extra tijd kosten
  • Leg een opdracht mondeling uit én laat de opdracht lezen op papier. Zo komt de informatie op twee manieren tot de student.
  • Stel extra hulpvragen als de student er niet uit komt. Dus niet: ‘Je moet de oppervlakte berekenen’. Maar: ‘Moet je de oppervlakte berekenen of de omtrek?’
  • Als je oefeningen uitprint, laat dan voldoende ruimte. Zo kan de student ook alle tussenstappen noteren.
  • Bied extra hulpmiddelen aan: laat de student altijd een rekenmachine gebruiken, geef steekkaarten met formules, tafels, …

Dit kun je beter vermijden:

  • Eisen dat een student een oefening uit het hoofd moet uitrekenen
  • Oefeningen die de student niet klaar heeft, meegeven als huiswerk
  • Onverbeterde oefeningen laten instuderen. Dit zorgt alleen voor meer verwarring.
  • Oefeningen alleen mondeling uitvoeren.
  • De student vergelijken met andere leeftijdsgenoten, bijvoorbeeld: ‘Dit moet je al kunnen want dat leer je in het tweede leerjaar.’

Ben je zelf docent en zou je graag leerlingen met leerproblemen individueel begeleiden via bijles? Meld je dan aan als bijlesdocent bij een bedrijf zoals Bijleshuis.

Meer informatie

Wil je meer informatie over het begeleiden van een student met dyscalculie? Kijk dan eens verder bij onderstaande websites en boeken.

  • BijBalansDigitaal vind je een lijst oefeningen voor kinderen met dyscalculie
  • Hier kun je een hulpwaaierbestellen
  • In dit artikel vind je tips voor in de klas
  • Hier vind je een filmpje over dyscalculie van Het Klokhuis
  • Hier vind je een aflevering over dyscalculie van het NOS Jeugdjournaal
  • Desoete, A., & Braams, T. (2008). Kinderen met dyscalculie. 
  • Stock, P., Desoete, A., & Roeyers, H. (2007). Dyscalculie, een stoornis met vele gezichten. Een overzichtsbespreking van subtyperingen bij rekenstoornissen.

Wil je graag leren hoe je leerlingen met andere leerstoornissen als dyslexie of ADHD beter kunt ondersteunen, neem dan ook eens een kijkje op deze overzichtspagina.

 

Review: De Jongenscode. Zó geef je les aan jongens! Door René van Engelen

In mijn onderwijspraktijk ben ik altijd bezig met het tegemoetkomen aan verschillen tussen mijn leerlingen.

Het nieuwste boek van René van Engelen De Jongenscode helpt je zeker om jongens beter te begrijpen en je activiteiten aan te passen, zodat jongens betrokken en gemotiveerd blijven.

Het boek bestaat uit vier hoofdstukken:
1. Wat is jongensgedrag?
2. Opvoeding van jongens in onze maatschappij.
3. Jongens versus onderwijs.
4. Praktijk.

de jongenscode _ boek.jpg  De Jongenscode!

1. Wat is jongensgedrag?
Natuurlijk verschilt per kind of bepaald gedrag überhaupt voorkomt, maar er zijn verschillende bronnen die kenmerken noemen die specifiek horen bij de ontwikkeling van jongens en jongensgedrag. In het boek worden onder andere de volgende kenmerken genoemd:
Jongens …
– zijn gemiddeld meer actiegericht
– zijn directer
– zijn assertiever
– zijn minder sterk in zelfreflectie en zelfonderzoek
– zijn luier
– zijn gevoeliger voor competitie
– krijgen vanuit hun brein signalen om veel te bewegen

2. Opvoeding van jongens in onze maatschappij.
In het tweede hoofdstuk wordt gekeken naar de opvoeding van jongens in onze maatschappij en in hoeverre deze aansluit bij jongens.
Aan bod komen onderwerpen als vrienden, mannelijkheid bewijzen, ruw spel en gamen.
Van Engelen stelt onder andere dat er voor jongens minder ruimte is gekomen om zich fysiek bezig te houden. “In het onderwijs is ‘leren door te doen’ verdrongen en wordt het informatie verzamelen (liefst vanachter een tafeltje) meer gewaardeerd en toegepast.”

Persoonlijk denk ik dat dit verschilt per school en zelfs per leerkracht. Het is in mijn ogen belangrijk dat je als leerkracht kijkt of deze stelling klopt in jouw lessen en dat je vanuit daar kijkt hoe je meer tegemoet kunt komen aan de behoeften van jongens.

3. Jongens versus onderwijs.
In het derde hoofdstuk wordt gekeken of en hoe het huidige basisonderwijs aansluit bij en tegemoetkomt aan de specifieke onderwijsbehoeften van jongens.
Jongens zijn actiegericht. Ze leren vooral door te doen. Dit is een talent van jongens. Als je leren door te doen ruimte geeft, betekent dat dat je je lesgeven misschien moet veranderen. Dat betekent dat je dingen anders moet bekijken en dat je dingen los moet laten. Leren door te doen is namelijk minder goed voorspelbaar. Daarnaast kan het de nodige rommel, herrie en drukte geven.
In dit hoofdstuk komen meer interessante onderwerpen aan bod, zoals competitie, gamificatie, fysiek gedrag, humor en duidelijkheid en begrenzen.

4. Praktijk.
In het vierde hoofdstuk staan zestien actiepunten, waarmee het onderwijs voor jongens aantrekkelijker gemaakt kan worden.
Ik noem er vier, waarbij ik ook voorbeelden geef uit mijn eigen praktijk:
4.1 Zorg voor kennis van biologische oorzaken van gedrag en krijg zo meer begrip voor dit gedrag.
Heel verhelderend en vooral er leuk is het volgende: Hang in de klas de posters van OMJS “Verschillen tussen jongens en meisjes”. Laat leerlingen reageren en met elkaar in gesprek gaan. Kloppen de stellingen? Herken je de zinnen bij jezelf en bij anderen? Kloppen er ook dingen niet?

verschil jongens meisjes.pngOMJS

4.2 Maak het onderwijs actiever.
Dit kan heel gemakkelijk met het inzetten van didactische, activerende werkvormen. Lees hier mijn blogartikel “In elke fase van de les is plaats voor een didactische werkvorm”.
4.3 Zet vormen van competitie in.
Strijden tegen elkaar kan gemakkelijk met een Kahootquiz, Boggle of het Geheugenspel.
In het boek staat duidelijk dat je wel op moet letten met het inzetten van competitie in je lessen. Zorg dat de competitie vrijblijvend is en geen ‘high stakes’-competitie is. Een andere goede tip uit het boek: Zet ook ‘competitie met jezelf’ in bij individuele leerlingen.
4.4 Geef inzicht in hoe het lichaam en het brein werken. Geef kinderen inzicht in hoe ze dit kunnen beïnvloeden.
Hierbij denk ik meteen aan Executieve Functies. Ik zet bijvoorbeeld elk jaar WiEF van Pica in, om samen met mijn leerlingen naar (hun) gedrags- en denkvaardigheden te kijken. Lees hier meer …

Mijn mening
Ik vind het boek echt een aanrader! René van Engelen koppelt theorie aan de praktijk en geeft je echt inzicht in het gedrag van jongens. Bovendien geeft hij veel praktische tips, waardoor je gemakkelijk je bestaande lessen aan kunt passen om tegemoet te komen aan de specifieke onderwijsbehoeften van jongens. Hierdoor zullen jongens betrokken en gemotiveerd blijven.

de jongenscode _ boek.jpg   De Jongenscode!

 

 

Dit blogartikel bevat opgestuurde producten, maar het maakt de review niet minder eerlijk.

Waanzinnige Websites :-) Sudoku Variations

In de serie “Waanzinnige Websites” breng ik websites onder de aandacht, die dat wat mij betreft echt verdienen. 🙂

De eerste in de serie is Sudoku Variations van Folkert van der Meulen Bosma.

Folkert heeft honderden Sudoku Variaties gemaakt.
Sudoku Variaties zijn sudoku’s waarin één of twee extra moeilijkheden zijn verwerkt.

Deze puzzels zijn echte breinbrekers! Als maker moet je namelijk diverse vormen van logica combineren om de sudoku op te lossen.

Wat ik echt een meerwaarde vind aan de puzzels die je op deze website kunt downloaden, zijn de stappenplannen die Folkert heeft gemaakt. Als leerkracht kun je je leerlingen op elk gewenst moment een tip geven, waarmee ze de puzzel weer zelfstandig verder kunnen oplossen.

Mijn leerlingen hebben twee Sudoku Variaties uitgeprobeerd.

In dit blogartikel vertel ik onze bevindingen.

De twee Sudoku Variaties

1. De CalculoDoku

Deze CalculoDoku kun je oplossen als een gewone Sudoku. Dat zouden alle leerlingen kunnen. Er zijn op deze manier meer dan 1000 verschillende oplossingen.
Máár … dit is een CalculoDoku. Er zit een extra moeilijkheid in. Als je naar de kleuren kijkt en naar de letters in die hokjes, geldt voor de CalculoDoku:

Je begrijpt: dit maakt de puzzel érg moeilijk!
Folkert geeft niet voor niets aan dat deze puzzel voor meer- en hoogbegaafde leerlingen is.

2. De SymbolenDoku met Social Media Logo’s

Ook deze Sudoku kent een gemakkelijk en een moeilijke variant.
Als deze Sudoku juist is opgelost moeten elke rij, elke kolom en elk blok van 3 bij 3 velden de negen verschillende symbolen van een Social Media Logo precies eenmaal bevatten.
Kies je de moeilijke variant, dan moeten ook de drie extra groepen van negen velden (A, B en C), deze negen symbolen van de Social Media Logo’s precies eenmaal bevatten.

Bij zowel de CalculoDoku, als de SymbolenDoku kun je kaartjes downloaden die de leerlingen kunnen gebruiken.
Ze moeten deze kaartjes allemaal los knippen en dan kunnen ze ermee puzzelen.

            

In mijn klas
Eerst heb ik mijn leerlingen uitgelegd wat een gewone sudoku is. Daarna heb ik de bedoeling uitgelegd van de CalculoDoku en de SymbolenDoku.
Vervolgens zijn de leerlingen in tweetallen aan de slag gegaan.
Vooral bij de CalculoDoku hadden veel tweetallen tips nodig. Ik heb het eerste gedeelte van het stappenplan uiteindelijk op het bord geschreven. Zo hadden de leerlingen houvast aan de logische volgorde, zonder dat ze de letterlijke antwoorden kregen.
Bij de SymbolenDoku waren veel minder tips nodig.

               

Mijn mening en die van mijn leerlingen
De kinderen waren unaniem enthousiast!
De mogelijkheid om te kiezen tussen twee Sudoku Variaties én de keuze om een moeilijke of een gemakkelijke variant te maken zorgde ervoor dat iedereen fanatiek aan de slag ging.

Drie van de veertien tweetallen gebruikten de kaartjes, om de puzzel op te lossen. Hiervoor zou ik in de toekomst niet meer kiezen. Het is veel extra print- en knipwerk en het voegt niet echt iets toe.

De CalculoDoku lijkt mij inderdaad uitermate geschikt voor meer- en hoogbegaafde leerlingen en zou je als school bijvoorbeeld voor de plusklas kunnen aanschaffen.
Eén van mijn leerlingen stoorde het overigens dat onder de puzzel “meer- en hoogbegaafde leerlingen” stond. De rest van de kinderen vond dat niet storend.

Als leerkracht ben ik niet alleen enthousiast over de verschillende puzzels, maar ook over de stappenplannen die je bij de puzzels kunt downloaden. Ik heb mijn leerlingen steeds een tip kunnen geven op het moment dat ze vastliepen. Daarna konden ze weer zelfstandig verder puzzelen.

Ook Sudoku Variaties uitproberen?
Op de website Van Sudoku-variations kun je van elke soort Sudoku-Spelbundel een gratis bundel met vier of vijf voorbeeld-Sudoku’s downloaden.
Let op! De gratis bundels download je als zipbestand. Het kan zijn dat het bestand door sommige servers wordt geweigerd omdat ze het als spam zien.
Als dat het geval is kan je altijd een e-mail sturen
naar folkert@sudoku-variations.com

      

De woorden van spelling nog een keer oefenen met het Geheugenspel :-)

Af en toe laat ik de woorden van spelling nog een keer oefenen met het Geheugenspel.
Ideaal als je weinig tijd hebt. 🙂

Het gaat als volgt:
1. Zet de woorden op het digibord en dek ze af.
2. Laat de kinderen pen en papier pakken.
3. Op jouw teken toon je de woorden en krijgen de kinderen 2 minuten om zoveel mogelijk woorden te onthouden.
4. Na 2 minuten dek je de woorden weer af en krijgen de kinderen 2 minuten de tijd om zoveel mogelijk woorden op te schrijven.
5. Na 2 minuten berekent iedereen zijn/haar score: 1 punt voor elk goed woord en nóg een punt per correct gespeld woord.

Kinderen oefenen niet alleen de woorden van spelling, maar ook hun geheugen 🙂

 

 

Meer spelling oefenen

     

 

Aandacht voor executieve functies in de bovenbouw – metacognitie en zelfmonitoring

De executieve functie
Metacognitie en zelfmonitoring.

Omschrijving
Een stapje terugdoen om naar jezelf en je eigen aanpak en prestaties te kijken en deze waar nodig bijsturen.

Symbool boot
kapiteinspet

Hulpzin voor de leerling: Zet je (kapiteins) pet op!

Filmpjes
Deze filmpjes kun je met de klas kijken.
Mogelijke kijkvragen zijn: Wie kent zichzelf goed? Wie reflecteert en past zijn gedrag aan? Wie houdt rekening met anderen? Wie heeft moeite met dingen vanuit een ander standpunt te bekijken? Welke andere executieve functies herken je?

For the Birds

Partly Cloudy

The Milkshake Challenge

 

Ted Talks

 

Tony Robins: Why we do what we do.

 

Leerlingen die moeite hebben met metacognitie en zelfmonitoring  
* trekken weinig lering uit ervaringen.
* zien het eigen aandeel in gebeurtenissen/conflicten niet.
* overschatten zichzelf.
* stellen zichzelf te weinig vragen.
* vragen niet om hulp of juist te snel.
* merken niet hoe anderen reageren op zijn/haar gedrag
* controleren het eigen werk niet.
* maken slordigheidsfouten.
* hebben moeite met het aannemen van feedback om gedrag of prestaties bij te stellen.
* hebben moeite om dingen vanuit een ander standpunt te bekijken.

Scoreformulier 
Met dit scoreformulier  kun je leerlingen scoren op planning en organisatie.
Mogelijkheden:
* leerkracht scoort alle leerlingen
* leerkracht scoort enkele leerlingen
* leerling scoort zelf
* beiden scoren en vergelijken

* scoor met een 3-, 5- of 10-puntsschaal
* scoor met kleurtjes: rood, oranje, groen
* scoor met smileys: 🙂  😐  ☹️

Versterken van metacognitie en zelfmonitoring
– Laat de leerling reflecteren op het eigen werk.
– Stel vragen die de metacognitie en zelfmonitoring stimuleren, zoals “Met wie zou je deze taak goed kunnen maken en waarom?”, “Welk onderdeel lijkt je gemakkelijk/moeilijk?”
– Laat de leerling eerst het eigen werk nakijken, voordat het zijn/haar werk inlevert.
– Bedenk samen stappen/ strategieën om doelen te bereiken.
– Bied en bespreek succeservaringen.
– Werk met een emotiemeter.
– Reflecteer tijdens en na afloop van een taak/situatie: “Hoe heb je dat probleem opgelost?”, “Wat heeft goed gewerkt?”, “Waarom ging de samenwerking goed/niet goed?”

Materialen
* Zien in de klas heeft een mooie “thermometer om een boze bui te meten” gemaakt.
* Op Opgroeikaarten.nl vind je verschillende kaarten, zoals deze emotiemeter.
* Op de site van Auris kun je een prachtige gevoelensposter downloaden.
Natuurlijk kun je ook zelf een emotie- of gevoelsmeter (laten) maken.

Spelletjes die een beroep doen op metacognitie en zelfmonitoring
Schaken
Weerwolven
Cluedo
Stratego
Ticket to ride
Scotland Yard

Meer spelletjes vind je in de Wijzer in Executieve Functies.

Benieuwd naar mijn andere blogs over executieve functies?
Die vind je hier.

 

Bronnen:
* Pica

* Zien in de klas
* Executieve functies bij kinderen en adolescenten
* Professionalisering WiEF

Met speciale dank aan WiEF en Zien in de klas voor alle afbeeldingen! 🙂 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂