Hoe gebruik je de didactische werkvorm Genummerde Koppen Bij Elkaar?

De werkvorm.
De leerlingen werken samen in hun tafelgroepje en zorgen ervoor dat iedereen de opdracht (die door de leerkracht is gegeven) begrijpt en het antwoord weet.

puzzel 4 stukjes


De stappen.

1. De leerkracht geeft een opdracht en geeft DenkTijd.
2. De leerlingen schrijven individueel hun antwoord op.
3. De leerkracht zegt: “Koppen Bij Elkaar”. Leerlingen staan op en steken de koppen bij elkaar om met elkaar te discussiëren en elkaar te instrueren.
4. De leerlingen gaan zitten als iedereen het antwoord weet.
5. De leerkracht noemt een nummer.
6. De leerlingen op dat plaatsnummer van ieder tafelgroepje antwoorden.
7. Groepsgenoten prijzen de leerlingen die geantwoord hebben en vullen eventueel het antwoord aan.

puzzel


Hoe gebruik ik deze werkvorm?

* Topografie: Waar ligt …? Wat is de hoofdstad van …?
* Rekenen: Hoe tel je deze ongelijknamige breuken op? Wat is het verschil tussen deze ongelijknamige breuken?
* Rekenen: Zet deze (komma)getallen van klein naar groot.
* Aardrijkskunde: Wat is een slapende vulkaan?
* Geschiedenis: Noem drie verschillen tussen jagers en boeren.
* Engels: Wat is de vertaling van deze woorden?
puzzel 2

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Hoe gebruik je de didactische werkvorm Verslaggever?

De werkvorm.
De leerlingen wisselen van groepsleden en wisselen zo informatie uit,.

De stappen.
1. De leerkracht kiest uit elk tafelgroepje één leerling die één of twee tafelgroepjes doordraait.
2. De gekozen leerlingen draaien door naar het nieuwe tafelgroepje.
3. De ‘nieuwe’ groepsleden geven de leerling informatie.
4. De leerlingen gaan terug naar hun eigen groepjes.
5. De leerlingen geven de nieuwe informatie door aan de eigen groep.
6. De groepsleden die bleven, geven de informatie die zij ontvingen door.

Tips:
* Dit kun je eventueel herhalen met nog een ander groepslid.

journalist

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
* Spelling (Nederlands en Engels): Hoeveel woorden van een of meer categorieën kun je samen bedenken?
* Wereldoriëntatie: Hoeveel informatie heb je onthouden uit de les(sen)?
* Wereldoriëntatie: Welke vragen kun je verzinnen, die misschien wel in de toets gesteld gaan worden?
* Debat: Welke argumenten vóór en tegen kun je verzinnen?

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Meer betrokkenheid tijdens de spellingles met deze tips.

Didactische werkvormen zijn werkvormen waarbij alle leerlingen worden gestimuleerd om actief deel te nemen.

In dit weblog vind je een aantal tips hoe je didactische werkvormen kunt inzetten tijdens een spellingles. Ik doe dat aan de hand van de categorieën ‘woorden met x’, ‘woorden met y’, ‘woorden met é’ en ‘woorden met ch die klinkt als sj’.

Tip 1

Laat kinderen zoveel mogelijk woorden bij de gegeven categorieën bedenken. Ondersteun deze “zoektocht” met plaatjes en foto’s van woorden uit het woordpakket. Je zult zien dat kinderen door de foto’s geholpen worden en zelfs verder gaan associëren. Je digibord ziet er dan bijvoorbeeld zo uit. ↓

 

 

 

 

 

 

 

Tip 2

Gebruik de didactische werkvorm Zoek De Valse.

De stappen

1. Alle leerlingen schrijven drie woordpakketwoorden op: 2 zijn waar en 1 is niet waar.
2. De leerkracht geeft een startteken.
3. Alle leerlingen lopen door de klas en zoeken een maatje.
Leerlingen die geen maatje hebben, steken hun hand op.
4. Leerling A laat zijn/haar woorden aan leerling B zien.
5. Leerling B probeert te ontdekken welk woord fout geschreven is.
6. Leerling A en B wisselen van rol.
7. Hierna zoeken de leerlingen een nieuw maatje.


Tips bij deze werkvorm

* Laat leerlingen een “score” bijhouden op een scoreblad of in hun taalschrift. Hoeveel klasgenoten hadden het goed? Hoe meer klasgenoten het fout geraden hebben, hoe moeilijker de stellingen waren.

Tip 3

Gebruik de didactische werkvorm Tafelrondje.

De stappen

1. De leerkracht dicteert een woord.
2. Leerling A schrijft het woord op en geeft het papier/ schrift door.
3. De leerkracht dicteert een tweede woord.
4. Leerling B schrijft het woord op en geeft het papier/ schrift door.
5. Deze stappen herhaal je, totdat het oefendictee klaar is.
6. Nu pas mag er gepraat/ overlegd worden.
7. De leerlingen kijken met het hele tafelgroepje of ze het eens zijn met de schrijfwijzen van álle woorden.

Tip 4

Gebruik de didactische werkvormTeamHints.

Voorbereiding

De leerkracht maakt kaartjes met woordpakketwoorden die uitgebeeld gaan worden.
Kinderen pakken pen en papier.

De stappen

1. Leerling 1 pakt een kaartje van de stapel en leest wat er op staat.
2. Leerling 1 beeldt uit wat er op het kaartje staat.
3. De rest kijkt en krijgt DenkTijd.
4. De leerlingen schrijven het woord op.
5. Het tafelgroepje kijkt samen of het woord klopt én of het correct geschreven is.
6. Herhaal deze stappen totdat alle kaartjes op zijn, of de tijd om is. Alle leerlingen komen even vaak aan de beurt.

Extra tip

Op de site van Juf Linda vind je nog 14 manieren om spelling te oefenen.

 

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –
200 dagelijkse dictees voor groep 4 t/m 8

 

Laat je leerlingen de lesstof uitbeelden met de werkvorm TeamHints.

Deze werkvorm voeren de leerlingen in hun tafelgroepje uit.

Voorbereiding.
De leerkracht maakt kaartjes met woorden die uitgebeeld gaan worden.

De stappen.
1. Leerling 1 pakt een kaartje van de stapel en leest wat er op staat.
2. Leerling 1 beeldt uit wat er op het kaartje staat.
3. De rest kijkt en krijgt DenkTijd.
4. De andere leerlingen raden om de beurt om welk woord het gaat.
5. Ga door tot dat het woord geraden is.
6. Herhaal deze stappen totdat alle kaartjes op zijn, of de tijd om is. Alle leerlingen komen even vaak aan de beurt.

Variatie.
Stap 4: De leerlingen overleggen met elkaar over wat er is uitgebeeld en komen samen tot een antwoord.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
* Engels: kaartjes met woorden van het huidige hoofdstuk. Niet alleen het woord wordt geraden, maar ook opgeschreven met de Nederlandse vertaling.
* Taal: kaartjes met wederkerende werkwoorden. Met het werkwoord wordt door elke leerling een zin gemaakt, met steeds een ander onderwerp. Bijvoorbeeld: Ik was me. Hij wast zich. Wij wassen ons.
* Taal: kaartjes met spreekwoorden, gezegdes of uitdrukkingen. Na het raden wordt ook de betekenis besproken.
* Aardrijkskunde: kaartjes met landen.
* Als TeamBouwer: kaartjes waarop persoonlijke vragen staan. Bijvoorbeeld Wat wil je graag worden? Wat is je favoriete sport? Wat is je favoriete dier? Wat is je  hobby?
* Drama: kaartjes met locaties, personen, emoties.
* Tekenen: de leerlingen tekenen wat er wordt uitgebeeld.

Vond je dit bruikbaar? 😊
Deel het dan op jouw favoriete Socials(s).

Hoe gebruik je de didactische werkvorm Schud & Pak?

De werkvorm.
De leerlingen stellen en beantwoorden vragen met behulp van vraagkaartjes.

Voorbereiding.
Maak voor elk tafelgroepje een set met vraagkaartjes (ongeveer 8). Op elke kaart staat één vraag met mogelijke antwoorden.

De stappen.
1. Leerling A houdt de vraagkaartjes in een waaier in de hand.
2. Leerling B trekt één vragenkaartje uit de waaier.
3. Leerling B leest de vraag hardop voor.
4. Alle leerlingen nemen DenkTijd.
5. Leerling C beantwoordt de vraag.
6. Leerling D. reageert op het antwoord. Hij coacht of bevestigt en/of complimenteert.
7. Leerlingen wisselen van rol en gaan door tot alle vragenkaarten zijn geweest of totdat het tijd is.

Tips.
* Je kunt de rollen benoemen: Uitdeler, Voorlezer, Antwoorder, Coach.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
* Spelling: Spel het woord dat op het kaartje staat.
* Rekenen: Kaartjes met hoofdrekensommen
* Rekenen: Kaartjes met breuken die vereenvoudigd moeten worden.
* Engels: Kaartjes met woorden of zinnen die de kinderen moeten vertalen.
* Taal: Op de vragenkaartjes staan zinnen. De vraag kan horen bij ontleden of woordbenoemen. “Wat is het gezegde?” “Wat is het bezittelijk voornaamwoord?”
* Wereldoriëntatie: Op de vragenkaartjes staan vragen over begrippen die in dat thema aan bod komen (voorkennis ophalen) of aan bod zijn geweest (evalueren / voorbereiden op de toets).

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Hoe gebruik je de didactische werkvorm Mix & Koppel?

Voorbereiding.
Maak sets van steeds twee kaartjes die bij elkaar horen.

De stappen.
1. De leerlingen krijgen allemaal een kaartje.
2. De leerlingen lopen door elkaar en zoeken een maatje.
3. Leerling A stelt een vraag die past bij zijn kaartje (de ander mag het kaartje zien).
4. Leerling B antwoordt en leerling A bedankt of coacht.
5. Dan stelt leerling B een vraag die past bij zijn kaartje.
6. Leerling A antwoordt en leerling b bedankt of coacht.
7. Leerling A en B ruilen van kaartje.
8. De leerlingen herhalen stap 2 t/m 7, totdat de leerkracht een stopteken geeft.
9. De leerkracht geeft een stopteken.
10. De leerlingen zoeken het maatje met de bijpassende kaart.

Tips:
* Wanneer je deze werkvorm voor het eerst doet, speel de situatie dan een keer klassikaal, zodat het voor iedereen duidelijk is.
* Als je deze werkvorm aan het begin van een las doet, zou je de koppels die ontstaan met elkaar samen kunnen laten werken.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
* Engels: Engels woord en Nederlandse vertaling.
* Spelling: woord en betekenis.
* Rekenen: breuk en percentage.
* Taal: afkorting en omschrijving.
* Aardrijkskunde: land en vlag.
* Geschiedenis: jaartal en gebeurtenis.

Voorbeeldwerkbladen om direct te gebruiken:
* Engelse zinnen en de Nederlandse vertaling
* breuken, procenten, kommagetallen en verhoudingen
* spelling / woordenschat – woorden op -ig, woorden op -lijk
* taal – directe en indirecte rede
* middelbare school – schoolvakken
* Sinterklaas

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂