Taal, burgerschapsvorming én werken aan een positieve groep tijdens één activiteit!

Discussiëren, filosoferen of gewoon een gesprek voeren met de klas. Dat doe ik regelmatig aan de hand van een stelling.
Eerst laat ik kinderen nadenken over hun eigen mening ten opzichte van de stelling. Die mening laat ik ook vaak opschrijven. Op deze manier kan ik iedereen om zijn of haar mening vragen. Meestal laat ik kinderen eerst hun mening delen met een maatje of in hun tafelgroepje. Een leuke vraag hierna is: “Wie is er, door de argumenten van een ander anders gaan denken over de stelling?”Verschillende stellingen op deze manier inzetten bevordert het groepsproces. In een positieve groep durven kinderen hun mening te geven, kunnen kinderen naar elkaar te luisteren, hebben ze respect voor andere meningen en durven ze ook hun mening te veranderen na goede argumenten van een ander. Bovendien leren groepsgenoten elkaar steeds beter en anders kennen, als je als leerkracht stellingen gebruikt in verschillende categorieën.

Praten over stellingen, nadenken over je mening, je mening geven of veranderen past natuurlijk ook prima in een taalles en de veelbesproken burgerschapsvorming 🙂

Ik verzamel het hele jaar door leuke en interessante stellingen. Een greep uit mijn collectie: 🙂

  • Zakgeld is om helemaal op te maken.
  • Je mag zelf weten wat voor kleding je op school draagt.
  • Vakantie in het buitenland is leuker dan vakantie in eigen land.
  • Voor sommige leerlingen is een meester beter dan een juf.
  • De naam van een school is belangrijk.
  • 10 uur slapen is zonde van mijn tijd.
  • Het Suikerfeest moet een nationale feestdag worden.
  • Spaans, Duits en Frans moeten al op de basisschool gegeven worden.
  • Ik zou wel beroemd willen zijn.
  • Als je een huisdier wilt, moet je eerst in het asiel kijken
  • Als je enig kind bent, word je meer verwend door je ouders dan als je een broertje of zusje hebt.
  • Je moet altijd eerlijk zijn, ook al kwets je daar misschien iemand mee.

  • Een kind heeft niets te vertellen, want de volwassene beslist.
  • Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen; daar moet de overheid zich niet mee bemoeien!
  • Experimenten op dieren moeten worden afgeschaft.
  • In sommige liedjes hoor je weleens 3 x het woord “kanker”. Dat soort liedjes zouden verboden moeten woorden.
  • Pesten via internet is laf.
  • Je hebt ook gezonde verslavingen.
  • Dikke mensen zijn ongezond/ lui.
  • Dat wat in wekelijkse horoscopen staat, komt uit.
  • Er is leven na de dood.
  • Iedereen die vlees wil eten zou verplicht moeten worden jaarlijks een rondleiding van drie kwartier door een slachthuis te maken.
  • Spreekbeurten op de basisschool zijn heel nuttig
  • Als je moeder bang voor spinnen is, is de kans groot dat jij dat ook bent.
  • Als je goede cijfers haalt, mag je af en toe best een extra dagje vrij krijgen van school.
  • Als supporters zich misdragen moet de voetbalclub ook straf krijgen.
  • In een school vol moderne snufjes kun je beter leren.
  • Ik lees eerder een boek dat de kinderjuryprijs heeft gewonnen dan een ander boek.
  • Alcohol drinken op je 12e is belachelijk!
  • Buitenschoolse opvang is leuk.
  • Het is belangrijk dat je schoolspullen er leuk uitzien!
  • Het slechte weer heeft mijn zomervakantie verpest.
  • Het is goed dat mijn ouders bepalen hoe lang ik op internet zit.
  • Kinderen onder de 16 jaar die alcohol drinken zijn stom.
  • Seksuele voorlichting krijg ik liever van mijn ouders dan van mijn leerkracht.
  • Als kinderen het voor het zeggen hebben, was er nergens oorlog in de wereld.

  • Ouders moeten hun kind een gewone voornaam geven.
  • Op een open dag leer je een middelbare school niet goed kennen.
  • Een vakantie in Nederland is net zo leuk als een vakantie in het buitenland.
  • Geld maakt gelukkig.
  • Ik zou graag de slimste van de klas zijn.
  • Verliefd zijn is leuk.
  • Een snor of baard is vies.
  • Discussiëren moet een vak zijn op de basisschool.
  • Een kleine school is leuker dan een grote school.
  • Kinderen die hun fietsexamen niet halen mogen niet meer fietsen.
  • Het is goed om een nieuwe sport te proberen.
  • Het lijkt me leuk om een tweelingbroer of -zus te hebben.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Leer de Nederlandse taal (nog) beter met de cartoons van Evert Kwok.

Evert Kwok is een Nederlandse cartoon van de auteurs Eelke de Blouw en Tjarko Evenboer. Het duo plaatst vrijwel elke week een nieuwe cartoon op hun eigen website en publiceert de cartoons daarnaast via Twitter onder het account van @EvertKwok.

De cartoons van Evert Kwok lenen zich heel goed voor taallessen! De cartoons bevatten vaak leuke woordgrappen en woordspelingen.

Als tussendoortje of in het begin van een dagdeel zet ik regelmatig een Evert Kwok grapje op het digibord. Vervolgens wacht ik de reactie van kinderen af. Wie kan het grapje uitleggen?

Er zijn cartoons in talloze thema’s:

Geschiedenis.

 

Rekenen.

 

Feestdagen.

          

 

Verkiezingen.

 

Evert-Kwok-taalspel.
Ik heb een Evert-Kwok-taalspel gemaakt. Je kunt het als volgt (laten) spelen:
* Download dit document voor elk groepje dat het spel speelt.
* Snijd of knip alle kaartjes uit.
* Elk groepje krijgt een setje kaartjes.
* Om de beurt trekt een leerling een kaartje.
* Hij / zij legt de grap uit.
* Groepsgenoten kunnen hierbij helpen.
* Laat de kinderen de cartoons ordenen in 4 stapeltjes:
1. Homoniemen-grapjes
2. Homofonen-grapjes
3. Andere taalgrapjes
4. Snap ik niet.

De presentatie met bovenstaande uitleg vind je hier.

Homoniemen zijn woorden die er hetzelfde uitzien, maar een verschillende betekenis hebben.

Homofonen zijn woorden die hetzelfde klinken, maar anders worden geschreven. Homofonen hebben ook een verschillende betekenis.

 

Hier nog een keer de downloads 🙂
Het Evert-Kwok-taalspel.
De presentatie voor in de klas.

Alle plaatjes die ik heb gebruikt zijn afkomstig van de officiële website van Evert Kwok.

Superleuk voor mij: Evert Kwok vindt mij taalspel ook leuk 🙂

 

 

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

De weekendkring: elke maandagochtend anders met deze tips.

Elke maandagochtend staat de weekendkring op het programma in mijn groep 8. Ik probeer daar zoveel mogelijk variatie in aan te brengen.

Didactische werkvormen.
Ik wissel de “grote kring” regelmatig af met verschillende didactische werkvormen. Zo is iedereen actief en krijgt iedereen de mogelijkheid om over het weekend te vertellen.
Veel didactische werkvormen die ik eerder op deze site heb besproken, lenen zich voor de weekendkring.
BeurtGooi
Binnen / Buiten Kring
In De Rij
Mix Tweetal Gesprek
Rondpraat
Tweepraat
Zoek Iemand Die
Zoek De Valse

Padlet.
In een eerder weblog schreef ik al over Padlet. Een Padlet is een digitaal prikbord. Je kunt als leerkracht zo’n prikbord maken en de leerlingen de link sturen. Zo kunnen alle leerlingen iets op de Padlet posten. Wij spreken meestal af: één stuk tekst en twee afbeeldingen. De Padlet wordt tijdens de grote kring op het digibord getoond en kinderen vertellen aan de hand van hun afbeeldingen.

Quiz.
Alle leerlingen schrijven op een blaadje vijf dingen op over hun weekend.
De opdracht is: “Begin algemeen en word steeds specifieker.” Bijvoorbeeld:

      • Ik heb gesport.
      • Ik heb tv gekeken.
      • Ik ben vrijdag heel laat naar bed gegaan.
      • Ik heb met voetbal 3-2 gewonnen.
      • Ik heb mijn broertje Joost geholpen met het schrijven van een verhaal.

De quiz wordt als volgt gespeeld: Er is steeds 1 “spelleider”. Hij of zij leest een rijtje voor. Wie fout raadt mag die ronde niet meer meedoen. Wie het het snelst goed raadt, krijgt een punt.
Je kunt de quiz klassikaal spelen of in groepjes.

Tekenen.
Alle kinderen tekenen over hun weekend. Daarna vertellen ze aan de hand van hun tekeningen.

Schrijven.
Alle leerlingen krijgen een “tijdlijn-blad”. Hierop beschrijven ze hun weekend. Daarna vertelt iedereen aan de hand van het blad over hun weekend. Dat kan in een grote kring of in een werkvorm. Deze vorm is uitermate geschikt voor leerlingen die weinig vertellen of moeite hebben zich dingen te herinneren.

Interviewkaartjes.
Op de site van Juf & Meester vind je interviewkaartjes.
“Wil je meer interactie, meer spreektijd voor verlegen kinderen en vooral … meer plezier? Probeer dan deze variant met interviewkaartjes eens, waarbij de kinderen met gerichte vragen worden uitgenodigd om lekker met elkaar te kletsen,” aldus de makers van de site.

Tot slot nog dit leuke idee van Juf Jessy 🙂

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

Vier Valentijnsdag in de klas met deze tips.

De liefste …
Op deze site kunnen kinderen een diploma of oorkonde maken, voor …

Tekenen in de stijl van Burton Morris.
Op de site van Tekenen Enzo vind je een beschrijving van deze tekenles.

Ik hou van jou, ik blijf je trouw.
Laat kinderen een liefdesgedicht schrijven op mooi briefpapier.
Hier vind je 20 soorten, die je kunt uitprinten.

          

Muziek voor je liefste.
Zing samen “Love is all around” van Wet Wet Wet.
Maak eerst de songtekst compleet op dit werkblad 🙂
Hier zijn de goede antwoorden 🙂

Achtergrondinformatie.
Laat de kinderen deze site bezoeken en met de informatie een “Zoek De Valse” maken.

Verzin samen lieve, leuke koosnaampjes.

Kleuren maar!
Laat kinderen een Valentijns kleurplaat inkleuren.
http://www.mescoloriages.com/evenements/coloriages,st-valentin,1.html
http://kids.flevoland.to/kleuren/valentijn.shtml
http://valentijnsdag.plaatjeskleuren.nl/

Nog meer leuke ideeën:
“Ik hou van jou” in verschillende talen.
Leuke, gratis Valentijns “printables”.
MI-kaarten met verschillende opdrachten.
Werkboekje Valentijnsdag.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

 

 

 

Hoe gebruik je de didactische werkvorm Knappe Koppen Quiz?

De werkvorm.
De leerlingen vertellen elkaar wat ze weten over een bepaald onderwerp.

De stappen.
1. De leerkracht geeft een onderwerp en vraagt naar hun voorkennis.
2. De leerkracht geeft DenkTijd.
3. De leerlingen denken na over welk aspecten van dit onderwerp ze al wat weten.
4. De leerlingen noteren de aspecten met hun naam op een blaadje.
5. Om de beurt kiezen de leerlingen één aspect uit, waarover ze ‘de knappe kop’ een vraag stellen.
6. De ‘knappe kop’ van wie de naam op het blaadje staat beantwoordt de vragen en vertelt wat hij nog meer weet over dit aspect.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
Stap 3 doe ik vaak anders: ik maak nl. zelf de kaartjes, waarop de aspecten staan.
De leerlingen nemen dan ieder één of twee kaartjes om over te vertellen.
In plaats van kaartjes maken, kun je ook lege kaartjes geven en de woorden / begrippen op het digibord tonen.

Mogelijke kaartjes bij vakken:
Werkwoordspelling: klank veranderende werkwoorden; voltooid deelwoord; bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord; gebiedende wijs; ’t ex-kofschip
Wereldoriëntatie: de begrippen of kernwoorden van de les of het hele blok. Als voorkennis ophalen of juist als controle van begrip ná een les. Of als voorbereiding op de toets.
Woordenschat: de woorden die centraal staan bij de les taal / begrijpend lezen / spelling.

Twitter in de klas.

Over het gebruik van Twitter in de klas is al veel geschreven.

Op de site van Social Media Wijs vind je bijvoorbeeld praktische tips als je Twitter als onderdeel van je lessen wilt gebruiken. Hiervoor moet je voor elke leerling een Twitter-account maken.

Kennisnet geeft 10 redenen waarom je Twitter in de klas moet proberen.

En juf Maike vertelt hoe zij Twitter gebruikt.

Ikzelf twitter nu een paar jaar en raak geïnspireerd door andere Twittergebruikers. Ik volg bijvoorbeeld andere leerkrachten die hun tips en ervaringen delen.

Daarnaast vind ik via Twitter talloze plaatjes voor ‘s morgens op het digibord.

Bovendien deel ik zelf wat wij in de klas doen.

Ook gebruik ik Twitter als onderdeel van mijn lessen.
Kinderen mogen bijvoorbeeld hun stelopdrachten (officiële brief of recensie) via mijn Twitter-account sturen naar het Twitter-account dat past bij hun opdracht. Zo wordt de taalles soms een les Sociale Media en Mediawijsheid 🙂

Vorig jaar kreeg een leerling bijvoorbeeld antwoord op haar vraag aan de voorzitter van de Marikenloop.

In datzelfde jaar kreeg een andere leerling een 10 van restaurant Wally’s voor haar recensie over … inderdaad: Wally’s 🙂

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Taalles wordt les in Sociale Media en Mediawijsheid (2).

In een vorige blog schreef ik al over de jaarlijkse taalles, waarin leerlingen een officiële brief schrijven aan bijvoorbeeld een directeur, een voorzitter of een burgemeester.

Ook dit jaar zijn er weer mooie brieven geschreven.

Een brief, gericht aan de burgemeester, wilden mijn leerling (de schrijfster van de brief) en ik via mijn Twitter-account naar dhr. Bruls sturen.

We zochten hem samen op en posten deze Tweet.

Nog geen uur later, kregen we antwoord op onze Tweet. Het antwoord kwam echter niet van de burgemeester zelf, maar van raadslid Paul Eigenhuijsen uit Nijmegen. Hij is overigens ook de vader van een oud-leerling.

Toen mijn leerling en ik het account van “dhr. Bruls” nog eens goed bekeken, hadden we eigenlijk al kunnen weten dat het niet onze echte burgemeester was 🙂

Deze “blunder” leverde wel een mooi klassengesprek op over Sociale Media en Mediawijsheid.

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂