Keuzes maken – Wat zou je doen?

Keuzes maken. Dat kan lastig zijn. Wat vind je zelf belangrijk? Wat heb je van je ouders meegekregen? Door wie of wat laat je je beïnvloeden? Juf Rianne laat haar leerlingen oefenen met verschillende stellingen en situaties. Hoe ze dat doet, lees je hier. Je kunt bovendien de kaartjes die ze heeft gemaakt gratis downloaden.

Bedoeling

Met behulp van keuzekaartjes gaan de leerlingen in gesprek over (ingewikkelde) situaties en stellingen.

Benodigdheden

De kaartjes uit de download.

Voorbereiding

Print de kaartjes uit. Lamineer ze, zodat je er langer plezier van hebt.

Keuzes maken

Je kunt op verschillende manieren aan het werk met deze kaartjes.

Klassikaal

De leerkracht stopt alle kaartjes in een grote bak en grabbelt steeds een nieuw kaartje. Over de stelling of situatie gaat de klas in gesprek.

In kleine groepjes

Verdeel de klas in groepjes. Print voor elk groepje deze kaartjes uit. Geef elk groepje een bakje met daarin de kaartjes. De kinderen bespreken in het groepje wat zij zouden doen in bepaalde situaties en wat zij vinden van de stellingen.

Mix en ruil

De kinderen krijgen allemaal één kaartje. Ze lopen rond en zoeken een gesprekspartner. Ze gaan in gesprek over de stelling of situatie van het kaartje. Als ze klaar zijn zoeken ze een nieuwe gesprekspartner.

Download

Download hier alle kaartjes.

keuzes maken

 

Rianne is ook te vinden op Instagram  én ze heeft een eigen website.
Bovendien verkoopt Rianne haar mooie lesmateriaal op VOOR DE LEERKRACHT.

Winkel

Neem ook een kijkje in onze winkel. Hier vind je onder andere:

Spel(l)en op het schoolplein.

Elke keer als ik pleinwacht heb in de pauze, geniet ik van de spelende kinderen. Ze verzinnen samen zoveel leuks om hun pauze spelend door te brengen. Ook valt het me op dat sommige (groepjes) kinderen zich vervelen en niet zo goed weten wat ze moeten doen. Deze kinderen hebben hulp en ideeën nodig. Precies wat ik je met dit artikel geef. 🙂

Tikkertje

Tikkertje is een lekker actief spel, waarbij veel kinderen tegelijk mee kunnen doen. Er bestaan heel veel soorten. Ik deel er aan aantal.

Tweelingtikkertje

Dit spel begint met twee tikkers. Zij houden elkaars hand vast en proberen anderen te tikken. Degene die iemand tikt, wisselt met het kind dat getikt is. Zo wisselt de ‘tweeling’ steeds van vorm.

WC-tikkertje

Eén leerling is tikker en de anderen lopen rond. Als de tikker iemand tikt gaat diegene gehurkt zitten en wordt een WC. Deze leerling kan bevrijd worden door andere lopers. Als zij op de (schoot van de) WC gaan zitten en doen alsof zij doortrekken, is de getikte leerling weer vrij.

Stopcontact-tikkertje

Eén leerling is tikker en de anderen lopen rond. Als de tikker iemand tikt gaat diegene staan als een stopcontact: stilstaan met de handen in de zij en de armen open. De getikte leerlingen kunnen bevrijd worden door de andere lopers. Zij moeten hun armen door de open armen van de stopcontacten steken.

Tunneltikkertje

Eén leerling is tikker en de anderen lopen rond. Als de tikker iemand tikt gaat diegene stil staan, met de benen wijd. Zij kunnen bevrijd worden door de andere deelnemers. Deze moeten door de benen kruipen. Als de bevrijders tijdens deze actie getikt worden, gaan ze recht achter de andere leerling staan. Zo wordt de tunnel langer en kunnen meer kinderen tegelijk bevrijd worden.

Voetbal

Bij ons op het schoolplein is voetbal bij veel kinderen favoriet. Meestal wordt het spel ‘gewoon’ gespeeld. Toch zijn er veel variaties te bedenken:

  • met /zonder keeper
  • jongens tegen de meisjes
  • 5 tegen 5, na elk doelpunt wisselt een team met een wachtend team
  • penalty’s nemen
  • mikvoetbal met blokjes of pilonnen

Verstoppertje

De zoeker staat bij de afgesproken buutplaats en telt zonder te kijken af van 20 naar nul. De rest heeft nu tijd om zich te verstoppen. Als de zoeker klaar is met tellen, gaat hij op zoek naar de verstopte kinderen. Wanneer hij iemand vindt, rent hij terug naar de buutplaats, tikt deze aan en roept: “Buut, … (naam)!” Kinderen kunnen zich ook vrij-buten, door eerder dan de zoeker de buutplaats te tikken en “Buut vrij!” te roepen.
Variatie: De buutplaats kan ook een bal zijn die weggeschopt kan worden.

Wieltjesdag

Elke eerste woensdag van de maand is het in onze bovenbouw ‘Wieltjesdag’.  Kinderen mogen dan steps, rolschaatsen en andere dingen met wielen meenemen. Elke jaargroep heeft op een ander moment een kwartier pauze, zodat iedereen lekker veel ruimte heeft.

In een kring

Lummelen

Lummelen is een spel dat je zowel met een klein groepje, als een grote groep kan doen. De kinderen staan in een kring en er staat één kind in het midden. De kinderen gooien een bal over naar elkaar en het kind in het midden moet de bal proberen te onderscheppen. Als dit lukt gaat het kind dat de bal als laatste gooide in het midden.
Je maakt dit spel moeilijker of gemakkelijker door het aantal ballen of kinderen in het midden te vergroten.
Variaties: bal rollen, met de voet spelen of met een stuit over gooien.
Ook leuk: lummelen met een strandbal.

Stapje naar achteren

De kinderen staan in een kring en gooien de bal naar elkaar over. Elke keer als de bal goed wordt gevangen, zetten de kinderen een stap naar achter. Zo wordt de kring steeds groter. Als de bal niet wordt gevangen, zet iedereen weer een stap naar voren. Óf je spreekt af om dan weer helemaal van vooraf aan te beginnen.

Chinees voetbal

De kinderen staan in een kring, met hun gezicht naar binnen en hun benen gespreid. De voeten raken de voeten van de personen naast je. De deelnemers slaan met hun vuisten tegen de bal. Het is de bedoeling om de bal door de benen van een ander te spelen. Dit mag echter niet bij de buren!
Iedere speler heeft vier levens. Als de bal bij iemand door de benen gaat, moet diegene met één hand verder spelen. De tweede keer dat er bij deze leerling wordt gescoord, moet hij zich omdraaien en mag hij weer met twee handen spelen. De derde keer dat er bij deze leerling wordt gescoord, moet hij omgedraaid verder spelen met één hand en de vierde keer is hij af en moet hij uit de kring.

Steen-papier-schaar-estafette

Dit spel is niet alleen leuk om in de gymzaal te spelen, maar op het schoolplein!
Bekijk het filmpje en je snapt gelijk hoe het gaat.

Dit artikel is ook gepubliceerd op Onderwijswereld-PO.

101 dingen om buiten te doen

Review: Vaardighedenkaartjes

vaardighedenkaartjes

Naast vakken als rekenen, taal en wereldoriëntatie besteed je als leerkracht natuurlijk ook aandacht aan de persoonlijke ontwikkeling van je leerlingen. Het (aan)leren en oefenen van verschillende vaardigheden is daar een onderdeel van. Hoe meer vaardigheden jouw leerlingen leren, hoe gemakkelijker ze dingen voor elkaar kunnen krijgen.
De vaardighedenkaartjes van Jonger en Pica kunnen je helpen om vaardigheden aan te leren en te oefenen. Bovendien helpen ze jou als leerkracht om op een andere manier naar (probleem)gedrag te kijken.

De Vaardighedenkaartjes

De kaartenset bestaat uit 52 kaartjes van 8 bij 8 cm. Je ontvangt ze in een doosje waar ook een kleine handleiding met uitleg en ideeën inzit.
De kaartjes zijn verdeeld in vier categorieën:
• Vaardigheden voor omgang met anderen
• Vaardigheden voor in de klas
• Vaardigheden voor het omgaan met emoties
• Vaardigheden voor moed

Van probleem naar vaardigheid

Met de vaardighedenkaartjes kun je problemen omzetten in te leren vaardigheden. Je stelt (samen met de leerling) vast welke vaardigheid geleerd of geoefend moet worden. Dan kijk je naar welk gedrag iemand wél moet laten zien.

Probleem: Iemand is te laat.
Vaardigheid: Op tijd komen.

Probleem: Iemand begrijpt iets niet.
Vaardigheid: Vragen kunnen en durven stellen.

Werkvormen bij de Vaardighedenkaartjes

Via de website van Pica kun je een document downloaden met verschillende werkvormen waarbij je de Vaardighedenkaartjes kunt gebruiken.
De doelen bij de verschillende werkvormen zijn:

  • met de hele klas werken aan één vaardigheid
  • inzicht in de vaardigheden van deze klas
  • oefenen met het denken in vaardigheden
  • kinderen verzinnen zelf een vaardigheid

Mijn mening

In mijn groepen probeer ik altijd oplossingsgericht te werken. Dat lukt heel goed met deze Vaardighedenkaartjes. Ze sluiten aan bij de Kid’s Skills-aanpak. Deze aanpak is gebaseerd op het idee dat kinderen eigenlijk geen problemen hebben, alleen vaardigheden die zij nog niet hebben geleerd. En zo zijn de kaartjes precies bedoeld: je richt je niet op een probleem, maar op de vaardigheid die nodig is om dit probleem te voorkomen of op te lossen.
De kaartjes in de set zijn lekker klein en overzichtelijk door de verschillende kleuren, die passen bij de vier verschillende categorieën.
Je kunt ze klassikaal of individueel inzetten en je krijgt op de site van Pica genoeg ideeën voor werkvormen. Bovendien vind je daar een leeg format om zelf (of met je leerlingen) vaardigheden toe te voegen.
Komend schooljaar geef ik in verschillende groepen les. Ik ga deze kaartjes zeker inzetten als er een probleem is. Ook ga ik volop positieve feedback geven op de vaardigheden die de leerlingen al laten zien.

vaardighedenkaartjes

Koop de kaartjes op Bol.com.

 

Dit blogartikel bevat opgestuurde producten, maar dat maakt de review niet minder eerlijk.

Humor in Corona-tijd, kan dat?

Afbeelding1

Humor is belangrijk. Het schept een band. Samen lachen met elkaar is fijn. Humor kan stress verminderen. Het helpt je relativeren. Je kunt je even ontspannen. Humor is bovendien gezond. Het schijnt zelfs goed te zijn voor je immuunsysteem.

Maar kan humor altijd? Wat als een grap ten koste gaat van een ander? Of als iemand zich gekwetst voelt door een grap?

En nu in de Corona-tijd? Mag en kan je dan grappen maken? En grappen over Corona, kan dat?

Een mooi onderwerp om in de klas te behandelen.

Humor

Wat is humor? Wat is het voordeel van humor? Wat is een nadeel?
Dit zijn mooie (filosofische) vragen om het onderwerp te introduceren.

Soorten grappen

Welke soorten grappen zijn er?

Ik denk meteen aan deze:

  • Goede grap: waar de meeste mensen om kunnen lachen.
  • Slechte grap: waar weinig mensen om kunnen lachen.
  • Foute grap: waarmee iemand gekwetst wordt.

Kunnen kinderen voorbeelden geven?

Humor in slechte tijden

Het zinken van de Titanic, de aanslagen op 9/11, de Coronacrisis: allemaal tijden van angst en verdriet. Mag je daar grappen over maken? Het gebeurt wel.
Wat vinden kinderen daarvan? Kan dat? Wat kan wel en niet? Vindt iedereen hetzelfde? Wat doe je als je weet dat iemand anders een andere mening heeft?
Praat er eens over in je klas.

Afbeelding2

Document met 25 grappen over de Corona-tijd

Praten over humor in de Corona-tijd kan aan de hand van dit document.

Hoe kun je dit gebruiken?

  • Projecteer een grap op het bord en laat kinderen hierover in tweetallen in gesprek gaan.
  • Print alle grappen uit, laat kinderen een grap kiezen en laat ze opschrijven wat hun mening is.
  • Filosofeer klassikaal over humor in deze tijd aan de hand van een of meer grappen.
  • Print alle grappen uit, geef kinderen in een drietal een aantal grappen om te bespreken.

Vragen die je zou kunnen laten beantwoorden:

1. Kijk naar de afbeelding.
2. Snap je de grap?
3. Zo ja, leg de grap uit.
4. Vind je dit een leuke grap?
5. Leg uit waarom wel of niet.
6. Hoe zullen anderen hierover denken?
7. Kan deze grap wel / niet?

 

Download hier het document met de 25 grappen.

Laat je me weten of je dit gedaan hebt en hoe je ervaring was?

De Escalatieladder – op school en thuis

Een meningsverschil of een conflict kan ontstaan omdat je dingen op een andere manier ziet dan een ander. Bovendien kunnen emoties, gevoelens en doelstellingen van betrokkenen bij eenzelfde activiteit heel verschillend zijn.
Om conflicten te de-escaleren kun je de escalatieladder gebruiken.

Wat is de escalatieladder?

De escalatieladder is in 1941 bedacht door Friedrich Glasl.
Het is een model dat laat zien hoe een conflict zich ontwikkelt. Hoe verder op de ladder, hoe moeilijker het conflict op te lossen is.

De ladder bestaat uit drie fases, verdeeld over negen treden.

Iedere stap op de ladder heeft gevolgen voor het gedrag, de emoties, de houding en de manier van denken van de betrokkenen.

Je kunt deze ladder gebruiken om te bepalen in welke fase van het conflict de betrokkenen zich bevinden. Vanuit daar kun je een passende oplossing zoeken. Je probeert de betrokkenen steeds een stapje hoger op de ladder te krijgen, zodat ze weer beter met elkaar kunnen omgaan en overleggen.

Femke Bosmans_ escalatieladder_ afbeelding

Fases

Aan het gedrag van de betrokkenen kun je zien in welke fase het conflict zich bevindt. Het afdalen kan sprongsgewijs gaan en het herstel gaat trede voor trede. Daarom is het belangrijk om een conflict op tijd te bespreken en op te lossen.

  1. Rationele fase

    In deze fase is er sprake van een probleem of meningsverschil. De betrokkenen proberen rekening te houden met de gevoelens van de ander. Ze zoeken samen een oplossing waar iedereen blij mee is.

  2. Emotionele fase

    In deze fase nemen de emoties (angst, boosheid, verdriet) de overhand. De redelijkheid en het begrip voor de ander zijn er niet meer. Je denkt vooral aan jezelf. Het conflict gaat niet meer om samen tot een oplossing komen, maar gaat nu om winnen of verliezen. Winnen gaat ten koste van de ander.

  3. Vechtfase

    In deze fase is het “oorlog”. De betrokkenen willen niet meer in gesprek met elkaar gaan. De ander moet verliezen, zelfs als dat niet in je eigen belang is. Strijd staat voorop en er is woede naar de ander. In deze fase kunnen de betrokkenen niet meer met elkaar in één ruimte zijn, omdat het conflict is geëscaleerd.

Escalatieladder op school én thuis

Je kunt de escalatieladder gebruiken om een conflict te de-escaleren. Je zoekt de beste oplossing door te kijken waar het conflict zich op de escalatieladder bevindt. Op basis daarvan bepaal je een oplossingsstrategie.
In de rationele fase kom je er samen vaak uit. Praten en luisteren naar elkaar helpt dan. In de emotionele fase is hulp van een ander nodig. Bevindt het conflict zich in de vechtfase, dan is de oplossing veel moeilijker te vinden. Soms moet je de situatie dan een tijd laten rusten.
Een conflict in de klas of thuis wil je natuurlijk het liefst in de rationele fase de-escaleren. Tot de vechtfase wil je het sowieso niet laten komen.

Zelf laten oplossen

Om kinderen tools te geven om een conflict zelf op te lossen heb ik een document gemaakt. Hierop staan manieren waarop je kunt reageren, zodat het conflict niet verder escaleert. Je leert de kinderen dus hoe ze zélf stappen kunnen zetten en zelf de juiste keuzes kunnen maken. Omdat ik heel veel manieren heb verzameld, kunnen kinderen kiezen welke interventie het beste bij henzelf en het moment past.
Download het document door op de afbeelding te klikken.

document escalatieladder oplossen

 

Dit blogartikel is eerder gepubliceerd op Onderwijswereld-PO.

 

Bronnen:

Samsara
Resultmediation
Pinterest