Gastblog door Nimbles: Waarom werkt het om een mindmap te maken?

Op school wordt veel geleerd door middel van tekst, maar voor veel kinderen is het goed om de stof visueel te maken. Het maken van een mindmap kan daar goed bij helpen. Behalve dat mindmappen heel zinvol is, is deze manier van leren natuurlijk ook heel leuk! Wil je weten hoe je je kind kunt helpen de stof overzichtelijk te houden, lees hier dan meer over mindmappen.

Wat is mindmappen?

Mindmappen is een manier van leren waarbij je verschillende onderwerpen ordent en visueel weergeeft. Je begint met een hoofdthema en vanuit daar werk je steeds specifieker naar deelthema’s. Bij een mindmap maak je gebruik van verschillende kleuren, plaatjes, tekeningen, begrippen, teksten en relaties waardoor het leren een stuk plezieriger wordt!
Mindmappen leren

Een mindmap maken is dus een visuele manier om informatie te verzamelen en samen te vatten. De reden dat deze manier van leren zo goed werkt is omdat het erg lijkt op hoe onze hersenen werken. Doordat er gebruik wordt gemaakt van zowel de linker- als de rechterhersenhelft, werkt het veel beter dan gewoon samenvatten (waarbij je alleen de linker gebruikt). Informatie opslaan in ons langetermijngeheugen gaat het best wanneer we met beide hersenhelften leren. Als je hier meer over wilt lezen kijk dan hier.

Bij het maken van een mindmap wordt jou verplicht actief na te denken en je creativiteit te gebruiken. Op die manier wordt je kind betrokken met de stof, worden relaties en samenhang tussen onderwerpen duidelijk en kan je kind met plezier leren. Na het maken van een mindmap zijn niet alleen details van de stof, maar is ook het totaalplaatje zichtbaar.

Het doel van een mindmap is dus eigenlijk: samenhang vinden in de enorme hoeveelheid informatie die kinderen te verwerken krijgen.

Wanneer werkt het om een mindmap te maken?

Een mindmap werkt niet alleen goed voor samenvatten, maar kan juist ook goed gebruikt worden voor brainstormen en ideeën opdoen. Moet je kind een onderwerp voor een werkstuk schrijven, dan kan een mindmap goed helpen om te inventariseren welke hoofdstukken bij het werkstuk aan bod moeten komen. Bij de vertakkingen kunnen kinderen dan nadenken over vragen als: wat? wie? waar? hoe? wanneer? waarom? Ook bij de start van een thema kan mindmappen heel zinvol zijn, er wordt meteen een overzicht gecreëerd van alle stof.

Hoe maak ik een mindmap?

Een mindmap maken doet iedereen anders. Hoe vaker je het doet, hoe meer je erachter komt wat voor jou een werkende manier is. Je kunt kiezen voor een analoge of een digitale variant. Het voordeel van een analoge mindmap is dat wanneer je actief bezig bent met het schrijven van woorden, je de woorden beter onthoudt. Er zijn dus geen regels, maar om wat structuur te geven kan je deze richtlijnen volgen. Voor de rest geldt: laat je creativiteit de vrije loop!

* Maak gebruik van papier zonder lijntjes

* Gebruik verschillende soorten stiften en potloden

* Zorg voor genoeg ruimte

* Maak je mindmap van globaal naar specifiek

* Geef elk sub-thema een nieuwe kleur

* Werk in de richting van de klok: zo houd je meer overzicht

Tip: Schrijf bij elke tak slechts één woord. Het gebruiken van een sleutelwoord is vaak al voldoende, onze hersenen werken zo dat je bij het lezen van een sleutelwoord weet wat je daarmee bedoelde.

Een nadeel van een analoge vorm is dan weer dat het snel een gepuzzel wordt doordat je steeds vertakkingen erbij moet tekenen. Daarom kan je ook kiezen voor een digitale vorm: hier kan je alles veel gemakkelijker bijstellen. Verschillende online tools om een mindmap te maken vind je hier.


Vergelijk & vind de beste begeleiding op Nimbles!

mock up van laptop en website van nimbles

Wil je je kind uitdagen en leren leren met behulp van een mindmap? Op Nimbles vind je begeleiding bij jou in de buurt.

Hoe gebruik je de didactische werkvorm Knappe Koppen Quiz?

De werkvorm

De leerlingen vertellen elkaar wat ze weten over een bepaald onderwerp.

De stappen

1. De leerkracht geeft een onderwerp en vraagt naar hun voorkennis.
2. De leerkracht geeft DenkTijd.
3. De leerlingen denken na over welk aspecten van dit onderwerp ze al wat weten.
4. De leerlingen noteren de aspecten met hun naam op een blaadje.
5. Om de beurt kiezen de leerlingen één aspect uit, waarover ze ‘de knappe kop’ een vraag stellen.
6. De ‘knappe kop’ van wie de naam op het blaadje staat beantwoordt de vragen en vertelt wat hij nog meer weet over dit aspect.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?

Stap 3 doe ik vaak anders: ik maak namelijk zelf de kaartjes, waarop de aspecten staan.
De leerlingen nemen dan ieder één of twee kaartjes om over te vertellen.
In plaats van kaartjes maken, kun je ook lege kaartjes geven en de woorden / begrippen op het digibord tonen.

Mogelijke kaartjes bij vakken

Werkwoordspelling:

klank veranderende werkwoorden; voltooid deelwoord; bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord; gebiedende wijs; ’t ex-kofschip

Wereldoriëntatie:

de begrippen of kernwoorden van de les of het hele blok. Als voorkennis ophalen of juist als controle van begrip ná een les. Of als voorbereiding op de toets.

Woordenschat:

de woorden die centraal staan bij de les taal / begrijpend lezen / spelling.

Hoe gebruik je de didactische werkvorm Binnen/Buiten Kring?

De werkvorm Binnen/Buiten Kring

De leerlingen wisselen informatie uit in tweetallen. Door het doorschuiven in de kring ontmoeten leerlingen veel verschillende klasgenoten om mee uit te wisselen.

De stappen

1. De leerlingen staan of zitten in twee cirkels in tweetallen tegenover elkaar.
2. De leerkracht geeft een gespreksonderwerp.
3. De leerlingen krijgen DenkTijd.
4. De binnenkring vertelt en de buitenkring luistert.
5. De buitenkring vat samen of complimenteert.
6. De buitenkring vertelt en de buitenkring luistert.
7. De binnenkring vat samen of complimenteert.
8. De leerkracht geeft aan hoeveel plaatsen één van de kringen doorschuift.
9. De leerlingen bedanken elkaar en schuiven het aantal afgesproken plaatsen door.
10. Ze begroeten elkaar en herhalen bovenstaande stappen.

Tips

* Deze werkvorm doe ik liever in de hal van school in plaats van in het lokaal. Daar staan geen tafels tussen de kinderen in en kun je de kringen groter maken, zodat de kinderen geen “last” hebben van de gesprekken van de kinderen naast hen.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?

* In plaats van de grote maandagmorgen kring.
* Als kennismakingsactiviteit.
* Ter voorbereiding op toetsen. Laat de kinderen dan vragen verzinnen en op een blaadje schrijven.
* Rekenen: het herhalen van de tafels.

Een klasgenoot zoeken die jouw opdrachten maakt? Met deze werkvorm wel!

De werkvorm Zoek Iemand Die.
De leerlingen zoeken per opdracht een nieuw maatje en maken opdrachten van een blad.

De stappen.
1. Alle leerlingen lopen door de klas en zoeken een maatje.
Leerlingen die geen maatje hebben, steken hun hand op.
2. Leerling A stelt een vraag.
3. Leerling B antwoordt.
4. Leerling A schrijft het antwoord op het werkblad.
5. Leerling B controleert en tekent af.
6. Leerling A en B wisselen van rol.
7. Hierna zoeken de leerlingen een nieuw maatje.

Tips:
* Hiervoor hebben de leerlingen een werkblad en een pen nodig.
* Laat bij de kennisvakken van boven naar beneden werken, zodat een leerling niet de kans krijgt om 10 keer dezelfde opdracht te maken.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?
* In plaats van de grote weekendkring.
* Na een vakantie.
* In het nieuwe kalenderjaar met de hele bovenbouw.
* Als kennismakingsspelletje.
* Bij spelling.
* Bij werkwoordspelling.
* Bij taal (gebiedende wijs).
* Bij aardrijkskunde.

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂