Review: Palmbomen op de Noordpool

Palmen

Het boek

In het boek “Palmen op de Noordpool” lees je alles over klimaatverandering.
Naast dat het boek heel informatief is, is het ook grappig, helder en toegankelijk geschreven en heel aantrekkelijk vormgegeven. De illustraties van Wendy Panders zijn zowel informatief als grappig en verduidelijken bovendien de tekst.
In het voorwoord wordt de titel van het boek uitgelegd.
Daarna neemt Marc ter Horst je in tien hoofdstukken mee in de wereld van klimaatverandering. Hij vertelt onder andere over de vroege geschiedenis van het klimaat, de oorzaken en gevolgen (van de gevolgen) van klimaatverandering en over de energie van de toekomst.
Het laatste hoofdstuk heet “Welles & nietes”. Speciaal voor mensen die het allemaal wel mee vinden vallen met die klimaatverandering. En … let op … spoiler-alert! … in dit hoofdstuk bekent Marc dat hij op sommige momenten ook een ‘soort klimaatontkenner’ is.
Wat mij betreft is dit boek écht een aanrader voor thuis en op school. Voor kinderen vanaf een jaar of 9, maar ook voor ouders, leerkrachten en iedereen die geïnteresseerd is in dit onderwerp.

Bingo

Achterin het boek vind je verschillende klimaatbingo’s voor de toekomst. Dat maakt dit boek extra lang houdbaar. 😊
Gebaseerd op de promotiekaart die Marc en Wendy samen ontwikkelden heb ik een Bingo “dingen die je zelf kunt doen tegen klimaatverandering” gemaakt.
Je kunt hem downloaden door op de afbeelding te klikken.

bingo klimaatverandering afbeelding

Prijzen

“Palmen op de Noordpool” ontving in 2019 een Vlag & Wimpel van de Griffeljury (maar helaas geen penseel voor de geweldige illustraties van Wendy Panders) en het staat op de longlist van de Jan Wolkersprijs. Het boek won de Glazen Globe voor het beste geografische jeugdboek en is bovendien gekozen als een van de Best Verzorgde Boeken van 2018.

Lesmateriaal

Dit boek zou wat mij betreft in elke bovenbouw van de basisschool en onderbouw van het voortgezet onderwijs moeten staan. Het is te gebruiken als bron in projecten en lessen over klimaatverandering, milieu en duurzaamheid, maar ook bij thema’s zoals nepnieuws, voedselketens, arm & rijk en ecosystemen. Bovendien lenen de teksten zich goed voor een les begrijpend lezen of Close Reading.
Op de website van Marc ter Horst kun je het artikel “Stoomcursus klimaatverandering” downloaden met lesideeën, snelle proefjes en praktische opdrachten rondom klimaatverandering.
Op diezelfde website vind je meer dan 30 bronnen over klimaatverandering die bruikbaar zijn in de les voor bovenbouw basisonderwijs en/of onderbouw voortgezet onderwijs.
Jos Walta maakte een uitgebreide lesbrief bij het boek.

Palmen    Koop dit boek op Bol.com

 

Dit blogartikel bevat opgestuurde producten, maar het maakt de review niet minder eerlijk.

Laat je leerlingen een quiz maken, als voorbereiding op een toets wereldoriëntatie

In een eerder weblog schreef ik over het op een andere manier verwerken van een les wereldoriëntatie.

Nu deel ik een ander idee met jullie. Namelijk een quiz laten maken om je leerlingen voor te bereiden op de aankomende toets.

Niet alleen van het ontwikkelen van een eigen quiz, maar ook van het maken van andermans quiz(zen) leren leerlingen veel.

10 vragen goed is een 10!

Wat je kunt doen is elke leerling een quiz laten maken voor een klasgenoot.
Alle vragen moeten gaan over het hoofdstuk.
Laat de quiz bestaan uit 10 vragen.
Laat de leerlingen ook een antwoorden blad maken.
Als iedereen klaar is, kunnen de leerlingen een quiz van een klasgenoot maken.
Voor elke opdracht is een punt te verdienen. Alles goed is dus een 10!

Soorten vragen

Verzin van tevoren verschillende soorten vragen, zodat de leerlingen genoeg inspiratie krijgen om zelfstandig aan de slag te gaan.
* Multiple choice vragen
* Open vragen
* Gesloten
vragen
* Waar- of niet-waar-vragen
Zoek De Valse

Variaties

* De leerlingen maken in tweetallen een quiz voor een ander tweetal.
* De vragen worden voorzien van een, twee of drie sterren: Een ster voor een gemakkelijke vraag, twee sterren voor een gemiddelde vraag en drie sterren voor een moeilijke vraag. Voor een “drie-ster-vraag” zijn natuurlijk meer punten te verdienen.
* De leerlingen verzinnen een bonusvraag voor een extra punt.
* De eerste tien minuten van het maken van elkaars quiz mogen de leerlingen géén hulpmiddelen gebruiken. Na 10 minuten mogen ze nog 5 minuten hun boek gebruiken.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is question-mark_.jpg

Vond je dit bruikbaar? 😊
Deel het dan op jouw favoriete Socials(s).

Zeven tips (+ twee bonustips) om met je klas educatieve bordspellen te maken.

Deze week heb ik mijn klas educatieve bordspellen laten maken. In dit blogartikel lees je 7 tips (+ twee bonustips), zodat je dit ook in je eigen klas kan doen 🙂

1. Zorg voor een goede voorbereiding.

Zorg als leerkracht voor een goede voorbereiding. Dat betekent onder andere dat je nadenkt over de thema en de inhoud van het bordspel. Bovendien denk je na over het aantal kinderen dat samen één spel maakt. Ook kun je al een aantal dingen klaarzetten of –leggen, voordat de kinderen beginnen.

Mijn voorbereiding bestond deze week uit:
* kaartjes van verschillende kleuren snijden (mijn kaartjes zijn op A7-formaat)
* 3-tallen maken
* voor elk groepje een aantal lesboeken (wij gebruikten geschiedenis, aardrijkskunde, natuur, rekenen en taal)
* voor elk groepje een bordspel op A3-formaat. Ik heb het bordspel van Argus Clou gebruikt, maar je vindt op internet ook leuke lege templates, zoals deze en deze.
* voor elk groepje drie klapperblaadjes (voor de spelregels, voor extra aantekeningen en voor tips & tops over een spel van een ander groepje)

2. Zorg voor de juiste benodigdheden per leerling.

Elke leerling heeft ook nog spullen uit zijn/haar laatje nodig. Per leerling heeft mijn groep het volgende gebruikt:
— onthoudschrift
— huiswerkboekje
— kleurpotloden
— markeer(stiften)

3. Spreek duidelijke afspraken en regels af.

Veel kinderen vinden vrije en creatieve opdrachten leuk. Sommige kinderen vinden het moeilijk om met (beperkte) vrijheid om te gaan.
Mijn afspraken bestonden uit:
* Elke groepje maakt een bordspel en noteert op een apart blad de spelregels.
* Elk groepje maakt 75 vraagkaartjes (met het antwoord erop) in de volgende verdeling:
→  15 keer aardrijkskunde
→  15 keer geschiedenis
→  15 keer natuur
→  15 keer rekenen
→  15 keer taal
* Heb je tijd over? Andere vragen bedenken of alvast je eigen spel spelen.
* Je blijft in je eigen groepje.
* Je werkt serieus.

4. Laat de spellen uittesten.

Ik liet elk drietal het spel van een ander drietal uittesten door het spel te spelen. De afspraak tijdens het spelen is: Je mag niet naar een groepje om iets te vragen. Als iets onduidelijk aan het spel is, schrijf je dat op het tips & tops-blad.
Na ongeveer 10-15 minuten kreeg iedereen zijn of haar eigen spullen weer terug en kon vervolgens aan de hand van de tips en tops dingen verbeteren.

5. Zorg voor genoeg tijd en een goede planning.

Deze activiteit kost veel tijd. Wij hebben er de hele ochtend voor uitgetrokken.
•  Uitleg – spelregels bedenken en taken verdelen (10 minuten)
•  Overlegtijd in je groepje (10 minuten)
•  Werken (90 minuten, verdeeld over twee keer 45 minuten)
•  Uittesten van een spel van een ander groepje en tips & tops opschrijven (15 minuten)

6. Laat de spellen spelen.

Wat de kinderen echt leuk vinden is elkaars spellen spelen. Niet alleen leerzaam, maar ook leuk! 🙂

7. Reflecteer na het maken en spelen van de spellen.

Dit kan heel open:
* Wie wil er iets vertellen over deze ochtend?
Je kunt ook vragen op inhoud en strategie stellen:
* Wat vond je gemakkelijk of moeilijk aan de opdrachten?
* Hoe is het jullie groepje gelukt om een goed educatief bordspel te maken?
Je kunt ook reflecteren, gericht op modus:
* Welk cijfer zou je willen geven voor je werkhouding, en waarom?
Of gericht op persoonlijke kwaliteiten:
* Welke persoonlijke kwaliteit heb je kunnen laten zien?
En altijd goed: feedback vragen:
* Welke tips en tops heb je voor de leerkracht?

Bonustips

De leerlingen verrasten mij met heel veel creatieve ideeën!
Twee ervan deel ik hier met jullie:


Maak een klein boekje met alle spelregels, in plaats van één A4-tje.
Met dank aan Sterre 🙂


Vouw de vraagkaartjes onderaan dubbel en schrijf in het flapje het antwoord op de vraag.
Met dank aan Maurits 🙂

 

Laat je leerlingen de les wereldoriëntatie eens anders verwerken met deze tips.

Tijdens de lessen van geschiedenis, aardrijkskunde en natuur mogen de kinderen af en toe zelf een verwerkingsvorm kiezen.

De kinderen gaan aan de slag met het tekstboek, het werkboek en een blad waarop ik de doelen en de themawoorden heb gezet.

Ze kunnen kiezen uit de volgende verwerkingsvormen.

Werkboekje

Maak de opdrachten uit het werkboekje.

Stripverhaal

Maak een stripverhaal van de belangrijkste informatie uit de les.

Mindmap

Maak een mindmap van de belangrijkste informatie uit de les.

Samenvatting

Vat de informatie samen in je eigen samenvatting.

Quiz op papier

Maak een quiz over de belangrijkste informatie uit de les.
Tips: Denk aan open vragen, meerkeuzevragen, waar of niet waar vragen, Zoek De Valse, enz. Maak ook een antwoordenblad 🙂

Kahoot!

Maak een Kahoot!quiz over de belangrijkste informatie uit de les.
De handleiding van Kahoot! vind je hier.

Padlet

Verwerk de belangrijkste informatie uit de les in een Padlet (digitaal prikbord).  Op de Padlet kun je ook afbeeldingen en links naar filmpjes toevoegen.  De handleiding van Padlet vind je hier.

 

Gastblog door Nimbles: Waarom werkt het om een mindmap te maken?

Op school wordt veel geleerd door middel van tekst, maar voor veel kinderen is het goed om de stof visueel te maken. Het maken van een mindmap kan daar goed bij helpen. Behalve dat mindmappen heel zinvol is, is deze manier van leren natuurlijk ook heel leuk! Wil je weten hoe je je kind kunt helpen de stof overzichtelijk te houden, lees hier dan meer over mindmappen.

Wat is mindmappen?

Mindmappen is een manier van leren waarbij je verschillende onderwerpen ordent en visueel weergeeft. Je begint met een hoofdthema en vanuit daar werk je steeds specifieker naar deelthema’s. Bij een mindmap maak je gebruik van verschillende kleuren, plaatjes, tekeningen, begrippen, teksten en relaties waardoor het leren een stuk plezieriger wordt!
Mindmappen leren

Een mindmap maken is dus een visuele manier om informatie te verzamelen en samen te vatten. De reden dat deze manier van leren zo goed werkt is omdat het erg lijkt op hoe onze hersenen werken. Doordat er gebruik wordt gemaakt van zowel de linker- als de rechterhersenhelft, werkt het veel beter dan gewoon samenvatten (waarbij je alleen de linker gebruikt). Informatie opslaan in ons langetermijngeheugen gaat het best wanneer we met beide hersenhelften leren. Als je hier meer over wilt lezen kijk dan hier.

Bij het maken van een mindmap wordt jou verplicht actief na te denken en je creativiteit te gebruiken. Op die manier wordt je kind betrokken met de stof, worden relaties en samenhang tussen onderwerpen duidelijk en kan je kind met plezier leren. Na het maken van een mindmap zijn niet alleen details van de stof, maar is ook het totaalplaatje zichtbaar.

Het doel van een mindmap is dus eigenlijk: samenhang vinden in de enorme hoeveelheid informatie die kinderen te verwerken krijgen.

Wanneer werkt het om een mindmap te maken?

Een mindmap werkt niet alleen goed voor samenvatten, maar kan juist ook goed gebruikt worden voor brainstormen en ideeën opdoen. Moet je kind een onderwerp voor een werkstuk schrijven, dan kan een mindmap goed helpen om te inventariseren welke hoofdstukken bij het werkstuk aan bod moeten komen. Bij de vertakkingen kunnen kinderen dan nadenken over vragen als: wat? wie? waar? hoe? wanneer? waarom? Ook bij de start van een thema kan mindmappen heel zinvol zijn, er wordt meteen een overzicht gecreëerd van alle stof.

Hoe maak ik een mindmap?

Een mindmap maken doet iedereen anders. Hoe vaker je het doet, hoe meer je erachter komt wat voor jou een werkende manier is. Je kunt kiezen voor een analoge of een digitale variant. Het voordeel van een analoge mindmap is dat wanneer je actief bezig bent met het schrijven van woorden, je de woorden beter onthoudt. Er zijn dus geen regels, maar om wat structuur te geven kan je deze richtlijnen volgen. Voor de rest geldt: laat je creativiteit de vrije loop!

* Maak gebruik van papier zonder lijntjes

* Gebruik verschillende soorten stiften en potloden

* Zorg voor genoeg ruimte

* Maak je mindmap van globaal naar specifiek

* Geef elk sub-thema een nieuwe kleur

* Werk in de richting van de klok: zo houd je meer overzicht

Tip: Schrijf bij elke tak slechts één woord. Het gebruiken van een sleutelwoord is vaak al voldoende, onze hersenen werken zo dat je bij het lezen van een sleutelwoord weet wat je daarmee bedoelde.

Een nadeel van een analoge vorm is dan weer dat het snel een gepuzzel wordt doordat je steeds vertakkingen erbij moet tekenen. Daarom kan je ook kiezen voor een digitale vorm: hier kan je alles veel gemakkelijker bijstellen. Verschillende online tools om een mindmap te maken vind je hier.


Vergelijk & vind de beste begeleiding op Nimbles!

mock up van laptop en website van nimbles

Wil je je kind uitdagen en leren leren met behulp van een mindmap? Op Nimbles vind je begeleiding bij jou in de buurt.

Hoe gebruik je de didactische werkvorm Knappe Koppen Quiz?

De werkvorm

De leerlingen vertellen elkaar wat ze weten over een bepaald onderwerp.

De stappen

1. De leerkracht geeft een onderwerp en vraagt naar hun voorkennis.
2. De leerkracht geeft DenkTijd.
3. De leerlingen denken na over welk aspecten van dit onderwerp ze al wat weten.
4. De leerlingen noteren de aspecten met hun naam op een blaadje.
5. Om de beurt kiezen de leerlingen één aspect uit, waarover ze ‘de knappe kop’ een vraag stellen.
6. De ‘knappe kop’ van wie de naam op het blaadje staat beantwoordt de vragen en vertelt wat hij nog meer weet over dit aspect.

Hoe gebruik ik deze werkvorm?

Stap 3 doe ik vaak anders: ik maak namelijk zelf de kaartjes, waarop de aspecten staan.
De leerlingen nemen dan ieder één of twee kaartjes om over te vertellen.
In plaats van kaartjes maken, kun je ook lege kaartjes geven en de woorden / begrippen op het digibord tonen.

Mogelijke kaartjes bij vakken

Werkwoordspelling:

klank veranderende werkwoorden; voltooid deelwoord; bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord; gebiedende wijs; ’t ex-kofschip

Wereldoriëntatie:

de begrippen of kernwoorden van de les of het hele blok. Als voorkennis ophalen of juist als controle van begrip ná een les. Of als voorbereiding op de toets.

Woordenschat:

de woorden die centraal staan bij de les taal / begrijpend lezen / spelling.