Review “Jullie kunnen het ook! – Het spel”

Deze review is eerder verschenen op Onderwijswereld-PO.

Als leerkracht zet ik regelmatig drama-activiteiten in. Ze zorgen onder andere voor een positieve groepssfeer, ze stimuleren creativiteit en zelfvertrouwen en ze kunnen helpen bij het leren omgaan van emoties. Bovendien biedt toneelspelen plezier aan de deelnemers. 😊

 Naast improvisatiespelen plan ik ook activiteiten waarbij de kinderen toneelstukjes voorbereiden. Het spel “Jullie kunnen het ook!” vind ik erg geschikt om daarbij te gebruiken.

Het spel
Dit spel helpt de spelers met het maken van een scène voor twee personen. Elke scène bestaat uit non-verbale handelingen, tekst, twee emoties en een bepaalde energie.

Inhoud van de speldoos
* een spelbord voor de klassikale uitleg
* 15 scène plattegronden (spelbord in het klein)
* 25 locatiekaarten
* 30 emotie fiches
* 16 energiekaarten
* 1 kladblok
* de handleiding


Bron

Voorbereiding
Ieder tweetal krijgt een scène plattegrond, één locatiekaart, één energiekaart, twee emotiefiches en twee blaadjes van het kladblok.
Elk tweetal pakt een pen.

Spelverloop
De tweetallen bedenken een scène aan de hand van de route van de plattegrond.
De locatiekaart bepaalt waar de scène zich afspeelt.
De scène bestaat uit:
– een start-emotie
– een non-verbale handeling
– tekst
– veranderde energie
– een nieuwe emotie
– een nieuwe non-verbale handeling
– eindtekst

In mijn praktijk
Na het maken van de tweetallen en het uitdelen van de spullen, heb ik mijn groep 8 het spel uitgelegd.
Hiervoor heb ik een presentatie gemaakt, zodat kinderen konden meelezen.
Ook heb ik voor elk tweetal een spiekbriefje gemaakt.
Alle benodigdheden hebben we per tweetal in een insteekmapje gestopt. Vervolgens zijn we naar buiten gegaan. Hier hebben alle leerlingen namelijk meer ruimte dan binnen en hebben andere klassen geen last van het geluid. Na 15 minuten waren alle tweetallen (en het drietal) klaar met het voorbereiden en het oefenen van hun scène.

      

Binnen (in onze hal, op het podium) heeft elk groepje de bedachte scène gespeeld. Na elke scène mocht de rest van de klas vier dingen raden: de twee emoties, de locatie en de energie.

De hele les, inclusief uitleg, oefenen, spelen en napraten duurde met 13 tweetallen en een drietal 1,5 uur.

Conclusie
Ik vind “Jullie kunnen het ook!” een goed middel om twee- of drietallen zelfstandig een scène te laten bedenken. Het spel en de materialen zien er heel aantrekkelijk uit.
De locaties en de vier basisemoties zijn goed te gebruiken en duidelijk uit te beelden. De veranderde energie was in sommige toneelstukjes minder goed te herkennen.

Een volgende keer laat ik mijn leerlingen misschien wel meer emoties en locaties bedenken.
Ik denk dat het spel ook heel goed in viertallen gespeeld kan worden. Het voordeel daarvan is dat het voor elkaar optreden en het laten raden niet zo lang duurt. Bovendien zie je dan weer andere dynamiek in de groepjes.

De reacties van mijn leerlingen zijn heel enthousiast: “Dit had ik zelf nooit kunnen bedenken!” , “Mogen we verder alles zelf erbij verzinnen? Leuk!”.

Een enkeling vond het aantal onderdelen per tweetal veel: “Ik had liever alle onderdelen op één blad gehad.”

Maar de meeste kinderen kunnen niet wachten op de volgende keer dat we “Jullie kunnen het ook!” weer gaan gebruiken. 😊

Het spel is voor € 36,00 te koop op deze site.

Mix & Koppel: breuk – percentage – kommagetal – verhouding

In het begin van groep 8 is er altijd aandacht voor de relaties tussen de breuken, percentages, kommagetallen en verhoudingen.

Een mooie manier om dit te oefenen is met de werkvorm Mix & Koppel.

De stappen.
1. De leerlingen krijgen allemaal een kaartje.
2. De leerlingen lopen door elkaar en zoeken een maatje.
3. Leerling A stelt een vraag die past bij zijn kaartje (de ander mag het kaartje zien).
4. Leerling B antwoordt en leerling A bedankt of coacht.
5. Dan stelt leerling B een vraag die past bij zijn kaartje.
6. Leerling A antwoordt en leerling b bedankt of coacht.
7. Leerling A en B ruilen van kaartje.
8. De leerlingen herhalen stap 2 t/m 7, totdat de leerkracht een stopteken geeft.
9. De leerkracht geeft een stopteken.
10. De leerlingen zoeken het maatje met de bijpassende kaart.

Voor deze activiteit heb ik kaartjes gemaakt.
Bij stap 3 en 5 laat ik mijn leerlingen “de ontbrekende drie” noemen.
Bij stap 10 kun je naast koppels, zelfs viertallen laten maken.

Klik op de afbeelding om de kaartjes te downloaden.

 

Groep 8 leest stapels boeken!

Dit idee heb ik ooit op Pinterest gezien en nooit meer teruggevonden.
Als je de oorspronkelijke bron kent, wil ik die graag weten. Dan kan ik die hier vermelden. 🙂

Als mijn leerlingen een boek uitgelezen hebben, pakken ze een blaadje, met de lege rug van een boek. In overleg met mij pakken ze de maat die bij hun boek past.

Op de rug van het lege boek schrijven ze hun naam en de titel van het gelezen boek. Vervolgens versieren ze het blaadje. Als ze klaar zijn, leveren ze het blaadje bij mij in. Ik plak de rug van dit boek op de plaats, waar we in het begin van het jaar de stapel zijn begonnen.

       

Het document met de lege ruggen 🙂

De woorden van spelling nog een keer oefenen met het Geheugenspel :-)

Af en toe laat ik de woorden van spelling nog een keer oefenen met het Geheugenspel.
Ideaal als je weinig tijd hebt. 🙂

Het gaat als volgt:
1. Zet de woorden op het digibord en dek ze af.
2. Laat de kinderen pen en papier pakken.
3. Op jouw teken toon je de woorden en krijgen de kinderen 2 minuten om zoveel mogelijk woorden te onthouden.
4. Na 2 minuten dek je de woorden weer af en krijgen de kinderen 2 minuten de tijd om zoveel mogelijk woorden op te schrijven.
5. Na 2 minuten berekent iedereen zijn/haar score: 1 punt voor elk goed woord en nóg een punt per correct gespeld woord.

Kinderen oefenen niet alleen de woorden van spelling, maar ook hun geheugen 🙂

 

Wij oefenen spelling met de BLOON-methode!

Het oefenen van spellingwoorden doen wij in mijn groep met de BLOON-methode.

BLOON staat voor

Bron

Bekijken
De leerling bekijkt het woord goed. Wat is het probleem of de moeilijkheid? Is er een spellingregel van toepassing? Is het een onthoud-woord of een ook-zo-woord?

Lezen
De leerling leest het woord aandachtig, neemt het in zich op en laat de betekenis op zich inwerken. De betrokkenheid van leerlingen is groter, als woorden voorzien worden van betekenis of emotie.

Omdraaien
De leerling draait het papier om. Zo kan het woord niet overgeschreven worden.

Opschrijven
De leerling schrijft het woord op, vanuit het geheugen. Zo worden de hersenen geactiveerd en wordt de spellingregel of het onthoud-woord daadwerkelijk ingeoefend.

Nakijken
De leerling vergelijkt het geschreven woord met het woord op het blad. Hij/zij kijkt het woord kritisch na en verbetert het eventueel.

 

Bron

 

Mijn leerlingen krijgen aan het begin van het jaar de BLOON-aantekening in hun onthoudschrift.
Ze mogen kiezen uit bovenstaande afbeeldingen, óf ze maken zelf een aantekening. Hiervoor kunnen ze dit hulpmiddel gebruiken 🙂

 

Bronnen
Bloon
Ik leer in beelden

Hoofdrekenen met de 24 Game

Ken je de Flippo’s uit de jaren ’90 nog?
Die ronde schijfjes met afbeeldingen van verschillende stripfiguren zaten gratis in zakken chips van Smiths.

Toen er flippo’s met op de achterkant een 24 game-speelbord uitkwamen, werd de 24-game erg populair. Ook nu het geen rage meer is blijft het een leuk en effectief rekenspel om het hoofdrekenen mee te trainen.

Kaartjes
Om het spel te kunnen spelen, heb ik speelkaartjes gemaakt.
– groen: gemakkelijk
– geel: moeilijker
– rood: moeilijk
Klik op de afbeelding als je de kaartjes wil downloaden.

Spelregels
* Op de kaartjes staan vier getallen.
* Je moet elk getal gebruiken.
* Je mag elk getal maar één keer gebruiken.
* Je mag optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
* De uitkomst van je bewerking moet precies 24 zijn.

Aanvullingen
* Je kunt het spel klassikaal “spelen”. Zet bijvoorbeeld zes opgaven op het digibord en laat je leerlingen zelfstandig en individueel werken.
* Het wordt pas een game, als het ook echt gespeeld wordt. Leerlingen kunnen het spel in tweetallen spelen, maar ook in drie- of viertallen. De winnaar is degene die het eerst 24 heeft. Hij/zij krijgt de kaart. Wie de meeste kaarten heeft, heeft gewonnen.
* Laat het je leerlingen eens in teams spelen: twee leerlingen per team en dan twee teams tegen elkaar.
* Het kan zijn dat niemand precies uitkomt op 24. Kijk dan wie er het dichtst bij 24 komt.
* Is er wel een oplossing mogelijk? Op deze website kun je dat controleren.
* De 24-game is ook online te vinden: Oefensite Rendierhof

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂

Rekenen – grote getallen

In dit weblog geef ik een idee voor een les over grote getallen.

Je kunt deze presentatie gebruiken en deze kaartjes.

Instructie
Je legt uit dat je grote getallen op verschillende manieren kunt noteren:
2,4 miljoen – 2.400.000
0,7 miljoen – 700.000
4,45 miljoen – 4.450.000
En andersom:
350.000 – 0,35 miljoen
3.500.000 – 3,5 miljoen
1.560.000 – 1,56 miljoen

Inoefenen
Het inoefenen kun je doen met de werkvorm Mix & Ruil.
Alle leerlingen krijgen een kaartje. Met hun kaartje vormen ze tweetallen met een willekeurige klasgenoot.
In het tweetal lossen ze vier opdrachten op:
1. Hoe spreek je de getallen uit?
2. Zet de getallen om.
3. Wat is de som van de twee getallen?
4. Wat is het verschil tussen de getallen?

Na deze opdrachten ruilen ze van kaartje en gaan ze op zoek naar een nieuw maatje. Met het nieuwe maatje lossen ze weer de vier opdrachten op.

Op een teken van de leerkracht stoppen ze.
Nu kun je de werkvorm Mix & Koppel doen. De leerlingen gaan op zoek naar de klasgenoot met het getal dat evenveel waard is als hun getal.

In de presentatie staat nog een korte eindopdracht.

 

Heb je tips, aanvullingen of vragen?
Laat dan gerust een reactie achter 🙂